Wetenschap

Richtlijnen voor wetenschappelijk onderzoek.
In de studie “Sudden unexpected death under acute influence of cannabis”, van Benno Hartung, Silke Kauferstein, Stefanie Ritz-Timme en Thomas Daldrup, verwijst de auteur naar de richtlijnen voor medisch-legale autopsieprocedures. Daarin staat onder andere het volgende: “Medico-legal experts must exercise their functions with total independence and impartiality. They should not be subject to any form of pressure and they should be objective in the exercise of their functions, in particular in the presentation of their results and conclusions.” * (22) Brinkmann B. Harmonisation of medico-legal autopsy rules. Committee of Ministers. Council of Europe. Int. J. Legal Med. 1999;113:1–14 * (23) Paul LD, Musshoff F, Untergruppe, Richtlinienerstellung” des Arbeitskreises Qualitätssicherung , et al. Richtlinie der GTFCh zur Qualitätssicherung bei chemisch-toxikologischen Analysen. Toxichem Krimtech. 2009;76(3):142–176 * (24) Basso C, Burke M, Fornes P, Gallagher PJ, de Gouveia RH, Sheppard M, et al. Guidelines for autopsy investigation of sudden cardiac death. Virchows Arch. 2008;452:11–18

Geen alleenstaande feiten

Wetenschap en objectief onderzoek

Als wetenschappelijk onderzoek afhankelijk is van budgetten en opdrachten van (multinationale) sponsors, dan botst dit met de bepalingen en de definitie van objectief en onafhankelijk onderzoek. Studies die daar niet aan voldoen staan dichter bij “geloven” dan bij “weten” en horen niet thuis in een wetenschappelijk maar in een religieus of politiek kader. Voor wetenschappelijk onderzoek moeten richtlijnen gevolgd worden. Die richtlijnen gaan over “totale onafhankelijkheid en onpartijdigheid”, “waarbij geen enkele vorm van externe druk aanvaardbaar is, objectiviteit primeert in het uitoefenen van de functie als onderzoeker, in het bijzonder in het voorstellen van resultaten en conclusies.”
 

In juni 2008 verscheen in Nature het resultaat van een peiling in de VS naar geknoei met onderzoeksresultaten. De auteurs van de studie ondervroegen 2.212 wetenschappers van 605 Amerikaanse instituten die onder het NIH vallen (National Institute of Health) – waartoe ook het National Institute on Drug Abuse (NIDA) behoort.

De auteurs, werkzaam bij het ORI (Office of Research Integrity), projecteerden hun bevindingen op het totaal aan onderzoekers die verbonden zijn aan het NIH en kwamen uit op jaarlijks circa 2.300 onbetrouwbare conclusies, een duizendtal onopgemerkte resultaten niet inbegrepen. Het geknoei gaat over plagiaat (een derde) maar ook vervalste of volledig uit de duim gezogen data. (1)

Fraude vind je terug in alle disciplines van de wetenschap. De ‘ontkenners van klimaatverandering’ hebben de reputatie van de wetenschap en de wetenschapper geen goed gedaan. Alle objectiviteit is zoek als het over de gevolgen van CO² uitstoot gaat. Dat was eerst niet zo want in de jaren 1970 maakten de wetenschappelijke rapporten van alle grote petroleummultinationals al melding van de gevaren van fossiele uitstoot voor het klimaat. De ‘slechte’ rapporten werden snel weggemoffeld en kwamen pas in 2015 in publieke handen.
Zie hierover ook de BBC documentaire “Science under attack” - http://documentaryheaven.com/science-under-attack/

Intussen stromen miljoenen dollars van de Koch brothers en de oliesector naar het Heartland Institute van Chicago om effectontkennende studies te financieren. (2)

 

In 2009 werden Europese richtlijnen opgesteld voor het gebruik ervan op basis van zijn onderzoek (hijzelf was voorzitter van de commissie die de richtlijnen opstelde). Ze werden op grote schaal toegediend. Overal ter wereld werden preoperatief bètablokkers voorgeschreven ter preventie van hartinfarct tijdens de operatie. Alleen, er was helemaal geen zekerheid over de (bij)werking ervan. Er waren onregelmatigheden in de studie. Genoeg voor het onmiddellijke ontslag van de onderzoeker.
Zembla maakte er een reportage over die je hier kan zien:
http://tvblik.nl/zembla/levensgevaarlijke-wetenschap.
 

