Tijd voor een ander drugsbeleid

 

Verslag van de Million Marijuana March 2005

 

 

Het drugsbeleid in Antwerpen, België en vrijwel alle landen ter wereld is gebaseerd op drie VN-verdragen (van 1961, 1972 en 1988). Volgens deze verdragen moeten productie en andel in drugs verboden blijven.

Volgens ondertekende organisaties zijn er minstens drie goede redenen voor het afschaffen van dit verbod, en drie goede redenen voor de invoeren van een wettelijke regeling van de drugsmarkt. Wij dagen eenieder uit om deze redenen te betwisten.

 

Waarom moet het internationale drugsverbod worden afgeschaft?

 

Het verbod heeft geleid tot een situatie waarin allerlei soorten drugs vandaag de dag verkrijgbaar zijn voor iedereen die ze wilt gebruiken, ook kinderen.

Vanwege het feit dat zij gecriminaliseerd worden gebruiken vele mensen drugs in onveilige omstandigheden en op onverantwoorde manieren. Het verbod levert de criminele organisaties die zich met drugshandel bezighouden een winst op van om en bij de 400 miljard euro per jaar (cijfers van de VN), ofwel 12.500 euro per seconde. Deze gelden worden gebruikt voor andere vormen van criminaliteit zoals mensen- en wapenhandel, en terrorisme. De inzet van politie en justitie om het verbod te handhaven kost de belastingbetalers in de Europese Unie ongeveer 15 miljoen euro per dag (cijfers van de EU). Geld dat niet gebruikt kan worden voor preventie, gezondheidszorg of andere sociale doeleinden. Ondanks deze inzet neemt de beschikbaarheid van drugs toe.

 

Waarom moet een wettelijke regeling van drugs worden ingevoerd?

 

Een wettelijke regeling voor de productie van drugs zou bijdragen tot een optie voor duurzame ontwikkeling voor boeren die cannabis, coca en opium verbouwen. Deze planten kunnen worden aangewend voor medische doeleinden, voedselveiligheid, duurzame landbouw, opwekking van alternatieve energie, vervanging voor producten op hout- of oliebasis en andere nuttige doeleinden. Een wettelijke regeling voor de handel in drugs zou leiden tot betere controle op kwaliteit en een eerlijke prijs, hetgeen de schade aan de volksgezondheid en de druggerelateerde criminaliteit zou verminderen.

Een wettelijke regeling voor de toegankelijkheid van drugs zou bijdragen tot een betere preventie van problemen zoals gebruik door jongeren, overmatig en onverantwoord gebruik en marginalisering van gebruikers (ca. 400.000 mensen in heel België)

 

Stijn Goossens en Joep Oomen voor STeunpunt Antwerpse Druggebruikers (STAD)

Lange Lozanastraat 14, 2018 Antwerpen - tel: 0032 (0) 479 98 22 71 - 0032 (0) 3 237 74 36

 

Tijdens de manifestatie van 7 mei 2005 in Antwerpen verschenen de hoofden van enkele sprekers boven de groene rook van de bommen die door enkele vertegenwoordigers van de democratische organisaties "Vlaams Belang" en "Ouders tegen Drugs", op het Hendrik Conscienceplein in de menigte gegooid werden. Dat daarbij een begrafenisceremonie verstoord werd, namen deze bekrompen geesten er gewoon bij.

 

De koude wind werd uiteindelijk te veel voor de bruine stoottroepen en de talrijk opgekomen verdedigers van recht en democratie - een onberispelijk cordon primaire - weerhield de leeghoofden ervan hun criminele acties te herhalen. De sprekers konden uiteindelijk gehoord worden zonder verdere incidenten.

 

 

Getuigenis van een Vlaamse tuinman

 

Ik ben van Limburg en… Limburgers kennen een lange traditie in het groeien en bloeien van de hennepplant. Al eeuwen geleden werd de Limburgse grond geschikt geacht voor het zaaien van de kemp. Mantelius schreef in 1663 over cannabis dat de bodem van Hasselt, evenals het Kempenland in de omgeving zeer rijk was aan dat gewas: ”Cannabis quam rudem & carminatam quotannis vendunt ingenti pondere, precipue in Hollandia. Cannabis die men al of niet bewerkt jaarlijks in enorme hoeveelheden verkoopt, vooral in Nederland.”

 

De Limburgse cannabisboeren in de gouden driehoek – de Euregio - beleven de laatste jaren opnieuw gouden tijden. De Belgische cannabisvariëteiten voorzien de Nederlandse coffeeshops in Eindhoven, Venlo, Weert, Maastricht enz…van de allerbeste soorten.

