De oorlog tegen (sommige) drugs
"De
Oorlog tegen Drugs kan - alles wel beschouwd - niet blijven duren.
Hij zal
even snel ineenstorten als de Vietnam-oorlog,
zo gauw
de mensen doorhebben wat er in werkelijkheid omgaat"
(Joseph
McNamara - ex-politiechef van Kansas City en San Jose. Lid van de Hoover
Institution).
Tekst:
©JosNijsten2001
Oorlog tegen drugs,
oorlog om drugs, oorlog dus. De 'War on Drugs' is een term die heel wat meer
ladingen dekt dan op het eerste zicht lijkt. Het is trouwens omwille van de
oppervlakkigheid waarmee vragen rond deze oorlog beantwoord worden dat
duidelijk is dat de makers en de doeners in deze oorlog teren op de
onwetendheid en het gebrek aan kennis van de materie bij de mensen die voor de kosten
moeten opdraaien. Alles wordt trouwens in het werk gesteld om te verhinderen
dat kennis van de materie verspreid wordt. Informatie geven over drugs staat
voor de VS gelijk aan reclame maken voor drugs. Niet alleen in de VS trouwens.
Maar het is wel hún oorlog. En die begon niet toen begin jaren 1980 de 'War on
drugs' officieel werd aangekondigd, maar bij Anslinger in de jaren 20. Die
industriële oorlog om het monopolie op alles wat eetbaar en verkoopbaar is,
heeft gewoon een nieuw kleedje gekregen, maar is uiteindelijk dezelfde smerige
oorlog. Om dit te illustreren krijg je hieronder een kort overzicht van wat die
moraalridders voor de rest van de wereld in petto hebben.
*
Om het nieuwe millennium te vieren op een technologisch verantwoorde wijze wordt
in het kader van de internationale War on (some) Drugs de mogelijkheid geboden
aan de generaals om vanuit satellieten de teelten van opium, coca en cannabis
in kaart te brengen. Hiervoor werd een contract afgesloten tussen de Verenigde
Naties en de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. De Europese Commissie en de
ESA betalen een deel van de operatie.
* Het nieuwste wapen dat dan kan ingezet worden tegen die teelten is - zoals het een grote-jongens-oorlog-tegen-drugs past - het biologische wapen. Het VS-Congres keurde onlangs (1999) een wet goed die moet voorzien in het vernietigen van drugsplanten op het westelijk halfrond. Het gaat om het gebruik van schimmels die cocaplanten, opium en hennep vernietigen. De schimmel "is niet gevaarlijk voor andere planten en ook niet voor de mens en andere diersoorten". Degenen die verantwoordelijk zijn voor deze uitspraak zijn dezelfden die destijds bij hoog en bij laag beweerden dat kernenergie veilig was. Ze verdwenen spoorloos na Harrisburg en Tsjernobyl en dagen nu op als woordvoerders voor nieuw vernietigingsmateriaal. We zullen weten hoe ongevaarlijk het allemaal wel is als de ongelukken gebeurd zijn.
* In de laboratoria wordt nog meer oorlog gevoerd tegen drugs: de Amerikaanse overheid wil drugsrecidivisten verplicht met 'antidrugs' laten inspuiten. En daarmee worden niet enkel cocaïne- of heroïnegebruikers geviseerd, maar ook cannabisgebruikers! Het dure vergif van hun farmaceutische industrie om het onschadelijke cannabis (The Lancet 1995) te bevechten? "Er is niet voldoende onderzoek gedaan naar mogelijke schadelijke gevolgen van cannabisgebruik" wordt gesteld om te verhinderen dat cannabis voor medicinale doeleinden gebruikt wordt, en hier wordt bij wijze van spreken 14 dagen na de ontdekking met de spuit rondgelopen om weerbarstige cannabisgebruikers met een of ander soort vergif te injecteren. Dokter Mengele is niet dood.
En eigenlijk mag je dan niet vergeten dat de War on drugs voor een deel gefinancierd wordt met opbrengsten uit ... de drugshandel. Met de ronde som van 40.000.000.000 $ bereikt de VS-drugsoorlog in 2000 een nieuw uitgavenrecord. Uitgaande van 12,8 miljoen gebruikers waarvan 3,6 miljoen verslaafd, stelde de Clintonregering volgend doel:
1.