Goed geweten

In die periode wordt een wetenschappelijk artikel van de KU Leuven teruggetrokken wegens ‘onregelmatigheden’. Het werd in 2012 gepubliceerd in het tijdschrift ‘Cerebral Cortex’.

“Door fouten van de eerste auteur werd de beschreven fMRI-data in de ingetrokken paper niet naar behoren geanalyseerd. De fouten werden opgemerkt toen andere leden van het lab de data voor andere doeleinden analyseerden”, luidde de argumentatie. De resultaten konden niet herhaald worden en de gebruikte studiemethode kwam niet overeen met de beschreven methode.

Volgens de onderzoeksleider “stond de auteur onder zeer grote druk en werkte met een tijdelijk contract, maar een deel van die druk leggen we ons zelf op. Er zijn veel geïnteresseerden voor weinig posities. Door die sterke competitie kun je soms problemen krijgen.” Voor de toen pas verkozen rector Rik Torfs was de aanpak van de publicatiedruk één van de programmapunten. (6)

En de berichten houden aan. De maand is nog niet uit en aan de Vrije Universiteit Brussel wordt een doctorstitel Rechten en Criminologie wegens plagiaat ingetrokken. (7)
 

In een opiniestuk voor DeWereldMorgen beschrijft Jan Blommaert, hoogleraar universiteit Tilburg, de publicatiedruk op de onderzoekers als volgt:

“De kern van het probleem van de publicatiedruk ligt dan ook in de ruimte die men schenkt aan onderzoek. Wie geen tijd heeft om onderzoek te doen zal niets te publiceren hebben; als er toch wordt gepubliceerd gaat het om betwistbaar, oppervlakkig, irrelevant of compleet frauduleus werk.”

“Het overgrote deel van die publicaties is het lezen niet waard. Niemand leest ze dan ook. Ze dienen enkel voor het aanvinken van “targets” en “deliverables” in de jaarlijkse evaluaties, en voor de winstmaximalisering van de grote uitgeverijen die het monopolie houden op deze publicaties.” (10)

Aan het einde van zijn academische loopbaan schetste Pieter Saey (ereprofessor aan de Universiteit Gent, vakgebied sociale geografie, en doctor in de geografie, in de ruimtelijke planning en in de politieke wetenschappen) in oktober 2007 in zijn afscheidsrede zijn bezorgdheid over de toenemende publicatiedruk. DeWereldMorgen publiceerde in 2013 een door Pieter Saey geactualiseerde versie van die afscheidsrede. Hierin geeft de professor een zeer leerrijk overzicht van de situatie van de laatste jaren. De volledige tekst lees je hier: http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2013/08/26/academische-publicaties-in-maatschappij-van-winners-en-losers (11)

We kunnen hier natuurlijk blijven opsommen maar ik denk dat het punt gemaakt is.

Eentje van de nieuwe generatie fraude kan er nog wel bij. Begin 2014 ontdekte een Franse computeranalist dat bepaalde wetenschappelijke publicaties niet door wetenschappers geschreven waren maar door computers, met behulp van het softwareprogramma SCIgen. Meer dan 120 gepubliceerde papers werden ingetrokken. (12)



 

Er moeten dan ook zonder verder uitstel oplossingen gevonden worden als wetenschap niet wil devalueren tot geloofschap.

Daarvoor even terug naar Rik Torfs, rector van de KU Leuven, en zijn belofte van 2013. Einde 2015 kregen we in De Morgen een stand van zaken:

Torfs botst op problemen. Het financieringsdecreet dat het budget bepaalt voor de Vlaamse universiteiten stelt de dotatie vast aan de hand van het aantal publicaties van elke instelling.

Torfs wil het voorbeeld van de Harvard Business School volgen en vanaf het academiejaar 2016-2017 een biosketch introduceren. Daarin vertellen de kandidaten wie ze zijn en wat hun inbreng kan zijn of is, in hun onderzoeksveld. Op die manier is het belang van de kwantiteit minder doorslaggevend. Onderzoekers die zich vooral richten op veel publicaties, zullen door de mand vallen omdat ze “zelden een grote visie hebben over wat achter hun werk schuilgaat”. (13)

In augustus 2013 onderschreef de Actiegroep Hoger Onderwijs, een groep van 150 Vlaamse academici (twee weken later staat de teller op 5.200) onder leiding van de Gentse historicus Koen Aerts, een pleidooi voor verandering en ook zij botsten op het financieringsysteem dat gebaseerd is op kwantiteit in plaats van op kwaliteit. De volledige tekst van het pleidooi vind je hier: https://actiegroephogeronderwijs.wordpress.com/open-brief/ 14)

