Neem de trein ... het is altijd een beetje vakantie
Tekst en foto ©JosNijsten2001
Einde december 2001: een grijze zaterdag vol
verkeersinformatie over gekantelde vrachtwagens en brandende schepen. Ik sms
mijn vriendin om haar een prettige dag te wensen, een dagelijks ritueel. Geen
antwoord. Ik probeer nog een keer als ik op de overvolle trein naar Dordrecht
zit. Weer geen antwoord. Op weg naar het feestje, bij Jan, bedenk ik wat de
reden kan zijn van de absolute stilte aan de andere kant van de lijn. Misschien
kunnen vanuit België naar Nederland geen smsjes verzonden worden tussen
verschillende gsm-merken, probeer ik mezelf gerust te stellen. "Overstappen
in Roosendaal, deze trein rijdt niet verder", hoor ik ergens op de
achtergrond. Goed zo, denk ik, dan kan ik ontsnappen aan die twee
hyperkinetische kinderen tegenover mij.
Thuis heb ik al mijn guldens
samengeraapt om euro-redenen. Beter in Nederland nog een feestje bouwen dan
noodgedwongen later met een muntverzameling te blijven zitten. Dus bij aankomst
een wietje op de kop tikken en feesten maar. Niks aan de hand, ik moet toch
niet met de auto rijden. Ik probeer opnieuw te sms-en naar België. Geen
reactie. Er is iets mis. Het geeft me een onbehaaglijk gevoel en het
avondetentje met Jan wordt geannuleerd. Vroeger dan voorzien, terug naar
Antwerpen.
"Neem
dit mee", zegt Bart, "een Vaportec om de geur van de wiet te
neutraliseren". Hoewel ik al een oliebollenaroma meedraag, kan het nooit
kwaad iets nieuws te proberen. Stel dat de kans zich voordoet om het echt uit
te testen. Je mag er niet aan denken.
Tot
Roosendaal verloopt de terugreis normaal: de meeste reizigers zijn druk in de
weer met gsm en ik lees mijn krant want ik krijg geen contact. De
kaartjesknipper beweegt zich voort tussen de reizigers alsof hij de meest
onmisbare schakel is in het treinwezen. Halverwege Roosendaal-Antwerpen komt
een man op de zetel zitten naast mij aan de overkant van de wandelgang. Hij
prutst wat aan zijn sokken en ik zie dat hij iets wegmoffelt. Op zich is dat niet
ongewoon, maar die man had nog iets méér. Of beter gezegd, iets minder: hij had
namelijk geen jas - midden in de winter! - en geen bagage. Personeel van de
trein, of toebehoren?
Toebehoren,
zo bleek, want nog geen minuut later stappen twee griezels binnen met een
snuffeldier. "Zoek, zoek, zoek", port griezel 1 - laten we hem voor
het gemak 'Adolf' noemen - zijn hond aan. Tien minuten daarvoor had ik het
pakje Vaportec opengescheurd en rond mijn wiet gedraaid. Ik zou nu te weten
komen of het echt werkt. Adolf en Co komen dichterbij. Snuffel, snuffel,
snuffel. Ik lees schijnbaar onverstoord mijn krant verder. In het slechtste
geval ben ik mijn wiet kwijt en mijn mooie titaniumpijpje. De hond loopt na wat
gesnuffel voorbij. Werkt dat spul dan toch? Adolf is niet overtuigd. De kerel
die tegenover mij aan zijn sokken zat te prutsen lokt nu de hond naar waar ik
zit. Snuffel zegt pro forma even "Waf! Waf!" tegen hem maar het beest
reageert niet op mijn wiet. Hij komt tot op enkele centimeters afstand en
reageert niet! Nog eens opnieuw proberen. Weer weg, dan weer terug. "Zoek,
zoek, zoek". Tot acht keer toe wordt de hond teruggestuurd, zonder
resultaat. Ik had op dat ogenblik wél resultaat: ik had ontdekt dat de man
zonder jas, door te gaan zitten op de zetel naast mij, mij had aangeduid voor
controle. De hond was niet in staat om een worst van een banaan te
onderscheiden. Hij had na acht keer snuffelen en hersnuffelen niets gevonden.
Adolf geraakt gefrustreerd en weigert op te geven. Ik heb immers lang haar, draag
geen merkkledij, en ik was aangewezen door die Stasi aan de andere kant. Toch
verdwijnen ze allemaal naar de volgende wagon. Ik denk: "Shit man, dat
spul werkt écht!"
Mijn
glimlach is nog niet op volle breedte of Adolf is daar terug: "Mijnheer,
wilt u mij volgen alstublieft". Hij vroeg het zo mooi. Neen zeggen kwam
niet in mij op. "Mijnheer, hebt u drugs bij u, verdovende middelen?"
Ik denk nog "vraag het aan je hond, lul" maar er groeit een mooi
artikel in mijn hoofd en ik begin zowaar te genieten van de situatie. Tegenover
mij staat een twintiger met een vijftal plasticzakken ter grootte van een
A-viertje voor "ze evidenz". Daarnaast staat Adolf en een tweede
griezel. Geen van de honden toont enige interesse voor de inbeslaggenomen
marihuana die nochtans hapklaar binnen bereik is. Terwijl mijn tas op een
respectloze manier doorzocht wordt door Adolf – duidelijk een gereformeerde
klootzak – worden mijn handen met kabelstrips op mijn rug gebonden, want ik ben
nu een misdadiger. Eén van de mensenbegrenzers vraagt of ik weet "welk
misdrijf ik gepleegd heb" en waarom ik aangehouden word. Ja, dat weet ik,
ik heb meer wiet mee naar huis genomen dan voor eigen gebruik aannemelijk wordt
geacht: een gram of vijftien. Mensen die een volledige doos sigaretten kopen,
roken dat toch ook zelf op en één pakje sigaretten weegt al 25 gram. Tabak is
dan nog ongezond, cannabis is alleen maar illegaal. Argumenten voor
dovemansoren. Befehl ist Befehl. Wet is wet. De tipgever krijgt achter de rug
van Adolf een plastic pakte toegestopt ter grootte van een ei en moffelt dat
weg in zijn jeanszak. Loon naar werken?