Antidrugsopvoeding bij de jeugd.
2. Vermindering van de druggelieerde criminaliteit.
3. Vermindering van de sociale uitgaven voor drugverslaving.
4. Verscherpte grensbewaking.
5. Verstoring van binnenlandse en buitenlandse bronnen van drugs.
In 10 jaar, zo beloven de baptisten, zullen minstens alle cocaplantages op aarde vernietigd zijn.
1. Biologische oorlogsvoering tegen de hennepplant
De VS-drugsjagers
draaien dol en oogsten tegenwind.
John Masterson van Marihuana Laws (NORML) presenteerde einde augustus 1999 de eerste resultaten van de inzage in een rapport over een ongelooflijk voornemen van de VS-regering. De War on Drugs zal opgedreven worden via biologische oorlogsvoering en de voorbereidingen voor de inzet van plantenetende zwammen en schimmels zijn geen hersenschimmen maar een zeer bedenkelijke realiteit.
Het plan van de
internationale drugwarriors om tegen 2008 alle verboden planten uit te roeien
zal eerst afrekenen met cannabis: 400 miljoen gebruikers wereldwijd hebben een
behoorlijke teeltoppervlakte nodig. Onder druk van de VS heeft zich aan de top
van het United Nations Drug Control Board (UNDCB) een groep hardliners gevormd
rond ex-maffia-jager Pino Arlacchi (links op de foto), die de niet te overziene
milieuschade erbij willen nemen, enkel en alleen voor een zinloze poging hennep
uit te roeien.
In (vervuilde) lucht
opgegaan: miljarden dollars belastingsgeld.
De Western Hemisphere Drug Elimination Act werd in de herfst van 1998 aan de VS-senaat voorgelegd door een republikein uit Ohio die Mike DeWine heet. Het voorstel geraakte zonder problemen in november van dat jaar door het Congres. Toen al waarschuwde Keith Stroup van NORML voor de risico's: 'We scheppen een gevaarlijk precedent door de ontwikkeling van biologische middelen tegen de teelt van marihuana te aanvaarden. Er is een reëel gevaar dat een dergelijk giftig middel ernstige gevolgen zal hebben voor de andere gewassen in de omgeving en voor de ecosystemen'.
Professor Paul Arriola, plantenexpert aan het Elmhurst College in Illinois, stelt eveneens: 'Het is beangstigend te bedenken dat we, op zoek naar een lapmiddel, op lange termijn zware ecologische en sociale schade kunnen aanrichten.'
Het totale budget voor het entlösungsprogramma van de Amerikanen beloopt 2,7 miljard dollar en is daarmee groter dan de totale jaarlijkse bieromzet in Duitsland ...
Een deel van de koek ging naar de Agricultural Research Services (ARS) van het US Department of Agriculture, kapitaal aan te wenden als volgt: ontwikkelen van mycoherbiciden voor de uitroeiing van de papaver, de cocaplant en de hennepplant, met de uitdrukkelijke vermelding dat dit niet enkel voor gebruik binnen de VS bestemd is.
Een republikeinse collega van DeWine in het huis van afgevaardigden, Bill McCollum uit Florida, predikte het programma de hemel in en bestempelde het schimmelplan als de Silver Bullet in the War on Drugs. Veel wetenschappers zien het totaal anders, zoals George Wooten, ecoloog aan de Pacific Biodiversity Institute. Hij stelt: "Er bestaat niet zoiets als een silver bullet. Aangenomen, indien het schimmelplan niet succesvol genoeg zou zijn, dan zouden we een hoop geld zonder enig resultaat uitgeven. Als het plan echter wel succesvol zou zijn, dan zouden we in een situatie terechtkomen waarin de biodiversiteit van de aarde zwaar wordt aangetast. Dan zouden we niet langer kunnen beschikken over een bron van waardevolle levens- en geneesmiddelen. De risico's zijn zeer hoog."
Vanuit de reageerbuis
de vrije natuur in?