 

Enkele maanden eerder hadden meer dan 200 wetenschappers, wetenschappelijke organisaties en uitgevers, een oproep gelanceerd om de evaluatie van wetenschappelijk onderzoek te hervormen. De basis hiervoor werd gelegd in San Francisco tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de ‘American Society for Cell Biology’ (ASCB) in december 2012. De lijst van de ondertekenaars vind je hier: http://www.ascb.org/?s=SF+declaration+2012

In hun ‘Declaration on Research Assessment’ (DORA), wordt de nadruk weer opnieuw gelegd op de publicatiedruk. “De waarde die aan wetenschappelijk onderzoek wordt meegegeven, wordt in grote mate bepaald door de ‘Journal Impact Factor’ die jaarlijks door Thomson Reuters wordt gepubliceerd. Daarin wordt aangegeven hoeveel verwijzingen naar publicaties over het werk van de individuele wetenschappers de twee voorafgaande jaren zijn geregistreerd.

De ondertekenaars schrijven dat “de ranglijst een vertekend beeld dreigt te schetsen van het wetenschappelijk onderzoek. Dat systeem creëert niet alleen mogelijkheden tot manipulatie maar bovendien wordt abstractie gemaakt van de reële impact van de studies, onder meer op het gebied van gezondheid en overheidsbeleid.”

Zij krijgen daarin steun vanuit alle wetenschappelijke disciplines, waaruit blijkt dat de bezorgdheid algemeen is en dat het huidige systeem het wetenschappelijk oordeel vertekent, carrières afremt en waardevol werk beschadigt.” (15)

Uit protest tegen de publicatiedruk stopte professor wetenschapsfilosofie Gustaaf Cornelis van de Vrije Universiteit Brussel, vanaf september 2013 de registratie van de wetenschappelijke artikels die hij schreef. “Ik ben helemaal niet tegen registratie, sterker nog, registratie en controle zijn nodig, maar de enige reden voor de huidige registratie is kwantificering om het geld te verdelen. Dat is oneerlijk”, stelt Cornelis, “ik sta niet alleen: Nobelprijswinnaar Rancy Schekman had al tot een vergelijkbare boycot opgeroepen voor de tijdschriften Nature en Science.” (16)




 

Uit onderzoek (objectief?) blijkt dat acht procent van de wetenschappers het niet zo nauw neemt met medische onderzoeken voor tijdschriften en al eens data verzint, zelfs gegevens wijzigt of weglaat, om hun hypothese te laten kloppen.

En telkens weer wordt met de vinger gewezen naar de publicatiedruk. Onderzoek zonder resultaat wordt niet gepubliceerd. De werkdruk is torenhoog en de competitie is buitensporig. Onderzoekcentra zijn op korte tijd geëvolueerd naar commerciële instellingen waar kwantiteit en rendement op korte termijn de criteria bepalen.
Bij het aanvragen van fondsen en benoemingen worden de onderzoekers afgerekend op hun aantal publicaties. Kwaliteit wordt dus in feite bepaald door kwantiteit. De gevolgen laten zich voelen. Om die neergang terug te draaien zullen de onderzoekcentra hun prioriteiten moeten verleggen. (5)
 

Als dit niet drastisch verandert blijven onderzoeksresultaten gissingen en wordt vooruitgang zwaar gehypothekeerd. De Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) verklaarde in 2012 dat in de daaropvolgende jaren zowat vierduizend afgewerkte wetenschappelijke studies moesten onderzocht worden op wetenschapsfraude om het vertrouwen terug te winnen. Na de zaak rond Diederik Stapel is de aanpak verscherpt. Stapel was betrokken bij 55 gevallen van vervalsing van onderzoeksgegevens. Socioloogjurist Kees Schuyt (KNAW) twijfelt aan de oprechtheid van de universiteiten: “Ik weet niet of hun zorg oprecht is of dat ze zich zorgen maken over slechte reclame of hun goede naam.” Onderzoekcentra hebben gekozen voor de commerciële weg, “er is steeds meer samenwerking met bedrijven wat blijkbaar belangrijker is dan onafhankelijke objectieve wetenschap.” (3)
 

Maar die blinde race achter geld kan heel enge gevolgen hebben. Neem het geval van professor Don Poldermans, een Rotterdamse internist die in 1999 internationaal erkenning kreeg voor zijn onderzoek naar preoperatief gebruik van bètablokkers waardoor ‘de kans op overlijden bij operatie met 90 procent verminderd werd’.
 