Echter door de opkomst van steeds meer commerciële kwekerijen in onze streken - een rechtstreeks gevolg van het verstrengde Nederlandse opsporingsbeleid – is de jacht op het cannabisgewas terug geopend. Zo werd ook ik het slachtoffer van een overijverig parket. Niet dat ik een commerciële plantage uitbaatte, maar ik was wel in overtreding met de geldende politienorm van één plant per volwassen persoon. Cannabisplanten verzorgen vind ik een mooie hobby en de weldoende werking van het kruid bezorgt me een zowel geestelijke als lichamelijk ontspanning. Helaas moet ik me nu als drugtoerist bevoorraden in het semi-illegale circuit van de coffeeshops. Met een boutade zou ik kunnen zeggen dat het Belgische gerecht de Nederlandse drugsmaffia een nieuwe klant bezorgd heeft.

 

  Bijna 10 jaar geleden stond ik hier ook al. Er werd een fakkeltocht gehouden ter nagedachtenis van Kim Saadeldin, het bekendste slachtoffer van de waanzin van de drugsbestrijding. We waren verdrietig, kwaad maar hadden ook hoop. We dachten immers dat het niet lang meer zou duren vooraleer de politiek een goed drugbeleid op poten zou zetten. Met Minister Aelvoet kwam er zo’n initiatief. De federale drugwet wenste in eerste instantie geen uitspraken te doen over hoeveel planten/grammen voor eigen gebruik bestemd waren, maar… de parketten vonden die richtlijn te vaag en dus niet werkbaar.

OK, de wet wás te vaag, maar de onlangs ingevoerde norm van één cannabisplant of 3 gram cannabis is ook niet werkbaar. Want wat als je je plant wil oogsten? Je mag er de topjes niet van afknippen, want dan komt je al snel boven de toegestane 3 gram. Moet je de plant in zijn geheel meenemen als je bijvoorbeeld naar een festival gaat? 3 gram of één plant… is dat het kluitje waar wij het riet mee worden ingestuurd?

Na 10 jaar sta ik hier opnieuw. Ik ben nog steeds verdrietig, nog steeds kwaad maar toch heb ik nog steeds hoop. Hoop dat het gezonde verstand ooit zegeviert en dat we verlost raken van het onzinnige verbod op drugs.

Viva Marijuana !!!

 

De story van Tuiza: spontane samenwerking tussen Belgen en Marokkanen in de kiem gesmoord door het gerecht - Het verhaal van Karim en Stijn en Tuiza

 

Zoubëir vertelde me dat hij als vrijwilliger bezig was in een nieuwe vzw die hij met een paar vrienden opgericht had. Ik ken Zoubëir van BAD (Belangenvereniging Antwerpse Druggebruikers) waar we samen lid van waren en van Breakline. Ik leerde hem in 2001 kennen. Hij was voorzitter van de vzw BAD. Samen met Joeri en Jan werkten we 'Breakline Peer Support' uit. Een harm reduction en peer support project van en voor partydruggebruikers in de dance scene. Op donderdagavond organiseerde Zoubëir jam-sessions in Tuiza en 'of ik geen zin had om eens af te komen'. Ik ben er vervolgens langs gegaan, nieuwe mensen leren kennen en ben Tuiza gaan beschouwen als een plaats waar het leuk vertoeven is. Wat ik dan ook regelmatig doe. Zoubëir vertelde me vanaf het begin al over Karim. Karim is de natuurlijke leider van Tuiza. Dat hoefde niemand me te vertellen, dat voel je de eerste keer als je hem ontmoet.

 

Karim is een peerleader.

Na een paar bezoekjes aan Tuiza, zei Zoubëir me dat Karim mij eens zou willen spreken. Ik ben er langs gegaan en we hebben gesproken. Niet over Tuiza die eerste keer. Karim vertelde me over zijn wedervaren als Marokkaan die sinds 17 jaar in België woont. Dit was een memorabele avond. Gegierd van het lachen. Tot tranens toe!!! Maar ook ontroerende, pijnlijke en bittere situaties passeerden de revue. We spraken de week daarop af zodat Karim mij z ’n plannen rond Tuiza uit de doeken kon doen.

 

Het project van Karim en de vzw Tuiza bestaat uit 2 delen. Het eerste gedeelte van het project speelt zich af in Antwerpen. Het tweede deel van het project vind plaats in Marokko.

De socio -culturele vzw Tuiza is in het leven geroepen door een groepje sociaal betrokken mannen met Marokkaanse roots. "Tuiza" is een uitdrukking en betekend "spontane samenwerking". Tuiza heeft haar thuisbasis in de Korte Nieuwstraat in Antwerpen waar het in de winter van 2003-2004 de deuren opende.

Tuiza is een sociaal -intercultureel inlooplokaal, met een bar, een lees -en spelletjeshoek en een activiteitenkelder annex jam -en repetitieruimte. Tuiza trekt een gemengd publiek aan en dat is ook uitdrukkelijk de bedoeling.

 

Doelstelling project

Sociaal -en maatschappelijk gekwetste mensen (marginalisering, isolatie en vereenzaming, depressie, passiviteit) aansluiting laten vinden bij een microgemeenschap (Tuiza), waardoor aansluiting bij de bredere samenleving mogelijk wordt.