Niemand weet wat gebeuren kan met een schimmel die onder labomstandigheden ontwikkeld werd, en in de vrije natuur terechtkomt. Het is mogelijk dat de schimmel precies dàt doet waarvoor hij ontwikkeld werd - voor een tijdje althans. Door mutaties, invloeden uit de omgeving of door reeds aanwezige eigenschappen kunnen totaal ander planten in de smaak gaan vallen van de schimmels. Favoriet van de schimmelkwekers bij ARS is de stam van de Fusarium Oxysporum. Een natuurlijk voorkomende vorm van deze schimmel heeft al zware schade toegebracht aan de cocateelten in de Huallaga-vallei in Peru. Volgens de Miami Herald zullen alleszins tientallen andere planten aangetast worden door dezelfde schimmelvariant. Meloenen, bananen, agave, mandarine en stekbonen behoren tot de potentiële slachtoffers (War casualties).
George Wooten: "Terwijl de drugplanten gedefinieerd zijn vanuit wetgevend (repressief) oogpunt, en niet naar hun biologische eigenheid, zal elk land een andere mening hebben over wat drugplanten zijn en wat niet. Elk land zet eigen middelen in tegen ongewenste planten. Dit houdt ook in dat planten als koffie, thee, tabak, of andere, die in eigen land aanvaard zijn, in andere landen onaanvaardbaar zijn".
Als mogelijke reden
voor deze schijnbaar vruchteloze aanbesteding (2,7 miljard dollar) stelt Wooten
dat deze ingegeven is door het feit dat een afdeling van de USDA dringend geld
nodig heeft, en veel geld, om bepaalde firma's waarin zij commerciële belangen
hebben, patent te kunnen laten nemen op resistente planten. Met de ideologische
achtergrond van de War on Drugs heeft de regering Clinton dit geld ter
beschikking gesteld. Thans wordt openlijk gedebatteerd over de vraag of en in
welke omvang de geplande buitenproef in Florida zal plaatsvinden. Verscheidene
wetenschappers trokken in de New York Times aan de alarmbel over de mogelijke
gevolgen, en niet enkel gevolgen voor de illegale cannabisteelt, die in het
bijzonder vruchtbare klimaat aan de Golf van Mexico goed gedijt. Bill Gaves,
bioloog aan het onderzoekscentrum van de universiteit van Florida in Homestead:
"Ik hou niet zo van het idee te rommelen met de natuur. Ik geloof dat, als
deze schimmel losgelaten wordt met het vooropgestelde doel, dit zijn eigen
problemen zal creëren. Als daar niet pijnlijk nauwkeurig mee omgesprongen
wordt, zullen ook zeldzame en bedreigde plantensoorten aangetast en vernietigd
worden."
De drugtsaar van
Florida, Jim McDonough (foto) is een van de hevigste voorstanders van de
buitenproef. David Struhs, secretaris van de dienst Leefmilieu van Florida
wendde zich in april 1999 schriftelijk tot McDonough: "Fusarium-varianten
hebben de eigenschap zich zeer snel te ontwikkelen. Erfelijke veranderingen
zijn veruit de meest verontrustende factor in dit experiment om fusarium-species
als bioherbicide in te zetten. Het is zeer moeilijk, zoniet onmogelijk, de
verspreiding van fusarium-varianten te controleren."
Gemuteerde schimmels kunnen ook bloemen, maïs of wijn besmetten en zijn voor boeren eerder gekend als ziekte dan als beschermer van gewassen.
Uitgelekt
John Masterson meldde dat begin 1999 een niet nader genoemde medewerker van het project in Florida, contact opgenomen had met NORML Montana om te wijzen op ongewone onderzoeksactiviteiten die plaatsvonden in de Montana State University in Bozeman. De onbekende was goed geïnformeerd, kende niet alleen de namen van de schimmels waarmee aan een anti-cannabis-schimmel gewerkt wordt, maar ook de betrokken wetenschappers. Navraag bij de universiteit leerde ook dat, in samenwerking met de Missoula Police Department, inderdaad reeds indoorproeven gedaan werden. Voor meer informatie of voor het doorgeven van bewijsmateriaal was in elk geval niemand bereid.
