Werkwinkel

 

 

Tekst: ©JosNijsten2004

 

"Officieren van de gerechtelijke politie kunnen te allen tijde, dus ook ‘s nachts, panden betreden waar drugs verhandeld en opgeslagen worden, of waar drugs gebruikt worden in aanwezigheid van minderjarigen." (drugswet - artikel 7 § 3). Van die drugswet werden in artikel 7 de paragrafen 1 tot en met 3 vervangen door artikelen 268 tot 271 van de programmawet. Daarin komt de bovengenoemde bevoegdheid niet meer voor. "Dat betekent concreet dat een huiszoeking overdag of ‘s nachts op basis van art. 7 § 3 van de Drugswet door een officier van de gerechtelijke politie niet meer mogelijk is en dat vanaf nu dergelijke huiszoekingen volstrekt nietig zijn aangezien ze geen wettelijke basis meer hebben", zegt een Antwerpse onderzoeksrechter in De Juristenkrant nr. 82. "Zoals de tekst nu voorligt, houdt hij in dat enkel de vermelde ambtenaren van de FOD Volksgezondheid de bevoegdheid krijgen bepaalde lokalen te betreden op voorwaarde dat ze beschikken over een voorafgaande machtiging van de politierechtbank."

 

Zoals je ziet, wetten maken of wijzigen is op eieren lopen. En als het dan uiteindelijk definitief op papier staat, komt iedereen met een eigen interpretatie van de teksten aandraven. De spraakverwarring is compleet, de toren (foto links) zal dan ook instorten.

 

Drugs in Chaotië 1: de straathoekwerker.

 

Over problematisch gebruik, over afhankelijkheid van het product, stelt Antoine Boucher van Infor Drogues Bruxelles in een interview met Soft Secrets Frans dat een politieagent niet gekwalificeerd is om te oordelen of iemand probleemgebruiker is of niet. Een agent kan enkel vaststellen of iemand de wet overtreedt of niet. Dat is zijn werk. Afhankelijkheid is een gezondheidskwestie. De wet zegt dat je cannabis mag bezitten voor zover je geen gedrag vertoont dat maatschappelijke overlast teweegbrengt. Iedereen heeft zo zijn idee over wat dat inhoudt. Elke gemeente heeft haar eigen gebodjes en verbodjes. Dat maakt het extra ingewikkeld. Indien je autoradio te luid staat waardoor je geluidsoverlast veroorzaakt en je wordt door de politie geïnterpelleerd die dan cannabis bij jou vindt, dan worden de twee elementen met elkaar verbonden. Het is een artificiële link, na de feiten geconstrueerd, maar de rechter spreekt zware boetes uit.

 

Daarom heeft Infor-Drogues een gedeeltelijke annulering gevraagd van de wet, meer bepaald van de punten "problematisch gebruik", wat niet gesanctioneerd moet worden, en "maatschappelijke overlast", waarbij de verschillende elementen afzonderlijk moeten beoordeeld worden en niet op basis van een verondersteld verband. "Deze wet geeft aan de politie een medische opdracht. Zij moeten vaststellen of je in goede gezondheid bent of niet. En ze geeft een repressieve rol aan de gezondheidswerkers bij wie toch bevestiging van de politionele vaststelling gevraagd wordt. Er wordt aan hen niet gevraagd of zij die rol willen spelen, maar ten overstaan van de gebruikers verliezen ze wel hun betrouwbaarheid, want wat blijft intussen over van het beroepsgeheim?" vraagt Boucher zich af. "De tendens om justitie en gezondheid met elkaar te verwarren is sterk aanwezig. Er wordt hen gezegd dat ze hetzelfde objectief hebben en dat is een leugen. Gezondheidswerkers worden op die manier geassocieerd met een repressieve organisatie. Het onderscheid is aan het vervagen. Het is dan ook een reëel gevaar dat de gebruikers zich keren tegen alles wat naar therapie ruikt en daar heeft niemand belang bij. En het zal zeker geen bijdrage leveren tot de nationale veiligheid."

 

"We moeten de zaken bekijken zoals ze zijn. Men heeft er alle belang bij dat de mensen die problemen hebben met hun gebruik, het volste vertrouwen hebben in het medische korps waarop zij beroep doen. Die nieuwe wetgeving blaast de contacten op tussen gezondheidswerkers en probleemgebruikers. Werk van tientallen jaren wordt tenietgedaan."

 

Drugs in Chaotië 2: de wetenschapper

 

Een tweetal jaren geleden publiceerde het wetenschappelijke topblad Science de resultaten van een onderzoek naar hersenschade door xtc. Tien apen kregen - volgens de studiebeschrijving - één enkele dosis van de drug geïnjecteerd. De schade was groot, twee apen overleefden de injectie niet. Met grote titels brachten de media wereldwijd het verhaal. De tegenstanders van drugs hadden het ultieme bewijs gevonden: één nachtje xtc is dodelijk. Het repressieapparaat reageerde onmiddellijk.

