De oorlog tegen (sommige) drugs
"De
Oorlog tegen Drugs kan - alles wel beschouwd - niet blijven duren.
Hij zal
even snel ineenstorten als de Vietnam-oorlog,
zo gauw
de mensen doorhebben wat er in werkelijkheid omgaat"
(Joseph McNamara - ex-politiechef van Kansas
City en San Jose. Lid van de Hoover Institution).
Tekst: ©JosNijsten2001
2. Plan
Colombia
De pesticidengolf, bedoeld om papaver- en cocaplantages te vernietigen en de bron van inkomsten voor talrijke boeren uit te schakelen, is een onderdeel van Plan Colombia. Dit plan werd ontwikkeld door de Verenigde Staten en de Europese Unie met steun van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en heeft als doel het openstellen van afzetgebied en het stimuleren van buitenlandse investeringen in Colombia.
De media geven aan het plan verschillende
interpretaties, afhankelijk van het publiek dat de doelgroep uitmaakt. Maar
toch zijn er een aantal specifieke doelstellingen die in alle kritieken min of
meer overeind blijven:
* Het uitvoeren van maatregelen om buitenlandse investeringen aan te trekken en het bevorderen van de economische groei, het verstrengen van de verdragen rond de bescherming van buitenlandse investeringen, en vrije handel zoals de Wereld Handels Organisatie (World Trade Organisation,WTO - niet te verwarren met WHO, World Health Organisation) dat interpreteert.
* Vernietiging van illegale teelten in de regio rond de Putumayo en andere zones in Zuid-Colombia, en de vervanging ervan door 'productieve projecten, hoofdzakelijk permanente teelten zoals koffie, bananen, suiker, Afrikaanse palm, en dergelijke, door middel van "strategische allianties" tussen investeerders en kleine en grote landeigenaars die een alternatieve werkgelegenheid en sociale voordelen bieden aan de bevolking van de gebieden met illegale teelten.'
* Herstel van de militaire controle over die zones en modernisering van de militaire middelen.
* Reactivering van de economie.
Fundamentele stellingen van globalisering en het eenzijdige WTO-beleid, toegepast in Mexico in de jaren 1990, leidden tot destabilisering van de plattelandsregio en wijdverspreide onrust bij de bevolking. De uitvoering van de vrijhandelszone NAFTA in Mexico berustte op fundamentele veranderingen in het beleid zoals het schrappen van artikel 27 van de grondwet. Artikel 27, inhoudende het recht om gezamenlijk land te bezitten, beschermde inheemse gebieden die van oudsher niet gekocht of verkocht konden worden. De schrapping van het artikel uit de grondwet moest de investeringen vergroten en de economie aanzwengelen. Het resultaat was echter de opstand van de Zapatistas in januari 1994 en een uitputtingsoorlog die vandaag nog voortduurt.
Het
is moeilijk te geloven dat verdere militarisering van de War on Drugs en het gelijktrekken van de prijzen, voor Colombia
andere gevolgen zal hebben dan voor Mexico. Zoals het voorbeeld daar heeft
aangetoond komt een vrijhandelszone enkel ten goede aan de grote landeigenaars,
aan hen die onmiddellijk profijt opleveren en wiens financiële draagkracht de
nivellering van de prijzen voor de gehele markt kan opvangen. De kleine
landeigenaar wordt van zijn land verdreven en de landloze boer is gedwongen om
te werken in hongerloondienst. De landloze boeren en kleine landeigenaars in Zuid-Colombia die momenteel leven van de teelt en de
verwerking van coca en meer en meer tussen guerrilla en paramilitairen gesandwiched worden, zullen gedwongen zijn te migreren naar
andere zones, enerzijds om werk te vinden, anderzijds om te ontsnappen aan het
escalerende geweld en de gifwolken.