 

De doelstelling realiseren door:

* Met Tuiza een veilige en geborgen omgeving aan te bieden waardoor deze mensen tot persoonlijke rust en kalmte kunnen komen.

* Een omgevingstoestand te creëren die sociaal -en maatschappelijk gekwetste mensen stimuleert aan activiteiten deel te nemen of om zelf activiteiten op te zetten.

* Vanaf het eerste moment duidelijk en open te communiceren tav kandidaat-vrijwilligers over het verloop van het project en over de gevraagde engagementen.

* Ondersteuning te bieden aan de mensen die op deze manier actief willen zijn.

* Externe druk en stressfactoren die gepaard gaan met het 'actief worden' tot een minimum te beperken.

* Mensen de kans te geven om (door middel van een reis naar een ver land (Marokko) in een kleine groep) zichzelf een time-out uit hun dagelijkse leefomgeving op te leggen.

 

De leden en beheerders van Tuiza willen openstaan voor (mede-) Antwerpenaren die door de complexiteit -en het tempo van de huidige samenleving uit de boot vallen of dreigen te vallen. Marginalisering, eenzaamheid, isolatie, depressie en passiviteit zijn hiervan vaak het gevolg. Tuiza wil een omgeving creëren waar deze mensen hun persoonlijke rust en kalmte hervinden.

 

Tuiza is -naast een plaats waar mensen elkaar opzoeken en samenzijn- ook een omgeving waar mensen de kans krijgen zich te ontplooien en actief bezig te zijn. Op deze manier bekomt men een toegevoegde waarde voor zowel de individuele persoon als voor het groepsgebeuren in Tuiza én voor de ruimere Antwerpse samenleving.

De ervaring in een veilige of geborgen omgeving te vertoeven en zich aanvaard te weten geeft aan mensen dat wat nodig is om uit de zelfopgelegde defensieve/passieve positie te treden die ze zich -vaak als overlevingsstrategie- eigen gemaakt hebben.

 

Deze aanvaarding, veiligheid en geborgenheid hebben als effect dat je ook zelf wil gaan bijdragen aan deze omgeving. Iets terug doen om bij te dragen aan de instandhouding van dit samenzijn. Ik wil 'functioneren', ofwel 'een functie vervullen die bijdraagt aan dit geheel waar ik zo graag deel van uitmaak'. Er ontstaan dus mogelijkheden tot activering. Onder deze omstandigheden kan men terug actief zijn. De omkadering is erop gericht dat faalangst bij vrijwilligers vermeden wordt. Dit wil zeggen dat de externe druk om 'iets te doen' op zo 'n manier plaatsvindt dat vrijwilligers op eigen initiatief zélf aangeven welke activiteit zij wensen vorm te geven, of aan welke activiteiten zij wensen deel te nemen. De lat wordt realistisch laag gelegd, maar je mag altijd hoger springen dan dat wat nodig is om over de lat te geraken.

 

De omkadering moet naast sfeerscheppend tav de persoon ook faciliserend zijn tav de activiteiten die ondernomen worden. Dit 'faciliteren' is erop gericht externe (stress-) factoren, die het realiseren van een plan bemoeilijken voor de organisator in kwestie, hanteerbaar te maken. Evengoed is het de taak van de omkadering om mogelijk al te wilde plannen binnen realistische perken te houden. Het is belangrijk dat er voldoende tijd gegeven wordt om remmingen en grendels los te laten en ook tijdelijk herval in oude patronen moet worden ingecalculeerd. Dit neemt niet weg dat bij vrijwilligers vanaf het begin een duidelijke wil aanwezig moet zijn om deel uit te maken van het Tuiza-entourage en dat er een engagement uitgesproken wordt tav de doelstellingen van Tuiza en tav haar leden.

De basishouding is er een van tolerantie. Dit is een open basishouding. Het positief benaderen van je (Antwerpse) medemensen.

 

Project deel één: Antwerpen

Onder leiding van de beheerder en met de andere leden van Tuiza als collega 's is een vijftal vrijwilligers -elk naar eigen mogelijkheden en kunnen- gedurende een periode van enkele weken actief als vrijwilliger in Tuiza. Zij engageren zich inhoudelijk en praktisch in de werking van Tuiza. Het eerste deel van het project is tevens de voorbereidende fase voor het tweede gedeelte van het project (een verblijf op een boerderij op het Marokkaanse platteland) dat aanvang neemt met het beëindigen van het eerste deel.

 

Het Antwerpse gedeelte als voorbereiding op het verblijf in Marokko houdt in dat gedurende deze periode (1)de nodige administratie in orde gemaakt wordt, (2)door actief te zijn zakgeld verdiend kan worden om mee te nemen naar Marokko, (3)vastgesteld kan worden of mensen werkelijk geschikt zijn om de reis en het verblijf in Marokko met de bedoelde basishouding aan te vatten. Met dit laatste wordt ondermeer openheid en tolerantie bedoeld, maar ook, bijvoorbeeld voor mensen die illegale drugs gebruiken, dat drugs en druggebruik niet een eerst in te vullen basisbehoefte mogen zijn waar geen zorg voor gedragen wordt.