Bart Pattyn en Gerrit Storms, hoogleraren aan de KU Leuven pleitten in 2012 voor een radicale wijziging van de mentaliteit. Onderzoek wordt teveel geleid door prestatiedruk waardoor wetenschappers meestal alles in het werk stellen om hun hypothese te doen kloppen. Selectiecriteria worden toegevoegd aan de data om belangrijke resultaten te bekomen. “De tijd is rijp om het probleem recht in de ogen te kijken en een mentaliteit te ontwikkelen waarin accuraat en eerlijk onderzoek voldoening en erkenning genereren, ook als dit leidt tot een verminderde output.” “Iedereen zoekt de grenzen op van het toelaatbare. De druk om met ophefmakende resultaten naar buiten te komen is immens groot. Het enige wat nog telt is het aantal publicaties in wetenschappelijke magazines, om toch maar een zo groot mogelijk budget binnen te rijven. Bovendien wordt achteraf voortgebouwd op dat onderzoek.” (4)

Vooral dat laatste is bijzonder irritant. Praktisch alle studies refereren naar minstens één voorafgaande nepstudie waarin ook weer verwezen wordt naar vorige studies met twijfelachtige gegevens. Daarmee ondermijnen de onderzoekers zichzelf en bedotten ze al de rest.
 

Als het in Leuven regent, druppelt het in Brussel. Aan de VUB werd een biowetenschapper ontslagen omdat hij als auteur van ‘het zwaarste geval van fraude ooit aan een Vlaamse universiteit’ sjoemelde met gegevens van klinisch onderzoek bij patiënten en manipulatie van onderzoek door zijn studenten. De man experimenteerde met een epilepsiemedicijn op ratten en uit angst zijn financiering te verliezen, verzon hij een effect.
 

Begin juli 2013 is het weer prijs. Een Belgische psychologe die aan de Erasmus Universiteit Rotterdam werkt(e) moest een wetenschappelijk artikel terugtrekken wegens twijfel over de juistheid van de resultaten na gegoochel met gegevens over proefpersonen. (8)

Een maand later wordt in Nederland een Belgische professor betrapt op gesjoemel met bloedstalen. Zij was ’s avonds en ’s nachts actief in het positief maken van negatieve resultaten. (9)
 

ERASM 1
PUBLIDRK
OBON16-05

(1) Wetenschappers spelen vaker vals dan gedacht 20080618 vrt
(2) Belangrijke wetenschappers betaald voor ontkenning klimaatverandering 20120216 hln
(3) Onderzoek wetenschapsfraude moet groter, anders blijft het gissen 20120922 nrc we
(4) Hoogleraren KUL pleiten voor collectief mea culpa over wetenschappelijke fraude 20121112 belga
(5) Biowetenschapper van VUB pleegde ‘grootste fraude ooit’ 20130321 belga dwm
(6) Wetenschappelijk artikel KU Leuven teruggetrokken 20130523 belga
(7) Nieuw geval van wetenschapsfraude aan VUB 20130530 vrt
(8) Belgische psychologe trekt wetenschappelijk artikel terug 20130705 belga
(9) Belgische professor ontslagen in Nederland na fraude met bloedmonsters 20130816 DM
(10) Publicatiedruk maakt academische publicaties nauwelijks lezenswaardig 20130822 DWM
(11) Academische publicaties in maatschappij van winners en losers 20130826 DWM
(12) Meer dan 120 gepubliceerde papers ingetrokken: computer schreef ze 20140225 DM
(13) KU Leuven strijdt tegen de publicatiedruk 20150921 DM
(14) Zo kan het niet langer aan de universiteit 20130821 DM
(15) Scientific insurgents say Journal Impact Factors distort science 20130516 ASCB
(16) Publicatiedruk: VUB-professor weigert publicaties te registreren 20140225 brusselnieuws.be


 

Het vervalsen van gegevens – of noem het "verkeerd interpreteren" – is natuurlijk niet de enige manier om resultaten te beïnvloeden. De volgorde van het onderzoek kan ook omgekeerd worden: zo kan men bijvoorbeeld vertrekken vanuit de gewenste conclusies en daarop een stelling bouwen die tot die conclusies kan leiden. Of zoals bij het onderzoek naar radioactiviteit in bepaalde regio, wordt gepeild naar slechts een deel van de radioactieve elementen die er aanwezig zijn, om toch maar niet verstrikt te geraken in de gevolgen van positieve metingen.
 