In de afgelopen tien jaar zijn meer dan anderhalf miljoen Colombianen van hun geboortegronden verdreven en zeker 35.000 kwamen daarbij om. Geschat wordt dat 2 procent van de bevolking - zo'n 800.000 mensen - het land ontvlucht zijn, de meesten naar de VS. Maar terwijl de middenklasse naar de States vlucht, zijn de minder begoeden verplicht de grenzen van Panama en Ecuador over te steken. Een groep vluchtelingen van circa 800 mensen heeft zich gevestigd in de dichte en haast ondoordringbare jungleprovincie Darien in het zuiden van Panama, de uiterste hoek van de Centraal-Amerikaanse landengte. Deze sterk aangroeiende gemeenschap is een nieuwe bron van destabilisering in het straatarme Panama. En net als in het verarmde oosten van Ecuador kan de aanwezige infrastructuur amper de lokale bevolking onderhouden. Er is niets voorzien voor vluchtelingen en immigranten. Zolang cocaïne illegaal en de vraag ernaar groot blijft - voornamelijk vanuit de VS - is concurrentie met andere gewassen uitgesloten. De vernietiging van de coca zou wel eens een omgekeerd effect kunnen hebben. De prijzen zullen stijgen, teelt en productie zullen geïntensiveerd worden. Ondanks de keiharde kampanjes om de teelten in Colombia te vernietigen is de productie tijdens de laatste jaren verdubbeld en het geweld in de regio is toegenomen.
Cijfers van de VS-overheid tonen aan dat ondanks intensieve uitstrooiing van herbiciden en andere vormen van uitroeiing, het teeltgebied met 200 procent toenam tussen 1992 en 1999. Alleen al in 1999 kwamen er 20.200 hectaren bij. Het is duidelijk dat de uitroeiingstrategie zonder een plan om de armoede te bestrijden en het levensonderhoud van de boeren te garanderen, gedoemd is om te falen.
Operatie Roundup
David
Hathaway, een Amerikaanse econoom die in Brazilië werkzaam is en expert is
inzake bioveiligheid, bevestigt dat 'de toepassing
van Roundup in landelijk gebied altijd al een ramp is geweest. Het is een
ramp omdat de problemen slecht geanalyseerd zijn, of zou ik moeten zeggen: het
probleem is goed geanalyseerd omdat de verkoop van Roundup
het probleem geworden is.' Hij gaat verder: 'Het is mogelijk en uitvoerbaar om
coca en papaver te vernietigen op een bepaalde plaats, dat klopt. Wat niet
mogelijk is, is de totale vernietiging van de teelten'.
De Roundup - scheikundige naam glyfosaat - van Monsanto werd op de markt gebracht in 1974 als een breedspectrumherbicide. Momenteel is het een van de meest gebruikte verdelgers wereldwijd, met een omzet van zo'n 12 miljard dollar jaarlijks. Het is ook een van de meest giftige producten. Volgens de EPA (VS-milieubeschermingsorganisatie) heeft een opname van 200 milliliter glyfosaat de onmiddellijke dood tot gevolg. Naast die onmiddellijke effecten van acute blootstelling heeft contact met de stof gedurende lange tijd, uitgewezen dat het product oorzaak is van schade aan het voortplantingssysteem en het genetisch materiaal van mensen. Andere gevolgen van blootstelling aan Roundup zijn krampen en stuiptrekkingen, acute ademhalingsproblemen, verlies van spiercontrole, bewusteloosheid, vernietiging van rode bloedcellen, hartstoornissen en onvruchtbaarheid. De EPA heeft aangetoond dat Roundup het peil van fosfor, kalium en ureum in het bloed verhoogt, de alvleesklier beschadigt en abcessen veroorzaakt aan nieren, lever en hart.
De vernietigende neveneffecten voor het leefmilieu manifesteren zich ook in de hoge giftigheid ervan voor aardwormen, bacteriën en wortelzwammen, alle essentieel voor een gezonde landbouwgrond op lange termijn. Het is voor vissen 100 keer giftiger dan voor mensen en zoals andere pesticiden is Roundup onderhevig aan bio-accumulatie, dit wil zeggen dat de giftigheidgraad vergroot bij elke stap in de voedselketen. Wie regelmatig gecontamineerde vis eet krijgt een dosis binnen die veel groter is dan bij directe blootstelling. Een studie uit 1993 van de Universiteit van Colorado leert dat Roundup de belangrijkste oorzaak is van pesticidenvergiftiging bij huistuinders in de VS en het derde gevaarlijkste bestrijdingsmiddel is in de commerciële landbouw.