 

Een jaar later gaf de verantwoordelijke wetenschapper, George Ricaurte (foto links), toe dat zijn team per vergissing de apen ingespoten had met een grote dosis methamfetamine in plaats van xtc. Science trok de publicatie formeel in. Deze keer echter geen grote titels - als rechtzetting - in de media en ook geen reacties uit politionele hoek.

 

Dit klinkt misschien allemaal een beetje bizar, maar het is tekenend voor iets dat van vitaal belang is voor drugsonderzoek, namelijk de neutraliteit. Voor Peter Cohen, onafhankelijk drugsonderzoeker aan de Amsterdamse universiteit, illustreert George Ricaurte de problemen rond illegale drugs. Lang voor de publicatie in Science hem bekendheid bracht, werd Ricaurte door een aantal wetenschappers ervan beschuldigd dat hij vooringenomen was en illegale drugs zo gevaarlijk mogelijk wilde voorstellen. Het motief van Ricaurte bleek subsidie te zijn. Wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke carrières zijn erop gebouwd, en de prijzen liggen hoog. Het apenonderzoek alleen al kostte bijna anderhalf miljoen euro.

 

Wetenschappers moeten ergens hun geld vandaan halen, en financiële steun is erg schaars. De farmaceutische industrie is niet geïnteresseerd in onafhankelijk onderzoek. De meeste overheden zijn niet bereid om onderzoek te bekostigen naar drugs die toch al illegaal verklaard zijn. Behalve dan de Noordamerikaanse overheid, die kwistig met dollars strooit als illegale drugs gedemoniseerd moeten worden. Resultaat: 85 procent van het totale onderzoek dat in de wereld gebeurt naar de gezondheidsaspecten van drugsmisbruik en verslaving, wordt betaald door het Amerikaanse NIDA (National Institute on Drug Abuse). Maar dat geld komt niet zonder ideologie. De Amerikaanse overheid wordt gedomineerd door de War-on-Drugs-ideologie waarin drugs niet simpelweg een gezondheidsrisico vormen dat rationeel bestudeerd en geregeld kan worden. Drugs zijn er in de eerste plaats crimineel, immoreel en door en door slecht. Voor alcohol is de lijn getekend tussen gebruik en misbruik, in de drugsoorlog is die lijn weggeveegd. Alle gebruik is misbruik, alle gebruik is destructief, en het is aan de wetenschap om dit aan te tonen.

 

In zijn studie probeerde Ricaurte iets te bewijzen dat paste in die ideologie. Dat hoeft niet te verwonderen: in zijn carrière had Ricaurte al 10 miljoen euro toegestoken gekregen van NIDA. In ruil daarvoor kregen ze de studieresultaten die ze wilden hebben.

 

Dat is natuurlijk niet de enige manier waarop wetenschappelijk onderzoek gemanipuleerd wordt door de drugsjagers: het niet financieel steunen van objectief onderzoek is even efficiënt. "Als ik NIDA zou benaderen om aan te tonen dat marihuanagebruik lang niet zo problematisch is als het gebruik van alcohol, dan zou ik geen steun krijgen," zegt professor Cohen (foto links). Hij zegt erbij dat zijn eigen onderzoek, bij gewone mensen uitgevoerd, uitwees dat matig gebruik van cocaïne weinig of geen fysische of sociale schade teweegbracht. Hij kon dit werk doen met de financiële steun van de Nederlandse overheid. Maar in vele andere landen is dit niet het geval. Als er al onderzoek bekostigd wordt, dan is dat beperkt tot het bestuderen van verslaafden in klinieken of in de straat. In eender welke andere materie zou dergelijk onderzoek als "selectief" beoordeeld worden en onaanvaardbaar. Het zou de NIDA-resultaten verstoren. En dat is in onderzoek van illegale drugs een gestandaardiseerd denkpatroon.

 

Cohen: "Het gebeurt gedurig aan. Ik was betrokken bij het cocaïneonderzoek van de WHO en ik heb het zien gebeuren." Hij was begin jaren 1990 betrokken bij wat genoemd werd "het grootste globale onderzoek naar cocaïnegebruik dat ooit was ondernomen". De studie was voltooid in 1995 en wees uit dat de meeste gebruikers occasionele gebruikers waren en dat dit niet leidde tot buitensporig gebruik. Er werd weinig of geen schade vastgesteld. De resultaten van het onderzoek stonden haaks op de War-on-Drugs-ideologie. De VS dreigde met terugtrekking van hun financiële steun als het rapport gepubliceerd zou worden. De Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) ging door de knieën en het rapport werd begraven.

 

Veel onafhankelijke journalisten beginnen het spel door te krijgen en twijfelen aan de waarde van wat door de overheid hen over drugs vertelt, maar slechts weinigen weten hoe vergiftigd de productie van kennis van drugszaken wel is. Na de Europese verkiezingen zullen weer nieuwe denkpatronen komen bovendrijven. Hopelijk hebben ze meer te bieden dan de verpakte lucht waarmee de huidige politiek komt aandraven.

 

Meer wetenschap hier.