 

Het ‘actief zijn’ in Tuiza kan op verschillende manieren. Zo organiseerde Zoubëir in de lente van 2004 een wekelijkse jam-sessie op donderdagavond. De deelnemende muziekanten waren van allerlei komaf. Zowel de organisator, Zoubëir, als de deelnemende muziekanten hebben hun eigen inbreng en zijn dus op hun eigen manier actief: als organisator en als deelnemer.

 

Een ander voorbeeld van het ‘actief worden’ is het feestje dat georganiseerd werd door Lucca. Daar waar Zoubëir met de jam-sessies het organisatievermogen bezit om zelf alles wat nodig was te regelen om dit te doen slagen, was het feestje op initiatief van Lucca een voorbeeld van project waar duidelijke ondersteuning vanuit de Tuizabasis aan Lucca nodig was.

 

Vanuit een realistische inschatting door het Tuiza entourage, maar zonder paternalisme, werden sommige taken voor het doen slagen van dit feestje op natuurlijke wijze gedelegeerd. Lucca ‘s party was een enorm succes.

Het ‘actief zijn’ in Tuiza kan ook nog andere vormen aannemen zoals helpen met klusjes in de vzw (opknappen kelder, installatie kachel, …), of mee helpen in de dagelijkse werking van Tuiza. Ook derden organisaties kunnen hun geactiveerde vrijwilligers opgeven als kandidaat voor de reis naar Marokko. De stuurgroep van het ‘Activeringsproject Antwerpen’ (stad Antwerpen, De Sleutel en Free-clinic) kan ingeschakeld worden om overleg hierover opgang te krijgen.

 

Project deel twee: Marokko

Een vijftal vrijwilligers zijn gedurende een periode actief geweest in vzw Tuiza of in andere Antwerpse activeringsprojecten. Zij hebben de nodige administratie in orde gebracht om de reis naar Marokko te kunnen aanvatten. De vrijwilligers hebben in deze periode de vergoeding die ze krijgen als vrijwilliger opgespaard en hoeven niet met lege handen te vertrekken. Dit zakgeld dient niet voor verblijfs- of andere kosten: zakgeld is zakgeld.

In een kleine groep voor een bepaalde periode in Marokko verblijven creëert een basis voor het realiseren van de algemene doelstelling.

 

'Mensen die lijden onder marginalisering, sociale isolatie en vereenzaming, depressie, etc aansluiting laten vinden bij een micro-gemeenschap, waardoor aansluiting bij de bredere samenleving mogelijk wordt'.

Door het in kleine groep samen onderweg zijn gedurende een bepaalde periode in een ver land waar je (buiten je metgezellen) (nog) niemand kent, met daarbij het bewust nastreven van een sociale en tolerante basishouding, trachten we te bekomen dat er in deze groep het begin van een sociaal weefsel zal ontwikkelen. Aangezien de groepsleden Antwerpen als thuisbasis hebben krijgt dat wat gekiemd werd in Marokko de kans om uit te groeien tot support relaties -en netwerken in onze thuisstad.

 

De time-out werking van de in een kleine groep aangevatte reis creëert rust. De afstand tot de thuisbasis Antwerpen en de rust die hierbij vrijkomt geeft de mogelijkheid om 'in alle rust' en 'van op een afstand' terug te kijken. Dit kan het begin zijn van het bedenken van oplossingsstrategieën voor zaken die het dagdagelijkse leven bemoeilijken.

 

Tuiza op de boerderij

De periode die in Marokko wordt doorgebracht moet worden opgevat als een groepsgebeuren. Karim heeft een overeenkomst gemaakt met een plaatselijke boer. De groep verblijft op een boerderij en helpt ook mee op de boerderij. Dit ‘meehelpen’ moet wel genuanceerd worden in die zin dat enkel de voor onze mensen doenbare taken worden opgenomen. De boerderij hangt zeker niet af van de inzet van de Tuizagroep voor haar dagelijkse werking. Mee gaan hooien of de koeien voederen zijn taken die hier opgenomen kunnen worden.

Naast de taken die op de boerderij vervuld kunnen worden, is er vooral veel aandacht en tijd voor samenzijn in een veilige omgeving (het platte land, de kleine groep), ontspanning en cultuurbeleving.

Samen naar de plaatselijke markt en een stukje opgaan in het Marokkaanse dorpsleven. Er kan naar een sauna gegaan worden, of een daguitstap naar de zee. Een voettocht naar de top van een berg. Doen we deze tocht in twee dagen, dan slapen we ‘s nacht onder de blote hemel. Muziek maken met plaatselijke muziekanten. Samen koken en samen eten. En dit alles op een tempo dat de groep samen houdt.

 

Karim in de gevangenis

De vzw Tuiza bestaat uit een inloopruimte op het gelijkvloers met daaronder een activiteitenkelder annex repetitieruimte. Boven Tuiza zijn er twee studio ‘s en een zolder. De vzw huurt het hele gebouw. Karim zelf woont in Ekeren. In maart werd Tuiza gesloten voor verbouwingswerken. Ondertussen ging Karim voor een tweetal weken naar Marokko.