Door zijn hoge giftigheidgraad voor zowel
mens als natuur vertoont het gebruik van Roundup als
middel in de War on Drugs, veel gelijkenis met het
schandelijk gebruik van het ontbladeringsmiddel Agent Orange in Zuid-Vietnam. Operatie Ranch Hand - codenaam voor de
verspreiding van Agent Orange over een gebied van 2.500.000 hectaren Zuid-Vietnamese jungle tussen 1961 en 1972 - heeft een
erfenis nagelaten van minstens 500.000 geregistreerde geboorteafwijkingen,
zoals medegedeeld door het Tu Du Hospital
of Obstetrics Gynecology in
Saigon. Het gebruik van Roundup over Colombia dreigt
een gelijkaardige nalatenschap op te leveren.
In 1998 begon Colombia, onder druk van de Verenigde Staten,
met testen en toepassen van een tweede herbicide in het Putumayogebied.
Het bestrijdingsmiddel tebuthiuron, geproduceerd en
verkocht door Dow Agrosciences (Dow Chemicals) onder de naam SPIKE 20P, wordt in de VS
doorgaans gebruikt
om het onkruid rond spoorwegen en onder hoogspanningslijnen onder controle te
houden. Dat gebeurt evenwel ver van mensen en voedingsgewassen. Amerikaanse en
Colombiaanse functionarissen, zich erover beklagend dat het vloeibare Roundup slechts 30 procent van de besproeide teelt had
vernietigd, zijn overgegaan op het gebruik van tebuthiuron
dat in korrels geleverd wordt. Omdat Roundup
gesproeid moest worden van op geringe hoogte, vroeg in de ochtend als er geen
wind was en de temperatuur laag, vormden de laag overscherende vliegtuigjes een
gemakkelijk doelwit voor de guerrilla. Nochtans is de Colombiaanse overheid
niet gerust in de risico’s van dit chemisch product voor het leefmilieu. De
voormalige Colombiaanse minister van leefmilieu Eduardo
Verano zei dat de gevolgen van het gebruik van tebuthiuron in
landbouwgebied nog
onbekend zijn en het gebruik ervan alleszins de ontbossing in de hand zal werken
als de coca-telers dieper de jungle worden
ingedreven.
In een interview met de New York Times
in 1998 zei Verano: 'We moeten onze mening over de
gevolgen van chemische oorlogsvoering herzien. Hoe meer vergif gesproeid wordt,
hoe meer de
boeren gaan telen.
Vergiftig je een hectare, dan komen er twee voor in de plaats. Hoe verklaar je
anders de cijfers?' Ook Dow Chemical, de fabrikant van het bestrijdingsmiddel,
heeft zich tegen het gebruik ervan in Colombia uitgesproken. 'Tebuthiuron is niet bestemd om tegen landbouwgewassen te
gebruiken in Colombia en wij wensen dat dit product niet gebruikt wordt voor de
vernietiging van cocateelten', stelde het bedrijf in
een publieke mededeling. Dow waarschuwde dat de chemische stof 'voorzichtig en
in strikt gecontroleerde situaties' gebruikt moet worden omdat 'er een zeer
groot risico is bij gebruik op heuvelachtig gebied, waar veel regen valt, waar
in de nabijheid voedingsgewassen geteeld worden en waar de werkomstandigheden
moeilijk
zijn.' Na jaren van
juridisch getouwtrek en publieke tegenstand over het gebruik van Agent Orange -
ook een product van Dow Chemicals - stelde het
bedrijf te zullen weigeren tebuthiuron te verkopen
voor gebruik in Colombia. Volgens een bericht van de New York Times merkten Amerikaanse functionarissen op dat het patent
van Dow op het product verlopen is en dat daardoor anderen de productie kunnen
overnemen.
