Cannabis en autorijden in Duitsland
Het Federaal Grondwettelijk Hof, de hoogste rechtsmacht in Duitsland, kondigde op 12 juli 2002 aan dat enkel het bezit van cannabis onvoldoende reden is om de rijvaardigheid in vraag te stellen. De rechtbank vonniste in het voordeel van een autobestuurder die zijn rijbewijs kwijtspeelde nadat hij geweigerd had een urinetest op drugs te ondergaan. De hoogste Duitse rechtbank argumenteerde dat er geen verband was tussen druggebruik en autorijden in deze zaak.
Het Hof verklaarde in januari 2005 de uitvoering van de wet, waarbij
bestuurders met meetbare sporen van THC in hun bloed beschouwd worden als
zijnde onder invloed van cannabis, ongrondwettelijk. De rechter stelde dat het
niet de bedoeling was van de wetgever om personen te vervolgen die THC-positief bevonden worden maar niet onder de invloed
zijn van de drug. Hierbij moet opgemerkt worden dat wetenschappers het eens
zijn dat er geen effect optreedt bij THC-concentraties
in het bloed lager dan 1 ng/ml. De rechters oordeelden
in een zaak van een man die een wagen bestuurde terwijl hij een THC-concentratie in zijn bloed had die lager was dan 0,5 ng/ml. Hij gaf toe cannabis te hebben gerookt 16 uren voor
hij in de wagen stapte. Zijn rijbewijs werd toen door de overheid ingetrokken.
(Bron:
Persberichten van het Duitse Federale Grondwettelijk Hof van 12 juli 2002 en 13
januari 2005)