 

Het Marokkaanse gedeelte van het project vergt nogal wat regelingen, afspraken en overleg met een aantal mensen ter plaatse. Niet enkel in verband met het verblijf op de boerderij, maar ook voor regelingen met dokter en apotheker zodat ook aan vrijwilligers die op voorgeschreven substitutiemedicatie staan de kans geboden kan worden om deel te nemen aan Tuiza. Verder ging Karim trajecten uitstippelen voor de culturele –en ontspanningsactiviteiten.

Bij zijn terugkeer in Antwerpen vond Karim vzw Tuiza verzegeld. De politie had tijdens zijn afwezigheid in de (wegens verbouwingen) gesloten vzw Tuiza en in de verdiepingen erboven een inval gedaan. Er werd op de zolder een paar honderd grammen wiet gevonden en 300 euro aan baar geld.

 

Niet enkel het gebouw werd verzegeld, ook het appartement van Karim in Ekeren was verzegeld hoewel er bij de huiszoeking hier niets gevonden werd. En last but not least was ook de auto van Karim in beslag genomen.

Ik sprak hem niet lang daarna. Karim voelde zich onschuldig gepakt en had geen zin om zichzelf bij de politie te gaan aangeven. Hij had er geen vertrouwen in dat de zaken eerlijk zouden verlopen.

‘Ik ben Marokkaan weet je’ zei hij ‘en dit is Marokkaantje pesten’. ‘Waarom doen Marokkanen vzw ’s open?’, vroeg hij me. ‘Om wiet en hasj te verkopen?’ antwoordde ik vragend? ‘Dat is het eerste waar men aan denkt ja’, bromde Karim.

 

Een dag later hoorde ik dat Karim in de Begijnenstraat zat. Nog eens 14 dagen later moest hij de eerste maal voorkomen. Karim blijkt volgens het gerechtelijk onderzoek een gevaar te zijn voor de samenleving. De rechter is de onderzoekers hierin gevolgd. Karims voorarrest werd met een maand verlengd. Zou Karim volgende maand nog steeds een gevaar zijn voor de samenleving?

 

Tuiza heeft nooit de bedoeling gehad om te dienen als cannabis-vzw. Tuiza is hiervoor nooit gebruikt en Tuiza zal in de toekomst ook nooit deze functie hebben. Tuiza moet een plaats zijn voor mensen die geen plaats hebben, maar die wel een plaats willen. Tuiza is van ons en moet open zijn. Net als ’t stad!

 

En voor wat betreft hasj en wiet. Er zijn blowers onder het publiek van Tuiza, net zoals in de doorsnee bevolking. Er zal altijd wiet en dergelijke onderling aan elkaar doorgegeven worden. Je ziet vaak dat rokers zich gaan organiseren in kleine netwerken voor de aanvoer. Dit gaat niet met drie gram per keer. Als je een stok zoekt om ons te slagen dan heb je met de drugwet steeds een handig instrument om aan gerechtelijke ‘clubbing’ te doen.

Wij zijn mensen die in de buik van de samenleving ons ding trachten te doen. Tégen uitsluiting, vóór participatie en vóór tolerantie. Wij zijn godverdoeme goed bezig!

 

Wat wil Antwerpen eigenlijk?

Hoeveel jonge Belgen en Marokkanen zijn bezig gezamenlijke projecten uit te werken? Er zijn er zeer zeker een aantal, maar de Belgen moet wel opletten met wie ze zich inlaten. Het zou kunnen dat het gerecht hun automatisch met drugdealers zal associëren. Want alle Marokkanen zijn dealers (not!), dat weet iedereen.

 

STOP de war on some drugs and on some people who use drugs. Dit is een oorlog tegen MENSEN!!!

 

 

ENKELE AFSLUITENDE BEDENKINGEN

Door Stijn Goossens

 

De grenzen van de cannabis wet

De nieuwe cannabis richtlijnen zijn nog maar goed twee maanden oud. Een aantal zaken zijn niet uitgeklaard. Door het tegenstrijdige karakter van de wet zijn er zeker en vast mogelijkheden tot innovatie. Zo mag elke volwassene één plant houden. Zoals onder het regime van de ministeriële richtlijn van 16 mei 2003 betreffende het vervolgingsbeleid inzake het bezit van en de detailhandel in illegale verdovende middelen, wordt het bezit van een hoeveelheid cannabis van maximum 3 gram of één geteelde plant, door een meerderjarige persoon, zonder dat enige aanwijzing inzake verkoop of handel aanwezig is, geacht te zijn voor persoonlijk gebruik.

 

Het moet mogelijk zijn dat cannabis gebruikers zich verenigen in cannabis clubs. Elk clublid brengt zijn plant naar de gezamenlijke kweekruimte waar ook de andere clubleden hun plant naartoe brengen. Er zijn dus evenveel planten in het clubhuis (of de clubhuistuin) aanwezig als dat er (meerderjarige) leden van deze club zijn.