Agent Green
Het gebruik van een tweede 'Agent Orange' over het Colombiaanse Amazonegebied veroorzaakte enorme ongerustheid bij de bevolking in de regio en bij milieudeskundigen in binnen- en buitenland. Maar de bewoners van Zuid-Colombia en het Ecuadoriaanse grensgebied van Sucumbios, staan nu voor een nieuwe, nog grotere bedreiging voor hun gezondheid en hun ecosysteem, namelijk het loslaten van biologische middelen die door milieuactivisten als 'Agent Green' omschreven worden.
Fusarium Oxysporum is een schimmel die gedijt in gematigd en tropisch klimaat. In zijn natuurlijke vorm staat de schimmel bekend als een plantenziekte die de wortels aantast en de voedingstoevoer blokkeert bij een grote variëteit aan gecultiveerde gewassen. De schimmel veroorzaakt het afsterven van plantencellen met als gevolg uitdroging, verrotting en dood. Dokter David C. Sands, plantenpatholoog aan de University of Montana en een van de belangrijkste onderzoekers inzake Fusarium Oxysporum, noemt het 'een Atilla de Hun-ziekte' en stelt dat deze fusariumsoort in staat is elk gecultiveerd gewas en een groot aantal wilde soorten aan te tasten. Sommige fusariumsoorten staan ook bekend om de ziekten die ze bij mensen veroorzaken, voornamelijk bij mensen met een verzwakt afweersysteem door kanker of aids.
De schimmel werd voor het eerst als een
mogelijk wapen in de drugsoorlog ter sprake gebracht door CIA-wetenschappers
begin jaren 1980. In 1987 was dokter Sands werkzaam
in zijn laboratorium in Montana toen hij van het
Amerikaanse Departement van Landbouw de vraag kreeg om mee te werken aan de War
on Drugs door zijn kennis ter beschikking te stellen.
Het Departement had al
eerder geëxperimenteerd op een legale cocaplantage in Peru - voorheen eigendom van de Coca Cola
Company, maar door hen verlaten voor groenere en veiligere teeltgebieden op Hawaii. De USDA nam de plantage van Coca Cola over om als
testgebied te gebruiken voor herbiciden.
Ironisch genoeg werd de aanplanting die niet besproeid was,
aangetast en grotendeels vernietigd
door een mysterieuze ziekte. Toen dokter Sands ter plaatse onderzoek deed, ontdekte hij een
natuurlijk voorkomende fusariumsoort. Hij kweekte de
schimmel en testte hem op een teelt van 1,2 hectaren. Bijna alle planten
stierven. Sedertdien werd de schimmel geïsoleerd, getest, en ontwikkeld als
biologisch bestrijdingsmiddel aan de University of Montana, in samenwerking met
onder meer de USDA.
In 1999 hoopte de federale overheid de schimmel te kunnen
inzetten in Florida om de marihuanateelt te
vernietigen, maar het voorstel werd afgeschoten door de Florida
Environmental
Protection Agency (EPA) die de steun kregen van talrijke private en
publieke milieugroeperingen. De directeur van de Florida
EPA zei: 'Het is moeilijk, zoniet onmogelijk de verspreiding van fusariumsoorten onder controle te houden. De schimmel kan
muteren en een grote variëteit aan gewassen aantasten. Fusariumsoorten
zijn actiever in warme aarde en kunnen jarenlang actief
blijven.'
Ondanks deze conclusies berichtte The New York Times op 6 juli 2000 - in de marge van de goedkeuring van
1,3 miljard dollar VS-hulp aan Colombia - dat
Colombia 'onder druk van de
Verenigde Staten' zijn akkoord had
gegeven om de schimmel te gebruiken. Het aanvaarden van de Fusarium
Oxysporum was een voorwaarde voor de goedkeuring van
het hulppakket.
Op 22 augustus 2000 verwierp Clinton echter de beslissing
van het Congres en herriep de
voorwaarde teneinde de link tussen de VS-hulp en het gebruik van Fusarium
Oxysporum te verbreken, stellende dat de VS geen
'Agent Green' zal gebruiken tot er 'een bredere beoordeling komt inzake
nationale veiligheid, met inbegrip van de mogelijke impact op de verspreiding
van biologische wapens en terrorisme, waarbij een stevig gegronde motivering
voor het gebruik van dit
specifieke middel in het belang is van de
natie'. Juan Mayr, de Colombiaanse minister voor
leefmilieu, verzekerde dat Colombia een 'onderzoeksprogramma - en enkel
onderzoek - naar het gebruik van biologische controlemiddelen' zou beginnen.