Onderzoek naar bepaalde zaken blokkeren is een courante vorm van censuur die voornamelijk tot doel heeft een onwetenschappelijk (politiek-industrieel, ideologisch of religieus) standpunt te handhaven. Vooral de religieuze standpunten hebben een nefaste invloed op de wetenschap. Vraag maar aan Copernicus, Galileo, Darwin, …

Toen de aarde nog plat was bestond wetenschap niet. Dat heette toen ketterij of in het beste geval alchimie. De religieuzen hadden daar maar één antwoord op: inquisitie. Die mentale stoornis heeft de positieve evolutie en het natuurlijke aanpassingsvermogen van de mensen sterk afgeremd. De negatieve invloed blijft doorgaan ondanks de bewijskracht van de wetenschap. Het is een strijd tussen "geloven" en "weten".
 

We blijven nog even hangen in vervlogen tijden. Charles Darwin was een gelovige, een racist met een aangeboren superioriteitsgevoel, eigen aan de religie die alles overheerste, waar wetenschap ondergeschikt was aan Roomse dogma's en absurde verhalen.

Maar Darwin was vooral een koppigaard die zijn ideologie en zijn geloof niet liet knagen aan zijn vaststellingen.

De illustraties in zijn werk zijn zeer gedetailleerd en zijn een voorbeeld van doorgedreven leergierigheid en zoeken naar onomstotelijke wetenschappelijke zekerheden. Maar Darwin's precisiewerk werd niet als een voorbeeld gezien door iedereen. De scholen, in die tijd allemaal religieuze instellingen, hielden er toen andere ideeën op na.

 

Zijn natuurgetrouwe afbeeldingen werden genegeerd omdat de evolutie van het leven en van de levende organismen (het aanpassingsvermogen) een wetenschap is die indruist tegen het scheppingssprookje.

In diezelfde periode kregen de schoolkinderen een "Atlas de poche" als leerboek met afbeeldingen van dieren en planten en waarin de uitgever C. Callewaert (Brussel) het volgende schrijft:

Atlas advies

De weinige concurrentie die onze atlassen ondervinden, is een prijsconcurrentie. Maar we vertrouwen erop dat tot op heden geen enkel soortgelijk artikel onze edities heeft geëvenaard, zij het door de strikte topografische nauwkeurigheid van onze kaarten, zij het in de uitvoering van het drukwerk en de detailafwerking ervan. Daar twijfelt niemand aan. Maar de lage prijs van minderwaardige boeken kan bepaalde kopers ertoe overhalen om daarvoor te kiezen. Het is om die misrekeningen tegen te gaan dat we deze atlas uitgeven waarvan de lage prijs aan iedereen de mogelijkheid biedt hem aan te schaffen. De kaarten in deze zakatlas worden constant aangepast aan de nieuwe grenzen en geografische ontdekkingen en ze zijn getekend en ingekleurd met dezelfde kleuren als die in onze grote atlassen gebruikt worden zodat de leerlingen vanaf het begin gewoon zijn aan het bestuderen van onze kaarten en zo de juiste weg vinden in de hogere klassen waar onze grote atlassen algemeen in gebruik zijn. De tekeningen die zich op de achterzijde van bepaalde kaarten bevinden zijn afbeeldingen van de dieren en planten die in die gebieden voorkomen.

We hebben de grondbeginselen van de zoölogie en de botanica die bij deze tekeningen horen, gepubliceerd. De instellingen die deze atlas in hun boekenpakket opnemen, ontvangen hiervan gratis een exemplaar. Deze instellingen ontvangen ook onze "Nieuwe Algemene Aardrijkskunde" aan 3 frank per dozijn."

 

We zullen de dieren uit deze "ongeëvenaarde editie" eens wat naderbij bekijken en ze vergelijken met Darwin’s illustraties, gemaakt door Joseph Wolf.

 

GOGE09-04

Darwin's illustraties

GOGE09-03

Uit de "Atlas de poche"

GOGE09-01
GOGE09-02

Vooral de twee illustraties rechts tekenen een beeld dat in de koloniale glorietijden algemeen was. De chimpansee, de orang-oetang, … de zwarte Afrikaan, het waren allemaal minderwaardige schepsels, zeer ondergeschikt aan de grote blanke man.

God werd trouwens steevast voorgesteld als een blanke met een baard zodat het (of hij) zeker geen Afrikaan of een Indiaan of nog erger, een vrouw kan zijn. Dat maakte de uitroeiing veel lichter voor de toch al zwaar getourmenteerde geesten van de evangelisten die hun bloedige boodschap in verre vreemde landen gingen verspreiden, samen met hun zieke zaad.
 