 

De club kan educatieve en de-criminaliserende doelstellingen hebben:

"… ik ben echt niet goed in planten in leven houden enzo…, dankzij de grow lessen in de canna-club heb ik nu genoeg opbrengst van m 'n plant (2 winter, 1 zomer) om een jaar lang niet langs de illegale handel te hoeven gaan..."

 

Of competitieve doelstellingen:

" … De 'Canna-florists club uit Neerpelt' behaalde goud op de wereldkampioenschappen voor de mooiste cannabis bloemknoppen in Peking China. De Canna-florists waren top in de categorie 'kleurdiepte en glans'. De burgemeester van Neerpelt ontving de wereldkampioenen op het gemeentehuis en bood hun een eigen gekweekt rokertje aan. De burgemeester is zelf specialist 'bonzai-growd' en laat niet na de opbrengst van zijn kunnen te tonen aan de wereldkampioenen die hij als zijn 'peers' beschouwt…"

 

Zaad en stekken (door 'antwerp' op Cannabis-belgie.com: Forums)

Men mag 1 plant kweken voor eigen gebruik, maar de zaadhandel en stekkenhandel is verboden in België. Dan zou je naar Nederland moeten om zaad te kopen, maar als je het meebrengt naar België, wordt je aanzien als smokkelaar.

Als je slechts 1 plant mag hebben, en je het volgend jaar niet opnieuw de smokkelaar wilt uithangen, dan moet je stekken nemen van je plant, en iedere degelijke landbouwer, tuinier weet dat je meerder stekken van een plant moet nemen om er zeker van te zijn dat er minstens 1 overleeft.

 

Met kweken uit zaad geldt hetzelfde, je moet sowieso meerder plantjes opkweken om te zien welke een mannelijke of een vrouwelijke plant is. Eén plant brengt buiten gemakkelijk een halve kilogram op, 1 binnenplant maximum 100 gram. Het verschil ligt in smaak en potentie. Je mag wel één plant hebben, maar als ze een halve kilogram weed ontdekken ben je er bij, ook al komt het van 1 plant en hou je die voor jezelf.

 

Raymond Ceulemans heeft gisteren 6 mei (2005) reeds zijn getuigenis gedaan op het VTM nieuws.

Zou de zoon van Ceulemans zich ook ingelaten hebben met de cannabisindustrie als dit een gewone business was geweest? Of trekt de illegale georganiseerde kweek juist die mensen die het hoofd niet meer boven water houden aan als 'verhuurder' van een ruimte of (een zolderkamer). De afgelopen maanden staan de kranten vol met ontmantelingen van semi-professionele cannabiskwekerijen. De oorlog tegen drugs maakt meer en meer slachtoffers in cannabisland.

Is het niet dat mensen aangehouden en gestraft worden omwille van illegale commerciële kweek, dan wel omdat hun huis af fikt door de slecht geïnstalleerde illegale elektriciteit aftap.

Alstublieft. Kunnen we deze zaak als grote mensen regelen?

 

Thuiskweek en de cannabisrichtlijn

Om rechtsonzekerheid tegen te gaan zou de nieuwe cannabisrichtlijn specifieker uitgewerkt moeten worden. En dat geld zeker voor het gedeelte dat handelt over het thuiskweken.

Door één plant toe te laten zeg je eigenlijk impliciet dat elke volwassene tot 500 gram wiet en meer in huis mag hebben. Er wordt echter nergens in de richtlijn over dergelijke aantallen gesproken.

 

Er wordt wel gesproken over:

"één geteelde plant, door een meerderjarige persoon, zonder dat enige aanwijzing inzake verkoop of handel aanwezig is, geacht te zijn voor persoonlijk gebruik".

Vraag de eerste de beste wetsdienaar of hij 500 gram wiet een aanwijzing voor verkoop of handel vind. Geen plichten zonder rechten!!!

 

Ik wil graag het thema "rechten en plichten" onder de aandacht brengen. Als je als groep (mensen die illegale drugs gebruiken) onder vuur ligt en de rechten -en plichtendiscussie moet voeren zegt men vaak tegen je "het gaat hier niet alleen over rechten maar ook over plichten!!!". Vervolgens worden de rechten uit het oog verloren en spreekt men enkel nog over plichten. De plichtendiscussie ken ik onderhand wel. Laat ons ook eens spreken over onze rechten en dan bedoel ik niet in de eerste plaats "recht op roes", maar basisrechten in het algemeen. Het recht op volwaardig burgerschap, recht op veiligheid, gelijke kansen en antidiscriminatie.

 

De manier waarop de overheid omgaat met mensen die illegale drugs gebruiken is vergelijkbaar met de tijd dat het slaan van kinderen nog als aanvaardbare opvoedingsmethode gold. Wie beheert het dossier drugs: welzijn en gezondheid of strafrecht?