Maar veel milieuactivisten en mensen die in de regio leven,
zijn nog altijd bezorgd dat de schimmel
losgelaten wordt zonder voldoende getest
te zijn, en ondanks de gekende gevolgen. Lucia Gallardo,
coördinator van de Biodiversiteits- en Bioveiligheidscampagne voor Ecologie in Quito, een Ecuadoriaanse milieubeweging, bevestigt dat de schimmel als
biologisch wapen op de lijst staat van de Conventie voor Biologische en
Chemische wapens.
Biologische
oorlogsvoering
Dr. Raul Moscoso, Ecuadoriaanse
magistraat en kandidaat procureur-generaal, maakte een uitgebreide analyse van
de regionale en internationale verdragen die geschonden worden door het gebruik
van vergif, zowel de chemische herbiciden als de schimmel.
De gifwolken zijn een rechtstreekse
schending van het Cartagena Agreement
of Andean Nations, het VN-verdrag rond de biologische diversiteit, en de algemeen
geratificeerde Conventie voor het Verbod op Ontwikkeling, Productie, Opslag van
Bacteriologische, Biologische en Chemische wapens. Dokter Moscoso
spreekt zich uit tegen Plan Colombia en stelt: 'Dit plan zal geen einde maken
aan de drugtrafieken. Dit plan zal geen einde maken
aan drugafhankelijkheid. Wat dit plan wel zal doen is onomkeerbare en
onherstelbare sociale en ecologische schade toebrengen.'
Om het gebruik van schimmels te verhinderen baseert Moscose zich op internationaal recht, voornamelijk Besluit
391 van de Cartagena Overeenkomst (een verdrag tussen
de Andeslanden Ecuador,
Colombia, Venezuela, Bolivia en Peru), dat specifiek de 'toegang tot genetische
bronnen' behandelt. Dit Besluit houdt een strikt verbod in op het gebruik van
genetisch materiaal voor de aanmaak van biologische wapens en andere praktijken
die het leefmilieu of de volksgezondheid kunnen schaden. Hij verwijst ook naar
de Biologische en Chemische Wapenconventie die stelt dat de ratificerende
partijen - zowat alle naties ter wereld - 'overeenkomen om onder geen enkele
omstandigheid
bacteriologische middelen of andere biologische middelen of gifproducten,
ongeacht hun oorsprong of verwerkingsproces, in hoeveelheden die niet kunnen
verantwoord worden voor profylactische, beschermende of andere vredelievende
doeleinden, te ontwikkelen, te produceren, op te slaan of op eender welke
manier te verwerven of te bezitten.'
Een derde overeenkomst die verbroken wordt door die
gezamenlijke acties van de VS en Colombia, is de Conventie van de Verenigde
Naties betreffende de Biologische Diversiteit, getekend door 157 landen tijdens
de historische bijeenkomst in Rio de Janeiro in juni 1992. Artikel
3
van deze Conventie bevestigt 'de verplichting om zekerheid te geven dat
activiteiten die uitgevoerd worden binnen de jurisdictie van een staat of onder
de verantwoordelijkheid van die staat, geen bedreiging vormen voor het
ecologisch evenwicht in andere staten.'
Artikel
8 verbindt partijen om 'de bescherming van ecosystemen en natuurlijke biotopen
te bevorderen zonder de introductie van uitheemse gewassen die ecosytemen, natuurlijke biotopen, of plantensoorten, kunnen
bedreigen.'
Artikel 14c stelt dat 'elke lidstaat de bekendmaking en de
uitwisseling van informatie zal
bevorderen
betreffende activiteiten binnen zijn jurisdictie, waarbij voorzien kan worden
dat deze activiteiten een ongunstig effect kunnen hebben op de biodiversiteit
van een andere staat. Tevens zal onmiddellijk melding gemaakt worden van
eventuele noodgevallen binnen de jurisdictie van een staat, of van het
beheersen van dreigend gevaar voor de biodiversiteit onder de jurisdictie van
andere staten.'