Het waren onze overgrootouders die de nonsens over superieure schepsels en ondergeschikte schepsels te slikken kregen. Van mensen met een vertekend beeld en een verkrachte geest. De hoogtepunten van dat superioriteitsgevoel waren 1914-1918 en 1940-1945. Gött was toen nog mit Uns en de wetenschap kreeg meer en meer sponsoring uit de vetpotten van de oorlogsindustrie. Er zijn dus blijkbaar nog heel wat inferieure wezens die uitgeroeid moeten worden. Waarvoor heb je die ideologie van superioriteit anders nodig? Je hoeft geen wetenschapper te zijn om dat te begrijpen.

Wetenschap is een vak dat wordt geleerd in de scholen. De bron van de lessen is lectuur en praktische ervaring. Als die informatiebronnen verkracht zijn door religieuze of ideologische invloeden, dan wordt positieve evolutie een onbereikbaar doel. En dan is de wetenschapper feitelijk niets meer dan de onnozelaar met de witte jas die met een paar moeilijke woorden aan het ongeletterd plebs komt verklaren dat het ene waspoeder witter wast dan het andere. Zowel de waspoeders als de witte jas worden in hetzelfde fabriekje gemaakt.
 

Darwin was verboden gebied.

NIH (Wikipedia)

OBON16-03
OBON16-02
OBON16-01

Cannabis voor de Wetenschap

Andrew Joseph voor Alternet.org (25 juli 2017)

DEA stelde voor om aanvragen in te dienen voor cannabisteelt voor wetenschappelijk onderzoek maar geeft geen vergunningen. Sinds zij in augustus 2016 een beleidswijziging aankondigden, werd geen enkele aanvraag gehonoreerd.
 

Van de 25 aanvragen die in de loop van de laatste twaalf maanden werden ingediend om cannabis te kweken voor wetenschappelijk onderzoek, werd niet één door DEA aanvaard.

Het agentschap beweert geen tijdslimiet te hebben om een aanvraag goed te keuren of te weigeren. Zij argumenteren dat het te maken heeft met een nieuw controleproces. Alle aanvragen blijven gelden en geen enkele werd verworpen, zegt Katherine Pfaff, een woordvoerster van de Drug Enforcement Administration.

Voorstanders van cannabisonderzoek reageerden positief op de aankondiging van augustus 2016 van DEA om meer kwekers een vergunning te geven. Maar critici zien de aankondigingen van 2016 enkel als propaganda en stellen dat de DEA haar beleid helemaal niet wijzigt. En, zo zeggen ze, er zijn de signalen van de Trumpadministratie, meer bepaald van justitieminister Jeff Sessions, een Anslinger als het over drugs gaat. Die signalen doen twijfel rijzen of de DEA ooit een andere kweekvergunning zal afleveren.

“Welke vooruitgang heeft de DEA het voorbije jaar geboekt? Niets!”, zegt Rachel Gillette, advocaat in Colorado, gespecialiseerd in het cannabisbeleid. “Het zou me verwonderen als we binnen vijf jaar een vergunning toegekend zien.”
 

canna 3 Meve

Foto Meve

De DEA stond de voorbije jaren onder druk om cannabisonderzoek te liberaliseren. Wetenschappers argumenteren dat er een groeiende nood is aan onderzoek gebaseerd op feiten en bewijzen in een tijd dat steeds meer mensen aan zelfmedicatie doen met cannabis. Deskundigen waarschuwen dat er te weinig diepgaand onderzoek gebeurt om cannabis als medicijn te valideren en dat producten uit de cannabisplant dikwijls niet gereguleerd zijn.

“Er zijn veel meer bestanddelen in de cannabisplant dan alleen THC”, zegt Lyle Craker die medicinale planten bestudeert aan de universiteit van Massachusetts in Amherst. Zij diende een aanvraag in voor een vergunning. “We moeten dat onderzoek kunnen doen om een duidelijk zicht te krijgen op wat de plant te bieden heeft en de mensen te informeren over wat wel en wat niet te gebruiken. We hebben een basis nodig.”

Tientallen jaren lang is de universiteit van Mississippi de enige vergunde bron gebleven van cannabis voor onderzoek. De universiteit heeft een exclusief contract met de federale overheid. Maar wetenschappers stellen dat de geproduceerde hoeveelheden en variëteiten niet voldoen aan de vraag.
 