In de staat Montana stelt de wetgever dat iedereen die belastingsgeld gebruikt, tegenover de burger informatieplicht heeft. Daarom vroeg Montana NORML de publicatie van alle informatie over het project, dat stiekem met belastingsgelden op openbaar terrein, door overheidspersoneel doorgevoerd werd. De rechtsfaculteit van de universiteit weigerde in juni 1999 unaniem de klacht van NORML te behandelen. Tegelijkertijd stemde de kamer van volksvertegenwoordigers in Montana een resolutie voor de teelt van industriële hennep met 94 tegen 4 stemmen naar de (fauna- en floraloze) jachtvelden.
Tom Dean lichtte nog eens de visie van NORML toe: "Het Jurassic Parc-idee als zou de schimmel gewoon verdwijnen nadat hij de Verenigde Staten van cannabis heeft bevrijd, spreekt alles tegen wat wij over biologie en evolutie weten. Wat kan de schimmel verhinderen zich naar andere landen te verspreiden waar industriële hennep een belangrijk deel van de economie is? Hoe verhinderen we dat de schimmel muteert in een tomaten- of een tarwekiller?"
Teneinde tot een akkoord te kunnen komen gaf de Universiteit van Bozeman uiteindelijk op 19 augustus 1999 een deel van de betreffende documenten vrij en verklaarde dat later meer zou volgen. In hoofdzaak gaat het tot op heden grotendeels om standaardformulieren voor openbare projecten. Toch deed John Masterson enkele interessante ontdekkingen: faxberichten die wijzen op gelijkaardige projecten in Rusland en Turkije en briefwisseling met de USDA waarin uitdrukkelijk gevraagd wordt informatie over de 'verhoogde toxiciteit van bioherbiciden' achter te houden totdat de overheid de 'commerciële deugdelijkheid en marktwaarde vastgesteld heeft. Daarenboven blijkt uit de totnogtoe vrijgegeven documenten duidelijk dat de proeven verdergaan.'
De heropleving van de
oorlogswapenlaboratoria
Het Instituut voor Genetica in Tasjkent behoort tot de begunstigden in de internationale uitvoering van absurde projecten van het UNDCB.
Volgens een
bericht in de Wiener Standard werd daar voor een pak minder geld dan in de VS -
daarmee wordt bedoeld slechts 600.000 dollar - de mogelijkheden uitgetest om
met schimmels van de stam pleospora
papaveracea en dendryphion penicillatum de productie van opium voor
heroïneaanmaak onmogelijk te maken. De Frankfurter Rundschau heeft weet van
650.000 dollar en 200 medewerkers. Na verduidelijking door UNDCB-afgevaardigde
Sandro Tucci is intussen klaar dat de schimmel inderdaad de papaverplant
aantast.
De effecten op het milieu worden als ondergeschikt aangezien. Daarover zegt men dat 'het onderzoek nog niet is afgesloten.'
Vooral na de
ernstige gevolgen van het sproeien van glyfosaat in Azië en
Zuid-Amerika zou deze vraag voorrang moeten krijgen. Met de niets ontziende
chemische oorlog is niet enkel zware milieubelasting en vergiftiging bij mens
en dier in het geding. Door het uitwijken van de teelten naar ongerepte
gebieden zullen ongetwijfeld grote oppervlakten woud aangetast worden.
Milieueffecten zijn in Tasjkent niet aan de orde want het Instituut voor
Genetica was ten tijde van de Sovjet Unie een militair labo voor de
ontwikkeling van biologische wapens. Met pleospora werd er reeds vroeger
geëxperimenteerd in het kader van de vernietiging van de oogsten van de
'vijand'. Tucci verklaart: 'Wat daar vroeger gemaakt werd weten we niet.' Een
overheidsinstantie als de UNDCB weet zoiets niet???
Ook de beschuldiging in de Sunday Times als zou de UNDCB de ontwikkeling van biologische wapens beogen, wordt verontwaardigd weggewuifd met de uitleg dat 'noch geheime diensten, noch biowapenexperten aan het project zijn verbonden.' En de Tasjkentse wetenschappers, wat zijn dat dan? Ach ja, dat weten ze eigenlijk niet...
De Amerikaanse propagandamachine hangt aaneen van de leugens.
Al Gore zegt publiekelijk over medicinale marihuana: 'Ik ben het er niet mee eens dat er een medicinale werking is. Dokters hebben dat vraagstuk uitgebreid onderzocht en tot dusver is er absoluut geen bewijs dat marihuana het effect heeft dat sommige mensen eraan toeschrijven.'