Dit
wil zeggen dat zowel Colombia en de Verenigde Staten zich schuldig maken aan
chemische en biologische oorlogsvoering en dit in strijd met de internationale
verdragen en met hun eigen grondwet. Volgens het bericht van 6 juli 2000 in The
New York Times ("Fungus considered
as a tool to kill coca in
Colombia"), waren advocaten in het Witte Huis en op Binnenlandse zaken
jarenlang
in discussie of het gebruik van Fusarium Oxysporum indruist tegen de internationale verdragen
betreffende biologische oorlogsvoering. Zij kwamen tot het besluit dat de
internationale verdragen niet geschonden zouden worden als Colombia zelf zou
beslissen het gebruik van de schimmel te testen. Een functionaris van de
Amerikaanse inlichtingendienst die zich uitspreekt
tegen
het gebruik van de schimmel, wordt door The New York Times
geciteerd: 'Ik ben geen voorstander van het gebruik van een product op een
aantal Colombiaanse boeren, als je datzelfde product nooit zou gebruiken tegen
een aantal rednecks die in Kentucky
marihuana telen. En er is allesbehalve een unanieme goedkeuring hiervoor in
Colombia.'
Colombiaanse functionarissen zeggen dat eerst moet nagegaan worden of de schimmel al voorkomt in Colombia, om zekerheid te hebben dat er geen uitheemse organismen worden geïntroduceerd. 'Als er geen fusarium aanwezig is, zullen we het niet onderzoeken', zei leefmilieuminister Mayr.
Toch doen geruchten de ronde dat een transgene variëteit van
de Fusarium Oxysporum
ontwikkeld werd voor gebruik tegen cocaplantages.
Volgens de USDA is een variëteit die op aardappelen werd aangetroffen, gebruikt
als basis voor een genetisch gemodificeerde schimmel met een verhoogde
kwaadaardigheid
ten opzichte van cocaplanten. Op een conferentie in
het Centro Internacional de
estudios superiores de communicación
para America Latina
(CIESPAL) in Quito op 24 juli 2000, bevestigde de Amerikaanse expert in bioveiligheid David Hathaway: 'Transgene sporen van die
schimmel zijn ontwikkeld geworden in de Amerikaanse militaire laboratoria. Of
transgene
variëteiten
van deze schimmel getest worden in Ecuador, of getest
werden in Colombia, dat weten we niet. Niemand weet het, en als ze het weten
zeggen ze het niet. We weten het niet en we zijn hoogst verontrust.'
In
werkelijkheid is deze schimmel al getest in Colombia. Bewoners van dat land en
van de aangrenzende staten hebben een goede reden om gealarmeerd te zijn.
Soorten met een hoge graad van verandering, zoals deze schimmel, kunnen zeer
snel muteren en in korte tijd een brede waaier aan teeltvariëteiten besmetten.
In zijn natuurlijke vorm kan de schimmel 10 tot 40 jaar in
de grond overleven, en verschillende schimmelsoorten zijn ziekteverwekkers voor
een zeer groot aantal teelten, waaronder aardappel, vanille, zonnebloem, dadel,
koffie, avocado, kool, selder, kalebas, druif, soja, tabak, meloen, sesam,
biet,
Afrikaanse palm, aubergine, katoen, klaver, eucalyptus, en vele andere. Het
verspreiden van fusarium in het Amazonegebied, een van
's werelds regio met de grootste biodiversiteit en de natuurlijke biotoop van
ontelbare soorten die nergens anders op de planeet voorkomen, is niet enkel een
gevaar voor de ellenlange lijst van gewassen en voor de bevolking in de regio,
maar voor het
totale
ecologisch evenwicht in de Amazone.
Volgens wetenschappers die meewerken aan het Sunshine Project, een internationaal observatieteam dat
zich wijdt aan de studie van de wetgeving aangaande biotechnologie en milieu,
zijn
er vier planten van het geslacht Coca Erytroxylum -
wilde soortgenoten van de Colombiaanse inheemse coca - die tot de bedreigde
soorten behoren en waarschijnlijk bij de eerste zullen zijn die besmet worden.