 

De verschillende overheden in dit land formuleren de stelling dat het beste traject voor de aanpak van drugs loopt van preventie over hulpverlening en als laatste  en ultieme middel repressie. De beschikbare overheidsbudgetten echter laten een ander beeld zien. Het onderzoek 'drugbeleid in cijfers' berekende dat 4 procent van de uitgaven naar preventie gaat, 38 procent naar hulpverlening en 54 procent naar repressie.

 

Dit is het tegenovergestelde aan de inhoudelijke doelstellingen die het beleid zichzelf oplegt en dit is rechtstreeks het gevolg van drugs in het strafrecht. Het drugbeleid loopt op twee gedachten, maar het is strafrecht dat eigenaar is van het drugdossier en het is dan ook het repressieve dat in het beleid de boventoon voert en de zaken letterlijk mank doet lopen.

 

Druggebruik en drughandel glijden als los zand door de vingers van het strafrecht. Er wordt (bijna) nooit aangifte gedaan van het gepleegde misdrijf. De politie moet dus telkens opnieuw zelf op zoek naar overtredingen. Politie en justitie kunnen in 99,9 procent van de gevallen het misdrijf niet voorkomen of een vaststelling doen.

De kern van de zaak is dat het huidige drugsbeleid niet werkt. Na 30 jaar kostbare bestrijding is het aantal druggebruikers niet gedaald, maar toegenomen. En ook de mogelijkheden om aan drugs te komen zijn spectaculair verbeterd. Wel is het justitiële apparaat overbelast, waardoor dit niet meer naar behoren functioneert en de criminele wereld krijgt een riante financiële infrastructuur in de schoot geworpen. Er wordt getracht een zaak van welzijn en gezondheid op te lossen dmv strafrecht.

 

Er is een eenvoudige conclusie te trekken: we hebben de afgelopen 30 jaar miljarden uitgegeven en er niets voor teruggekregen, wordt het niet eens tijd dat we een zinvollere bestemming voor ons geld vinden en dat we een ernstig uitsluitingmechanisme ontmantelen?

 

Stijn Goossens

STeunpunt Antwerpse Druggebruikers

 

 

Platformtekst cannabis

Hierbij verzoeken wij de Belgische volksvertegenwoordigers een wetsvoorstel in te dienen voor de legalisering van de verbouw, handel en consumptie van cannabis. Wij vragen iedereen die het met dit voorstel eens is deze tekst te onderschrijven (zie onderaan).

 

De realiteit van vandaag

Het drugsbeleid in België en in vrijwel alle landen ter wereld is gebaseerd op 3 VN-verdragen (van 1961, 1972 en 1988). Volgens deze verdragen moeten productie en handel in drugs, waaronder cannabis, verboden blijven.

Wat zijn de consequenties van dit verbod, ofwel: hoe ziet de realiteit van alledag eruit?

 

Verbouw, handel en gebruik van drugs vinden plaats in de illegaliteit. Drugs zijn echter alom verkrijgbaar op een steeds groeiende zwarte markt, die ook toegankelijk is voor minderjarigen. Daar bestaat geen enkele controle op prijsbepaling, kwaliteit, gebruik van bestrijdingsmiddelen en toevoeging van schadelijke producten.

Vanwege het gebrek aan informatie en het risico op vervolging gebruiken vele mensen drugs in onveilige omstandigheden en op onverantwoorde manieren, wat groot gevaar oplevert voor de volksgezondheid. Denken we maar aan de verspreiding van levensbedreigende ziektes.

 

Het verbod levert de criminele organisaties, die zich met drugshandel bezighouden, wereldwijd een jaarlijkse winst op van om en bij de 400 miljard euro, ofwel 12.500 euro per seconde. Deze gelden worden gebruikt voor andere vormen van criminaliteit zoals mensen- en wapenhandel, en terrorisme.

 

De inzet van politie en justitie om het verbod te handhaven kost de belastingbetalers in de Europese Unie ongeveer 15 miljoen euro per dag, geld dat niet gebruikt kan worden voor preventie, hulpverlening, gezondheidszorg of andere sociale doeleinden.

De grote meerderheid van de gebruikers van verboden drugs overtreden geen enkele andere wet dan die tegen drugs en brengen niemand enige schade toe. Toch hangen hen zware straffen boven het hoofd, zoals bijvoorbeeld voor gebruik in het bijzijn van minderjarigen. Intussen zitten de gevangenissen vol met onbelangrijke kleine dealers, vaak afkomstig uit allochtone bevolkingsgroepen.

De drugswetgeving wordt ook misbruikt om minderheidsgroepen in de samenleving, zoals jongeren of thuislozen, te treffen. Met maatregelen zoals het straatverbod in Antwerpen kunnen zij willekeurig gestraft worden voor vaag omschreven misdrijven zoals "druggerelateerde overlast" of "storend rondhanggedrag".