Craker diende in februari 2017 een aanvraag in na een samenwerking met een non-profit organisatie ( Multidisciplinary Association for Psychedelic Studies) en kreeg een maand later van DEA een bijkomende vragenlijst. Die werd ingevuld en op 12 april naar DEA verstuurd. Sindsdien heeft hij niets meer vernomen.

“Wat is hun beleid?”, vraagt Craker zich af. “Zij zeggen open te staan voor onderzoek maar weigeren de nodige vergunningen toe te kennen.”
 

Lyle Craker3

Republikein Andy Harris die voorstander is van een versoepeling voor cannabisonderzoek, zei dat een farmabedrijf in zijn district ook een vergunning had aangevraagd en dat hij in dat verband contact had opgenomen met de DEA voor een stand van zaken. Pfaff, woordvoerster van de DEA zei niet te kunnen discussiëren over wie een vergunning heeft aangevraagd, of er academici betrokken zijn, farmabedrijven of kwekers uit staten waar medisch of creatief gebruik van cannabis zijn toegelaten. Het is ook niet bekend hoeveel van de 25 aanvragers werkelijk in overweging genomen worden.

De aankondiging van de DEA in augustus 2016 viel samen met hun verklaring dat cannabis een Klasse 1 drug blijft, wat betekent dat er een hoog potentieel voor misbruik is zonder medische waarde. Een aantal wetenschappers ergert zich al lang aan de plaatsing onder Klasse 1 waar cannabis samen ondergebracht is met heroïne en andere hallucinogenen. Dat verplicht hen een hele resem (dure) veiligheidsmaatregelen en beleidshindernissen te nemen om aan een studievergunning te geraken.

Samen met democraat Earl Blumenauer (Oregon) wil Harris dit jaar een wetsvoorstel indienen om de beperkingen van cannabisonderzoek te versoepelen. De twee congresleden worden een beetje gezien als een raar stel: Harris is een conservatief die zich verzette tegen de legalisering voor creatief gebruik terwijl Blumenauer een groot voorstander is van de legaliseringsbeweging in het congres. Maar ze zijn het eens dat, nu meer en meer staten cannabis legaliseren, deskundigen nog altijd niet helemaal begrijpen of en hoe cannabis gebruikt kan worden als een erkend medicijn en of het gebruik schadelijk is. Antwoord op die vragen kan er enkel komen via wetenschappelijk onderzoek, zeggen zij.

“Als Andy en ik op dit punt overeen komen dan wijst dat op de consensus dat we vooruit moeten”, zei Blumenauer, “ik ben alleen geschokt dat voor de DEA de tijd is blijven stilstaan terwijl iedereen die betrokken is het erover eens is dat onderzoeksmogelijkheden vereenvoudigd moeten worden.”

(Nederlandse bewerking Cannaclopedia2017)
 

Lyle Craker

Medical Marijuana & The DEA | Lyle Craker

Psymposia dd 22 februari 2015
Duur: 14’07
 

 

Cannabisgebruik heeft geen invloed op IQ

“Marihuana maakt mensen dom, vooral jongeren.”

Dat stelde de conservatieve columniste Ann Coulter tijdens een debat op Politicon einde juli 2017 (zie video VVDM17-07)
 

Van cultuurbarbaren als Coulter kan je dat verwachten. De idee dat cannabis roken een blijvend negatief effect heeft op de intelligentie is echter niet meer dan een hardnekkige mythe die maar al te vaak door de politiek – van links naar rechts – gebruikt wordt. Nochtans leveren wetenschappelijke studies weinig of geen basis voor deze bewering.
 

Gegevens uit langetermijnstudies werden onlangs online gepubliceerd in “Addiction”. Cannabis roken is niet geassocieerd met negatieve effecten op de ontwikkeling van de hersenen. Een team onderzoekers uit de VS en de UK evalueerden of er een oorzakelijk verband is tussen cannabisgebruik en wijzigingen na verloop van tijd in het neuropsychologisch vermogen bij een nationaal representatieve groep van volwassen tweelingen. De auteurs meldden dat niet het cannabisgebruik maar “de familiale achtergrond” een negatieve invloed heeft op het cognitieve vermogen bij volwassenen.

Zij schreven: “Wij stelden vast dat jongeren die cannabis gebruiken een lagere IQ hadden op 18-jarige leeftijd maar er was weinig bewijs dat cannabisgebruik geassocieerd was met een IQ vermindering tussen 12 en 18 jaar. Meer nog, hoewel cannabisgebruik geassocieerd werd met een lager IQ en zwakkere uitvoeringsfuncties op 18 jaar, kwamen die associaties over het algemeen niet voor bij tweelingen van dezelfde familie, wat erop wijst dat de familiale achtergrond verklaart waarom jongeren die cannabis gebruiken slechter scoren bij testen van IQ en uitvoeringsfuncties.”