Een van de vier planten is de gastheer voor de Agrias
spp., een zeldzame vlinder die ook op de lijst van
bedreigde soorten staat en enkel voorkomt in de regio rond de Putumayo,
precies
in die gebieden waar de meest intense uitstrooiing van vergif gebeurt en waar
de schimmel het sterkst verspreid zal zijn.
Dit is slechts één voorbeeld van potentieel gevaar voor
vernietiging van soorten indien het Fusarium
Oxysporum wordt verspreid. Eenmaal losgelaten in het
milieu, kan de schimmel muteren en zich verder verspreiden, en er is geen
middel bekend om het onder controle te houden. Het gebied van de Upper Putumayo in Colombia ligt vlak over de Ecuadoriaanse
grens en stroomopwaarts ten opzichte van Brazilië en Peru. Een van de
belangrijkste klachten van de buurstaten houdt in dat de
schimmel
- net als de buitenlandse politiek van de VS - grenzen noch politieke
soevereiniteit respecteert. Wind en water kunnen de schimmel tot ver buiten de
geviseerde teeltgebieden dragen waardoor wetten die het gebruik van de schimmel
verbieden in Ecuador of Peru, zonder effect blijven.
Naast de verspreiding via wind en water kan de schimmel meereizen op de kleren van degenen die ermee in aanraking komen. Als Plan Colombia doorgang vindt dan zullen Amerikaanse soldaten voor de verspreiding van de schimmel, opstijgen van op de Ecuadoriaanse militaire basis in Manta. Manta, aan de Stille Oceaan, ligt honderden kilometers verwijderd van de Putuyama in een ander zeldzaam en kwetsbaar ecologisch gebied (neo-tropische wouden).
Op 18 juli 2000 verklaarde Ecuador's milieuminister Rodolfo Rendón dat hij toelating zou geven om Fusarium Oxysporum te testen of te gebruiken in Ecuador, en hij beloofde de andere milieuministers van het Amazonegebied de regionale bekommernissen te bespreken. Op 14 augustus verbood een Ecuardoriaanse wet de introductie van Fusarium Oxysporum. Terwijl dergelijke cruciale stappen gezet worden betreffende de verspreiding van de schimmel, blijft de ecologische en sociale balans bedreigd door de regels van de Amerikaanse drugsoorlog.
De vliegbasis van Manta
Op 12 december 1999 tekende de Ecuadoriaanse minister van Buitenlandse zaken in opdracht van president Jamil Mahuad, een verdrag waarin aan de VS-militairen legale rechten worden toegekend om de vliegbasis van Manta te gebruiken als uitvalsbasis voor lokale operaties. Zes weken later werd Mahuad afgezet tijdens een volksopstand en verdreven naar de Verenigde Staten, maar zijn ernstig betwist verdrag is nog steeds van kracht. De basis in Manta wordt door vele Ecuadorianen gezien als een VS-aanval op de soevereiniteit van hun land met een beleid dat vroeg of laat Ecuador zal opzetten tegen buurland Colombia.
Sedert begin 1999 kent de War on Drugs een grote terugval. Tot het jaar daarvoor was de
Howard Air Base in Panama de uitvalsbasis voor de antidrugs-activiteiten
van de VS in Latijns Amerika. Jaarlijks vertrokken 2000 controlevluchten van op
Howard, tot mei 1999 toen de VS gedwongen waren de basis te verlaten als
onderdeel van het Panamaverdrag. Deze ommekeer noopte de VS om te zoeken naar
een nieuwe basis. Derde kandidaat Venezuela weigerde botweg de vestiging van
een basis op zijn grondgebied. El Salvador en Ecuador
blijken thans de meest belovende uitvalsbases te zijn. Maar volgens de Ecuadoriaanse kritiek is de vestiging van een VS-basis in Manta niet alleen een
kaakslag aan de nationale soevereiniteit, het is eveneens ongrondwettelijk. Dr.