Met z’n
zevenen worden we geboeid uitgeleverd aan de feds. Een kleine opdonder,
duidelijk lijdend aan een minderwaardigheidscomplex vanwege zijn beperkte
gestalte maar gesterkt door zijn uniform, pikt zijn slachtoffer uit. We moeten
een drietal wagons door. Allemaal op een rijtje tussen de uniformen van
"het gezag". Om te vermijden dat de reizigers zouden denken dat we terroristen
zijn die de trein willen opblazen – en uiteraard onszelf ook – zeg ik luidop:
"Rustig mensen, we zijn maar cannabisgebruikers". Niemand reageert.
Ik kijk achterom en zie op enkele koppen zweetdruppels parelen. "Wat
zouden die te verbergen hebben", denk ik. De kleine dikke is ruw met zijn
prooien, een jongen van een jaar of 18 met zijn frêle vriendinnetje. Achter
mijn rug draag ik mijn tas mee in geboeide handen. We paraderen over het perron
naar het bureau. "Is het nog dezelfde ruimte als vroeger?" vraag ik
aan mijn bewaker. "Oh, u was hier al?" Ja natuurlijk was ik daar al,
kale stationsruimte, maar warmer dan de vorige keer, dat voelde ik
onmiddellijk. Eenmaal binnen is de kleine dikke het omhoog kijken beu en dwingt
mij te gaan zitten. Ik wacht tot zijn smoel van kleur verandert vooraleer ik
mij laat zakken. Nog maar pas raakt mijn gat de stoel of ik word geroepen.
Joepie, eerst aan de beurt. De rol van de kleine dikke is dan uitsluitend
beperkt tot die van portier.
Ik volg
twee "nieuwe" feds naar een andere ruimte. Op tafel staat uitdagend
een doos met een voorraad rubber handschoenen. Dan begint de ceremonie: zakken
leegmaken, kleren controleren. Alsjeblieft, mijn hennepportefeuille van
HanfHaus, henneppullover van Bazaar Roosendaal, hennephemd van Cannabis
Konnexion, hennepbroek en hennepsokken van Hempdog. Hennepschoenen maat 43 van
Casa Natura waren uitverkocht. "Aha, we hebben hier een
fanatiekeling." Ja, maar dan fanatiek op zoek naar enige logica in het
cannabisverbod. Dat is wellicht ook de reden waarom ik dat verbod nooit
aanvaard heb en ook nooit zal aanvaarden. Uit mijn zakken komen mijn pijpje,
gsm, Vaportec, stadsplannetje, treinticket, en uit mijn rugzak twee boeken
cannaclopedia, folders cannaclopedia, en mijn camera.
Na twee minuten sta ik in mijn bloot
gat. "Wil je in mijn kont kijken?" vraag ik met een smile aan een van
de feds. "Daar is mijn loon iets te klein voor," antwoordt hij. Wat
een circus. De twee waren correct volgens de wet. De wet is gebaseerd op
intimidatie en vernedering. In overheidstermen heet dat "ontrading".
Ik huiver bij de gedachte hoe dat jonge koppeltje zich nu moet voelen. Twee
mensen die vrolijk op de feesttoer gaan, een paar grammetjes wiet kopen voor de
feestdagen en lap! Ze zullen nooit meer dezelfde zijn, verschrikkelijk.
Terug
aangekleed kom ik bij de officier van dienst. Daar moet nog een papier getekend
worden. Vermits het mijn tweede keer is word ik doorverwezen naar de
hulpverlening. Ik weiger op de doorverwijzing in te gaan, zet 'neen' op mijn
blad, teken, en zeg dat hij die hulpverleners maar naar mij stuurt voor een
informatief gesprek over wat cannabis is en voor welke statistieken zij zich
laten misbruiken.
Ik sta weer
buiten. Geen tekort aan wiet vanavond, maar het zijn toch maar weer 65 €
(pijpje + wiet) die in rook opgaan bij iemand anders. Ik probeer mijn vriendin
te bellen om te weten te komen wat bij haar was misgelopen die dag. Haar
handtas was 's morgens gestolen, geld, gsm, camera, ... De politie heeft
evenwel geen manschappen of tijd om zich daarmee bezig te houden. Begrijpelijk.
Ik hoor net
een politiewoordvoerder op de radio uitleggen dat er dit eindejaar een kwart
minder controles zijn geweest op alcohol in het verkeer. Bij gebrek aan
manschappen zeggen ze. Wegens de eurogeldtransporten en de eurotop enzo. Wat
was dat weer die uitleg over "laagste prioriteit"? Zatte chauffeurs
van de baan houden is geen prioriteit en wie een joint rookt en het openbaar
vervoer gebruikt is een gemakkelijke prooi. Wel, heren en dames van de alles
controlerende macht, als je personeel hebt om jointjes te vangen, dan heb je
vast en zeker volk voor hogere prioriteiten.
Weet je wie
er in Schengen belazerd werd?