Hij vergeet dat zijn eigen Institute of Medicine, nota bene onder de Clinton-Gore regering, in maart 1999 in een rapport stelde: 'Er is geen veilig alternatief voor het roken van marihuana bij mensen die lijden aan chronische pijnen of aids.'
Gore negeert met zijn uitspraak de enorme hoeveelheid medische bewijzen en deskundigenverslagen. Dat hij deze uitspraak deed in volle verkiezingsstrijd - het opbod aan intolerantie en machogedrag - geeft een idee tot welke flagrante leugens politici bereid zijn als het gaat om de bevrediging van hun machtsverslaving.
Een andere
uitblinker in liegen en bedriegen inzake drugs, is generaal Barry McCaffrey
(foto). Als hoofd van de ONDCB kon hij zijn derde grote oorlog voeren na
Vietnam en de Golfoorlogen waaraan hij actief deelnam. Tijdens de vier jaren
van zijn drugsoorlog slaagde hij erin pakken geld van de belastingbetaler naar
zijn organisatie te sluizen door mooie plaatjes op te hangen over zijn
efficiënte aanpak, terwijl in werkelijkheid zijn wanbeleid enkel in stand
gehouden kon worden door fraude, vervalsen van onderzoeksresultaten, en andere
illegale praktijken.
Met zijn leugens veroorzaakte hij in 1998 een diplomatieke rel met Nederland door te stellen dat het aantal moorden in Nederland (ten gevolge van het drugbeleid) een veelvoud was van het aantal moorden in Amerika, terwijl de waarheid is dat in de VS het percentage viermaal hoger ligt dan in Nederland. McCaffrey kondigde in oktober 2000 zijn ontslag aan. Dat deed hij op zijn getrouwe manier: liegen tot hij zwart ziet. In zijn afscheidsrede bewierookte hij zichzelf en zijn successen tegen de drugs. Om die successen te staven maakte de generaal gebruik van volgende methode: in 1996 stelde hij zich tot doel om tegen het jaar 2000 circa 80 procent van de jongeren overtuigd te hebben van de schadelijkheid van drugs. De resultaten bij de jongeren van 15 jaar werden als basis voor de becijfering gebruikt.
Niettegenstaande
McCaffrey's blitse reklamekampanjes bleek het percentage 16-jarigen die 'NEE'
zeiden tegen 'DRUGS' in 1999 gezakt te zijn tot 57,4 procent. En dan plots in
oktober 2000 komt de grote tovenaar boven met een onverwacht resultaat: 74
procent zegt 'NEE' tegen (sommige) drugs.
Hoe de generaal erin geslaagd was om tot zulke bewonderenswaardige score te komen ? Simpel, hij wijzigde de spelregels. Hij baseerde zijn laatste uitslag niet op de groep van 16-jarigen, maar op de groep van de 12-jarigen ...
In elk geval is het tijd om de recreatieve drugs van de straat te halen en te stoppen met de volksgezondheid in handen te leggen van geflipte militairen. Vooralsnog blijkt dit niet te gebeuren.
In augustus
2000 is het weer zover: met veel toeters en bellen kondigt Clinton VS-hulp aan
voor Colombia. Hij stelt dat de toegekende 1,7 miljard dollar bestemd zijn voor
het herstel van de democratie en de mensenrechten. In werkelijkheid betekent
dit 238 miljoen dollar voor het herstel van de democratie, het juridisch
systeem en de mensenrechten. Maar: 80 procent van het totale bedrag, 1,274
miljard dollar, zijn bestemd voor bewapening, inclusief jachtvliegtuigen,
helikopters en automatische wapens. Op die manier gaat de hulp dus helemaal
niet naar de oorzaken van de guerrillaoorlog, want aan wapens heeft Colombia
geen gebrek. Het probleem van het land ligt bij het juridisch systeem, de
democratisering en de mensenrechten.
De VS-hulp is dan ook allesbehalve hulp en kan de toestand enkel doen verergeren.
De Colombiapolitiek van Clinton is vergelijkbaar met Kissingers' Angolapolitiek toen die minister van buitenlandse zaken was. Kissinger (foto) argumenteerde dat de VS-hulp aan de UNITA guerrilla onvoldoende was voor hen om de oorlog te kunnen winnen, maar voldoende om de marxistische overheid te verhinderen hun controle te bestendigen. Dertig jaar later ligt het land nog steeds in puin, verstikt in een eindeloze oorlog die de hele regio gedestabiliseerd heeft.
