"En voor de rest ben ik een arrogant oud manneke"

 

 

Tekst ©JosNijsten

Foto's archief Hugo Spencer, Meve, Johan Wouters en JosNijsten

 

Toen de Noordpool de helft meer ijs had dan nu en het ozongat alleen maar geassocieerd werd met de rosse buurt (o zo'n gat), liep in Antwerpen een kereltje van 17 rond die evenveel zin in werken had als een politieker. Een soort vrijheidsbeeld met pretentie.

 

Het was 1961 en rock&roll hing overal in de lucht. De benzine kostte niks en de grote Amerikaanse karren zweefden tegen honderd per uur over de Boudewijnsnelweg. Kennedy's dagen waren geteld en Nixon stond te popelen om een paar miljoen ton Agent Orange over Vietnam uit te strooien om de chemische concerns ter wille te zijn. FBI baas Edgar Hoover maakte in vrouwenkleren jacht op communisten, kortom, het was dé grote kans voor extreme gasten om hun klokkenspel te laten horen. En zo gebeurde het dat The Navarones, een jong lawaaigroepje uit Antwerpen, de zalen en rockwedstrijden afdweilde om gehoord, geprezen en respectievelijk zalig en heilig verklaard te worden. Ze speelden de finale van de "Gouden Snaar International Rock Contest" - in die periode zo een beetje de plaatselijke Oscars - in de onlangs volledig gerestaureerde ciné Roma te Antwerpen en wonnen. In 1962 schreven ze ook de "Grote Prijs Dynacord" op hun naam. Het bracht hen eer en glorie.

 

Wie meent dat acid rock iets is van de jaren 90 heeft "Live!" gemist, een formatie die Hugo Spencer in 1965 opzette samen met Jan Van De Ven, Koen De Bruyne, Gunter Hampel, Fredy Gosey, Arthur Indenbaum en Allan Wilson. De groep toerde door heel Europa en jamde met een soort free jazz de festivalpodia plat. Daarbij konden ze meermaals rekenen op de actieve muzikale ondersteuning van godheden als Soft Machine, Humble Pie, Yes, The Nice, Chicago Transit Authority, Focus, Sun-Ra, The Living Theatre of New York, Béjart, Tim Rose, The Beach Boys, ...

 

De groep kende een blitzstart en toerde door heel Europa. In België waren de Muze in Antwerpen en het RITS, de Brusselse filmschool, de gastheren. Tijdens dat laatste concert werd de groep door Denise Ren, een belangrijke kunstgalerij Rive Gauche te Parijs, gevraagd om de expositie van Victor Vasarely op te luisteren. Goed genoeg om diezelfde avond nog richting Franse hoofdstad te vertrekken. Daar werden dagelijks nieuwe contracten voor de groep afgesloten. Het onverwachte overlijden van drummer Jan Van De Ven maakte een einde aan de mooie plannen. Dat leidde tot het annuleren van een aantal tv-concerten en de groep werd ontbonden.

 

 

Enkele jaren later gaat Spencer rocken onder de naam "Us For You". Hij blijft wat rondhangen in Schotland, scherpt zijn slaapkamer-Engels verder aan en gaat met de groep toeren in Frankrijk. Serge Gainsbourg sluit met "Soixante-neuf, année érotique" de flower power periode af. Als Spencer in 1973 terugkeert naar Antwerpen ruiken de Mok, de Muze en vooral de Groene Michel naar Congowiet, Zwarte Afghaan en Rode Libanon. Ferre Grignard vroeg zich in die periode af wat te doen met een "Drunken Sailor" en zong "Ring Ring, I've got to sing" naar de Europese top. Ferre lanceerde in een tv-interview de kwakkel dat hij bananenschillen rookte en daar poepeloere-stoned van werd. Tijdens de maanden die daarop volgden werden volgens de statistieken meer bananen geconsumeerd dan ooit tevoren.

 

Ferre moet zowat de eerste langharige geweest zijn die het podium van de Parijse "Olympia" mocht betreden. Dit heiligdom was tot dan toe enkel voorbehouden aan de toen levende legenden als Brel en Piaf, Dietrich en Brassens.