Julio Vallejo Prado, ex-justitieminister en
grondwetspecialist, sprak op 24 juli 2000 op de conferentie van CIESPAL in
Quito: 'Dit verdrag werd ingeschreven in de Ecuadoriaanse
grondwet maar heeft geen wettelijke basis omdat het een verdrag betreft tussen
ex-president Mahuad en de VS.' Met andere woorden, de
Ecuadoriaanse wet stelt dat internationale verdragen
moeten voorgelegd aan en geratificeerd worden door het parlement. Het gebruik
van de Manta vliegbasis werd toegestaan zonder enige
inbreng van het parlement.
Dokter Prado,
duidelijk verontwaardigd over deze schending van de grondwet en de nationale
trots, lichtte het probleem toe. 'Overeenkomstig het verdrag kunnen 430 VS-militairen de basis op eender welk ogenblik binnenkomen
via lucht, land of zee. Ze hebben geen paspoort nodig, ze hebben geen visa
nodig. Ze dienen zich enkel bij aankomst te melden en de militaire overheid hun
naam en leeftijd te laten kennen. Niets meer. We kunnen hen de toegang niet
verhinderen. Het enige wat we krijgen is het bericht dat ze gearriveerd zijn en
hun namenlijst.'
Behalve het gebruik van de basis heeft de VS bepaalde beperkingen opgelegd aangaande inmenging in hun militaire aangelegenheden in de regio, inbegrepen de bestemming van een verboden zone op Manta waar zelfs Ecuadoriaanse militairen niet binnenmogen. Een tweede verdrag, getekend op 2 juli 2000 tussen de militaire overheid in Guayaquil (Ecuador) en de VS Southern Command, geeft de VS-militairen het 'recht' om Ecuadoriaanse burgers vast te houden binnen de basis, voor eender welke reden.
Dr. Prado vervolgt: 'Wanneer een Ecuadoriaanse burger wordt vastgehouden op de basis, zal die gevangenschap gehandhaafd blijven tot het onderzoek is afgerond. Als dit gebeurd is wordt de burger overgedragen aan de militaire overheid van Ecuador. Dit is een aanslag op de principes van de soevereiniteit van een land. Er is geen onpartijdig verloop van het proces. De VS eigent zich simpelweg het recht toe een persoon gevangen te nemen, op te sluiten zolang het "proces" duurt - ook al duurt dat dagen, weken of maanden - en levert daarna de persoon in kwestie uit aan de militaire overheid van Ecuador.'
Het toekomstige gebruik van de basis in Manta is onzeker. Niemand behalve de VS-militairen en de VS-overheid heeft enig idee of de basis zal gebruikt worden voor controlevluchten, militaire acties of als uitvalsbasis voor VS-operaties in Colombia. Wat wél zeker is, is dat Ecuador, totnogtoe een eiland van vrede in een zee van geweld, tegen zijn wil, tegen de wil van de burgers, en buiten controle van de eigen overheid, meegesleurd wordt in een regionaal conflict. Met de dreigende vluchtelingencrisis, de verspreiding van pesticiden over het gebied van de Putumayo, en de kans op een ecologische ramp veroorzaakt door de introductie van Fusarium Oxysporum in de Amazone, lijkt de toekomst van Ecuador en van de gehele Andesregio, in de handen te liggen van de vrijmarktpolitiek en de VS War on Drugs.
(Bronnen: Verslag Jorg Jenetzky
in Hanf! oktober 1999; John Masterson,
Marijuana Laws NORML
augustus 1999; Verslag Jeff Conant,
september 2000, www.narconews.com december 2000 - archief cannaclopedia – satelietfoto luchthaven Frankfurt: http://www.futura-sciences.com/fr/doc/t/technologie/d/du-satellite-espion-a-echelon_492/c3/221/p2/ - bijkomende links: http://amazonalliance.org/ (Engels) - http://www.accionecologica.org/
(Spaans) - http://colhrnet.igc.org/
(Spaans-Engels) - http://www.lawg.org/ (Engels) - http://www.stopthedrugwar.org/index.shtml
(Engels) - http://www.mamacoca.org/
(Spaans-Engels) - http://www.narconews.com/ (Engels-Spaans-Portugees)
- http://www.ips-dc.org/projects/drugpolicy.htm
(Engels) - http://www.wola.org/
(Engels)