De eerste veldslag voor Clintons' Colombiaplan werd overigens op VS-grond uitgevochten. Niet in soldatenplunje, maar in Armani-pakken.
Twee helikopterbouwers, Bell Textron (Texas) en United Technologies (Connecticut) vochten bij middel van hun lobbyisten de zaak uit met een wreedheid die niet moet onderdoen voor die van de guerrilla of voor die van de rechtse paramilitairen.

Tussen 1996 en
1998 gaf Bell Textron 551.816 dollar aan de republikeinen en 364.420 dollar aan
de democraten.
United Technologies gaf 362.340 dollar aan de republikeinen en 347.200 dollar aan de democraten. United Technologies probeert met dat geld het order af te kopen voor zijn UH-60L Black Hawks (foto rechts) en Bell Textron probeert op dezelfde smeergeldmanier zijn UH-1H Hueys (foto links) te slijten. Het parlement scoorde 60-30 in het voordeel van de Hawks en de senaat 60-30 in het voordeel van de Hueys ....
Een commissie besloot tot de aankoop van 18 Black Hawks, 16 voor het Colombiaanse leger en 2 voor de Colombiaanse politie. Anderzijds ook 60 Hueys waarvan elk eerlijk verdeeld 30 stuks in ontvangst mag nemen.
Waar evenwel niet over gesproken werd is het 'bijkomend probleem'
De VS-plannen voor Colombia bevatten militaire actie en het op grote schaal inzetten van bestrijdingsmiddelen in het zuiden van het land. Het gevolg daarvan is dat tussen de 35.000 en 150.000 boeren de streek zullen ontvluchten naar buurland Ecuador, bij de duizenden die al gevlucht zijn. Dàt deel van Ecuador is regenwoud waar de boeren de vlam in zullen zetten om voedsel te telen. De VS heeft trouwens ook plannen in Ecuador zelf. In het kader van de oorlog tegen drugs zullen biologische wapens ingezet worden tegen de cocateelt. Ecuador wordt het testgebied voor de schimmels die de VS ontwikkeld hebben (onder meer in de ex-sovjetlabo's in Tasjkent - Ouzbekistan). De schimmels zijn ook giftig voor dieren en mensen die de planten eten. Bijvoorbeeld in de buurlanden Peru en Bolivia, waar het kauwen van cocabladeren gewoon een legale probleemloze zaak is, kan de schimmel verregaande gezondheidsproblemen creëren.
De impact van de migraties en de ecologische schade voor de inlandse bevolking en de bewoners van de regenwouden is niet te overzien. Om het zaakje compleet te maken tekende Clinton een 'nationaal veiligheidsakkoord' waarin de Colombiaanse militairen vrijgesteld worden van het eerbiedigen van de mensenrechten zoals die eerder door het VS-Congres opgelegd waren.
Op 25 september
2000 verscheen een onderzoeksrapport uit Lago Agrio, Ecuador, van de hand van
Jeff Conant. Hij ontdekte dat Fusarium Oxysporum niet het enige
bestrijdingsmiddel is dat in de drugsoorlog gebruikt wordt en het regenwoud
bedreigt. Conant, journalist en mensenrechtenactivist, toont dit ook aan.
Agent Green over de
Amazone
Geruchten over een dreigende verspreiding van een genetisch gemodificeerde schimmel als onderdeel van de War on Drugs in Colombia hebben de bezorgdheid aangewakkerd van milieuactivisten en plaatselijke overheden, en veroorzaken een zware ecologische en sociale crisis in de regio. Tegelijkertijd zet het verhoogde geweld in Colombia de buurlanden onder druk door de komst van duizenden die de burgeroorlog trachten te ontvluchten. Op 19 juli 2000 titelde de Ecuadoriaanse krant El Comercio: 'Exodus bereikt Sucumbios: de vluchtelingengolf groeit aan.' Volgens het artikel waren onlangs 5.000 vluchtelingen aangekomen in de regio van Sucumbios aan de grens tussen de twee Andeslanden. Verwacht wordt dat in de komende weken hun aantal met 25 tot 30.000 zal aangroeien. De oorzaak van deze massale exodus is te vinden in het groeiende geweld van de Colombiaanse burgeroorlog. De vluchtelingen komen meerbepaald uit de regio Putumayo waar grote hoeveelheden van het in de VS geproduceerde pesticide glyfosaat, beter bekend als 'Roundup' gespoten worden om de coca- en papaverplantages te vernietigen als onderdeel van de door de VS gesponsorde War on Drugs.