 

De cannabisrichtlijn

Wat de cannabiswetgeving in België betreft is er de laatste jaren ongetwijfeld sprake van een hoopvolle evolutie. De regering heeft uitgesproken dat de prioriteit van het beleid bij de volksgezondheid ligt. In het geval van cannabis vertaalde zulks zich in de recente 'richtlijnen inzake vervolging' die de 'laagste prioriteit' in het vervolgingsbeleid geeft 'aan het bezit,door een meerderjarige, van een hoeveelheid cannabis voor persoonlijk gebruik'. Deze hoeveelheid is bepaald op minder dan drie gram of één plant. Een uitzondering wordt gemaakt voor de gevallen waarin het bezit gepaard gaat met 'verzwarende omstandigheden' of 'verstoring van de openbare orde'. Deze nieuwe richtlijn is in de praktijk niet uitvoerbaar. De grens van drie gram of één plant is absurd.

 

Eerst en vooral is kweken niet voor iedereen weggelegd. Stekken of zaden blijven illegaal. Als men geoogst heeft, bezit men meer dan drie gram. Het overgrote deel van de cannabisgebruikers koopt dus op de zwarte markt. Velen steken de grens met Nederland over, kopen in coffeeshop en maken zich schuldig aan drugssmokkel. Door de drie gram regel is men in theorie verplicht om zulks bijna elke dag te doen.

 

De nieuwe richtlijn is halfslachtig en inconsequent. Het zwaard van Damocles blijft de cannabisgebruikers boven het hoofd hangen. Onder hen een groeiend aantal mensen die cannabis om medische redenen gebruiken, als pijnstiller of middel tegen misselijkheid (onder andere bij kanker- of MS-patiënten). Zij krijgen dit middel door Belgische artsen voorgeschreven en kunnen het bij een apotheker in Nederland kopen, maar moeten het vervolgens illegaal importeren. En zelfs als het hen lukt om nooit meer dan drie gram te bezitten kunnen hen nog altijd 'verzwarende omstandigheden', vooral ten aanzien van het gebruik in bijzijn van minderjarigen worden aangewreven.

 

Tenslotte leidt de nieuwe richtlijn tot willekeur. In de praktijk hangt het af van de interpretatie van de dienstdoende politieagent of rechter of er sprake is van verzwarende omstandigheden. Dit verhoogt alleen nog maar de rechtsonzekerheid van de gebruiker, en de kans op misbruik bij de wetshandhavers. Kortom, de goede bedoelingen achter de cannabisrichtlijn komen niet tot uiting in de toepassing ervan.

 

Een wettelijke regeling

Wij vragen een wettelijke regeling voor de productie, de handel en de toegankelijkheid van cannabis voor meerderjarigen. Een reglementering die niet gebaseerd is op een verbod maar op de preventie van problemen.

Iedere volwassen burger zou het recht moeten hebben om planten te verbouwen voor eigen gebruik of niet-commerciële doeleinden, met gebruik van de technische middelen die hem/haar daartoe ter beschikking staan.

 

De commerciële handel in cannabis of cannabisderivaten zou kunnen worden gereglementeerd zoals nu ook het geval is met legale drugs zoals tabak en alcohol. Licenties kunnen worden uitgereikt aan particuliere organisaties of bedrijven die deze handel op zich willen nemen. De verkoop zonder recept kan plaatsvinden in gelegenheden die vergelijkbaar zijn met cafés of bars, maar enkel toegankelijk zijn voor meerderjarigen.

 

Een wettelijke regeling voor de toegankelijkheid van cannabis zou bijdragen tot een betere preventie van problemen zoals overmatig- en onverantwoord gebruik en gebruik door minderjarigen, zonder dat gebruikers worden gecriminaliseerd.

 

Een wettelijke regeling voor de handel in cannabis zou leiden tot een controle op productie en handel waardoor een betere kwaliteit en een eerlijker prijs. De staat zou er aan kunnen verdienen door de heffing van taksen.

 

Een wettelijke regeling voor cannabis maakt definitief een einde aan het demoniseren van deze plant. Het zou ook de toepassing van cannabis voor medicinale doeleinden vergemakkelijken, evenals de verbouw van cannabis (hennep) als optie voor duurzame plattelandsontwikkeling. Hennep kan worden aangewend voor opwekking van alternatieve energie, vervanging voor producten op hout- of oliebasis en andere nuttige doeleinden.

 

Een wettelijke regeling kan ervoor zorgen dat de goede bedoelingen van de regering tot hun recht kunnen komen. Het zou een voorbeeld kunnen zijn voor de uiteindelijke volledige reglementering van alle drugs.

Bent U het eens met dit voorstel? Laat U het ons dan weten.

 

Steunpunt Antwerpse Druggebruikers

VOLVOX - Lange Lozanastraat 14 - 2018 Antwerpen

Tel. 03-2377436 - steunpuntantwerpsedruggebruikers@yahoo.com

 

Global Marijuana March

Uitgebreide informatie over dit internationaal evenement op www.cures-not-wars.org en http://www.cannabisculture.com/march. Informatie over de manifestatie in Antwerpen: www.encod.org.