 

Hugo ruilde zijn ritmegitaar in voor de bas en vond bij Ferre zijn plaats naast drummer Herwig Duchateau met wie hij in 1974 de groep "5th Ball Gang" leven inblies. Dat leverde een behoorlijke discografie (*) op en genoeg concerten om het krieken van de dag enkel nog mee te maken vóór het slapen gaan.

 

Ferre Grignard in 1973

 

Het moet ook wel erg goed geklonken hebben als Steve Marriot, Peter Frampton, Mick Fleetwood en Sun Ra spontaan sessies gaan meespelen.

 

Spencer herinnert zich: "Het was in de periode dat de eerste grote groepen uit Engeland en de VS op het Europese vasteland kwamen spelen. Wij waren zowat de enige Belgische vertegenwoordigers van de toen nieuwe muziekstijl. Marriot, Frampton en Fleetwood vonden mijn repertoire fantastisch. We zijn toen lol en muziek (vooral lol) gaan maken in mijn repetitiekot in Antwerpen. Voor de rest van de tour hebben we op elk concert een drietal nummers samengespeeld."

 

Hugo Spencer verliet België in 1976 om flamenco te gaan spelen in de Camargue. Hij ging een jaar of zes bij de zigeuners wonen in Formetera en speelde onder andere als bassist met Los Reyes (later The Gipsy Kings), Morré Kempfer, Birreli La Green, Manitas de Plata, ...

 

 

 

Foto: 5th Ball Gang met Herwig Duchateau en Tony Boast

 

 

"In de zomer woonde ik in de Camargue. In die zes maanden werkte ik twee optredens per dag af. Ik richte een "rhythm & blues" band op, een "Rumba Gitano" band, en was bassist bij Los Reyes. Tijdens de wintermaanden ging ik toeren in Engeland, Zwitserland en Frankrijk, samen met onder andere Antony Boast, Steve Grossman (Mothers of Invention) en Tim Rose. Terugkeren naar België zat er op dat ogenblik niet in. Ik ben dan in Zwitserland (Fribourg) gaan wonen en stelde een groep samen met gitarist Claude Bourbon en bassist Marcel Shutz, het Spencer-Shutz & Bourbon trio. Dat leverde een aantal prestigieuze concerten op, onder meer in het Casino van Montreux, de Fri-son in Fribourg, het Casino van Lausanne, Le Belvedère, ..."

 

Als hij dan terugkeert naar België is hij vergezeld van een Zwitserse schone aan wie hij eeuwige trouw en nog een hoop andere dingen belooft.

 

 

Van dan af staat Hugo Spencer op de Belgische podia onder eigen naam. Samen met Anthony Boast en Bert Embrechts wordt een stevige basis gelegd voor een nieuwe start van iets dat nooit stopte. Dat samenspel wordt in 1999 op live-CD vastgelegd en krijgt de titel 'Juke-Box from Hell' mee. In 2000 volgt "It's all wrong, but it's alright". Anthony Boast (guitar), Nikki Langley (backing vocals), Jo Flamand (sax), Herwig Duchateau (percussie) en Bert Embrechts (bass) raken op deze CD de noten op de juiste plaats.

 

Spencer neemt er zijn tijd voor. Hij is niet gehaast. Waarom zou hij ook, het is niet dringend.

Het komt er zo ook wel, net als die nieuwe CD.

 

(*) Discografie

 

LP Medium Cool (International Best-seller - EMI)

LP Good Times (International Best-seller - EMI)

Uit de albums werden 5 singles gelicht

LP Chalet Shuffle (Bubble-Records - Ariola)

CD Juke-Box from Hell (Riversite Records)

CD It's all wrong, but it's alright (Tune-Records)

Bas en productie van de laatste LP van Ferre Grignard

 

De release van de nieuwe cd, voorzien voor het voorjaar van 2006 zal even op zich laten wachten wegens het onverwachte overlijden van gitarist Antony Boast op 16 februari 2006.

 

"Difficult chords" - Photo©Meve

 

Momenteel lopen een aantal nieuwe projecten van Spencer. Voorbeelden vind je op volgende links:

http://www.youtube.com/watch?v=Xm9LzfUpsk8

http://www.youtube.com/watch?v=5WqPvHE68BM&feature=related

http://www.youtube.com/watch?v=4z-ZT5XNP-E&feature=channel