Enkele weken later, bij aankomst in Lago Agrio, hoofdstad van Sucumbios en centrum van de Ecuardoriaanse olie-industrie, bleek dat El Comercio de cijfers had overdreven, maar niet de angst. Volgens Luis Yanez van de Frente de la Defensa de la Amazona waren er nog geen 'officiële' vluchtelingen. Aanhoudende krantenberichten over het sproeien van pesticiden, over vluchtelingen, en geruchten over een mysterieuze schimmel die door de DEA gedumpt zou zijn over het Amazonegebied, doen de Ecuadorianen vrezen voor het ergste. In het zog van een aanslepend conflict tussen de vele Colombiaanse partijen en de groeiende Amerikaanse militaire aanwezigheid in de regio, wordt Ecuador meegesleurd in een oorlog die zij niet willen maar waarin hun geen keuze gelaten wordt.
Bisschop Gonzalo Lopez Mareñon van Sucumbios ontkende de krantenberichten over 5.000 vluchtelingen. Maar recent vormde hij een groepering - de 'Asemblea de la Sociedad Civil' - die samen met de 'Frente de la Defensa de la Amazona' en het Hoogcommissariaat voor Vluchtelingen van de VN, plannen bespraken om de crisis het hoofd te kunnen bieden. Behoudens sluiting van de grenzen, wat de situatie alleen maar kan verergeren, twijfelt niemand aan een toevloed van vluchtelingen in steeds groeiende aantallen.
Lago Agrio is
niet voorzien voor de opvang van die vluchtelingen. De stad zelf heeft een
bewogen geschiedenis en het is een van de armste en gewelddadigste steden van
Ecuador. Amper 30 jaar geleden was Lago Agrio, toen gekend als Nueva Loja, het
centrum van de Cofannatie, een inheemse stam vermaard om zijn moed, strategisch
inzicht en traditionele medicijnen. Maar toen Texaco in 1962 olie aanboorde
veranderde de firma de naam van de stad in Lago Agrio. Vanaf dan ging het met
de regio steil bergafwaarts. Veertig jaar later is de Cofannatie gereduceerd tot
een paar duizend trotse bewakers van de traditie. Lago Agrio, aan de
Colombiaanse grens, is thans een van de meest vervuilde en angstaanjagende
gebieden in het arme, maar relatief vredige Ecuador. Geregelde trafieken van
Colombiaanse drugsmokkelaars, de aanwezigheid van slecht betaalde
migrantenarbeiders, en de harde en moeilijke werkomstandigheden in de
olievelden, zijn allemaal elementen die bijdragen tot een algemene onzekerheid
en onveiligheid in de stad en tot de onmogelijkheid om ‘s avonds veilig buiten
te komen. Het totale gebrek aan opvangmogelijkheden voor een dreigende
vluchtelingengolf heeft de mensen bang gemaakt. Vooral als het gaat om
vluchtelingen die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van de teelt van
coca, het produceren en transporteren van cocaïne. En niet enkel in Lago Agrio,
maar in het hele land leeft de angst dat de gevolgen van Plan Colombia
grensoverschrijdend zijn en de nu al rampzalige sociale en economische toestand
van Ecuador verder ondergraven.
Geruchten over een nakende pesticidengolf kunnen de situatie alleen maar verergeren.
(Bronnen:
Verslag Jorg Jenetzky in Hanf! oktober 1999; John Masterson, Marijuana Laws
NORML augustus 1999; Verslag Jeff Conant, september 2000,
www.narconews.com december 2000 - archief
cannaclopedia – satelietfoto luchthaven Frankfurt: http://www.futura-sciences.com/fr/doc/t/technologie/d/du-satellite-espion-a-echelon_492/c3/221/p2/)