Griekse zon

 

 

Tekst ©JosNijsten2004

Foto's ©Meve/Angelos Vs

 

Het moet een jaar of zes geleden zijn dat mijn longen nog vakantie hadden. Toen namen ze afscheid van de tabak. Van ongeveer vijftig gram per dag naar nul gram. Jammer voor de industrie, de economie, het BNP en de aandeelhouders, maar goed voor deze jongen zijn longen. Ook jammer voor de aandeelhouders is het middel dat deze stop mogelijk maakte, namelijk een half grammetje wiet per dag zonder fuckin' aandeelhouders. Slecht nieuws ook voor de moraalridders tegen het (cannabis)genot: het is na vijf jaar nog steeds dat half grammetje en ik ben ondertussen niet gaan prikken en slikken. Mijn vrienden-van-vroeger missen me ook niet meer aan de toog, de zuippartijen zijn vervangen door het sporadisch wijntje. En dan begint een goed glas wijn met een pijpje kwaliteitswiet verdomd goed op een Courvoisier met een Havana te gelijken.

 

Ik geniet nu al een tiental dagen van de Griekse zon en wind op witblauwe cycladen. Geen wiet meegenomen, de afwezigheid van werk psychoactiveert me wel. Het heeft iets, zo een rookstop. Je ontdekt de nieuwe dingen al voor je in het vliegtuig stapt. Mobiele telefoons staan roodgloeiend, want in het vliegtuig moeten ze uit. Sigaretten worden met pakjes tegelijk aangestoken en er wordt zwaar geïnhaleerd. Daarna geldt gedurende meer dan drie uren een rookverbod. Een dame die zich wat verderop in haar laatste sigaret verstikt heeft, denkt dat ze de overtocht niet zal halen zonder roken. Klaar om op te stijgen, iedereen op zijn plaats. Dat het maar rap voorbij is, jammert de dame. En jawel hoor, een vertraging van veertig minuten wordt aangekondigd. Leedvermaak wint het deze keer van medelijden. Ze slaapt tot de landing en heeft geen gebrek gevoeld.

 

De taxichauffeur die me naar Athene brengt is een kettingroker. Veel maakt dat niet uit in een miljoenenstad met evenveel verbrandingsmotoren als mensen die elkaar de laatste molecule zuurstof betwisten.

 

 

Honderd kilometer later verlaat de rookvrije Sea Jet de haven van Rafina, richting Paros. Honger ja, eten nee. Ik ben al geen traveller en mijn eetlustverwekker is thuisgebleven. Dat gaat 's anderendaags al wat beter. Het rituele ochtendkakje verhuist naar de vroege namiddag. Mijn afkickverschijnselen zijn dan ook te verwaarlozen. Mijn tabakrokende medepassagiers overtreden massaal het algemene rookverbod en bezetten de toiletten. Schijthuisrokers. Morgen uiten wellicht enkelen onder hen ergens hun afkeer tegen 'drugs'. Bij het aanmeren staan de zwaarst verslaafden met de sigaret in aanslag en de aansteker vuurklaar in de frontlinie. Dan stijgt een rookwolk ten hemel: het bootrookverbod is achter de rug.

 

Tijdens het avondje lekker eten komen de "Kannabishops" ter sprake. Het verhaal van de repressieve reactie op het hoge aantal harddruggebruikers in de Griekse hoofdstad. Eind jaren negentig liet de Griekse overheid aan Europa voelen hoe preventief ze wel waren ten overstaan van drugs. De drugpolitie viel een aantal Kannabishops binnen, nam in zes van de vijftien winkels alles in beslag en verzegelde de zaak. Het ging om hennepwinkels waar uitsluitend niet rookbare hennepproducten verkocht werden zoals textiel, papier, cosmetica, schoenen, en dergelijke.

 

De in beslag genomen goederen kwamen uit de door Europese Unie gesubsidieerde THC-arme hennepteelt. De razzia's waren een idee van de Atheense minister van maatschappelijk welzijn die de drugswetgeving strikt opvolgde.

Athene heeft 10 miljoen inwoners en 100.000 harddrugsverslaafden. Dat is één procent van de bevolking. Griekenland is een van de meest repressieve landen ter wereld op het gebied van drugs.

 

Ik had al vernomen dat driekwart van de wiet wordt ingevoerd uit Albanië, met muilezels de bergen over. Dat verhaal bleek te kloppen. Beter zelfs, als ik nog een paar dagen bleef kon ik mee proeven. De gastvrijheid is heilig en weigeren kwam niet in mij op. En een heerlijk Balkan buitenwietje is na tien dagen onthouding toch wel een beetje de kers op de vakantietaart.

 

En wat voor een kers! De dag voor mijn vertrek kreeg ik discreet een paar grammetjes toegestopt, genoeg voor twee stickjes. "Eentje is goed", zei de milde schenker met stralende ogen, "twee is beter", lachte hij en wenste me veel geluk en genot in het leven.