De onderzoekers concludeerden: “Gebruik van cannabis door jongeren tijdens een korte periode lijkt geen IQ vermindering noch verzwakte uitvoeringsfuncties te veroorzaken, zelfs niet bij zwaar cannabisgebruik.”

Zij zijn niet de enigen die tot dat besluit komen. In 2016 deden onderzoekers van de universiteit van Los Angeles Californië gelijkaardige langetermijnanalyses op de mogelijke impact van cannabisgebruik op het IQ in een afzonderlijke groep tweelingen. Zij meldden geen dosisgerelateerd verband tussen blootstelling aan cannabis en een verminderde IQ op 20-jarige leeftijd en observeerden geen verschillen van betekenis in de prestaties tussen cannabisgebruikers en hun tweeling broer/zus die niet gebruikten.

De onderzoekers concludeerden: “De grootste langetermijnstudie over cannabisgebruik wees geen direct effect aan van intellectuele verzwakking. … Het gebrek aan een dosisgebonden relatie en de afwezigheid van noemenswaardige verschillen tussen tweelingbroers doet ons besluiten dat de verzwakking die bij cannabisgebruikers wordt waargenomen, eerder te wijten is aan verwarrende factoren die hun invloed laten gelden dan aan een neurotoxische werking van cannabis.”
 

De bevindingen van de UCLA kwamen overeen met die van een apart gevoerd onderzoek op lange termijn waarvan de gegevens eerder dat jaar in het Journal of Psychopharmacology gepubliceerd werden. De onderzoekers bestudeerden het IQ en het leervermogen bij 2.235 tweelingen. Ook zij rapporteerden dat na correctie voor potentiële invloeden, zoals het gebruik van tabak en alcohol, de jongeren die cannabis gebruikten “niet verschilden van niet-gebruikers op het vlak van IQ of leervermogen.”

Onderzoekers in Florida deden een gelijkaardig onderzoek eerder dit jaar. In een artikel voor “Drug and Alcohol Dependence” rapporteerden zij over de impact van cannabisgebruik op de intelligentie bij personen over een periode van 14 jaar (opvolging vanaf 12 jaar tot hun 26 jaar). Zij concludeerden: “Onze bevindingen toonden geen noemenswaardig verband tussen cannabisgebruik en veranderingen in de scores voor intelligentie.”

Toch blijven politieke tegenstanders van een hervorming van het cannabisbeleid van mening dat wiet roken “het IQ met 6 tot 8 punten reduceert”. Deze bewering komt voort uit de wijdverspreide conclusie van een Nieuw-Zeelandse studie die in “The Proceedings of the National Academy of Sciences” gepubliceerd werd. Daarin werd gesteld dat aanhoudend cannabisgebruik door jongeren tot aan hun volwassenheid, geassocieerd werd met een iets lagere IQ op 38-jarige leeftijd.

Nochtans wees een herziening van de gepubliceerde data, later in dezelfde uitgave, erop dat de geobserveerde veranderingen te wijten waren aan een gebrekkige controle op verwarrende variabelen, in de eerste plaats de socio-economische verschillen tussen gebruikers en niet-gebruikers en werd ook geen rekening gehouden met de invloed van het cannabisverleden van de geteste personen.

In een later paper rapporteerde de hoofdonderzoeker van de Nieuw-Zeelandse studie dat, rekening gehouden met de aanwezigheid van verwarrende variabelen, het moeilijk, zelfs onmogelijk wordt veranderingen in  het theoretisch vermogen toe te schrijven aan cannabisgebruik alleen als we vaststellen dat de effecten van hardnekkig cannabisgebruik door jongeren op het theoretisch vermogen “verwaarloosbaar zijn nadat op de aanwezigheid van alcohol en tabakgebruik gecontroleerd wordt”.
 

Door: Paul Armentano, afgevaardigd bestuurder van NORML voor Alternet dd. 4 augustus 2017 - Nederlandse bewerking Cannaclopedia2017
 

Opmerking: Het zou zeer leerrijk zijn te weten met hoeveel punten het IQ verlaagd is bij de Afghaanse jongeren na 17 jaar Amerikaans oorlogsterrorisme.
 

Coulter

 

Website_Design_NetObjects_Fusion
LOGO2016
HND1
HND2
AE link