Drugsexperten zijn niet te vertrouwen

 

Onderzoek van illegale drugs heeft de kleur van de financierder

 

 

Nederlandse bewerking: JosNijsten2004

Foto Peter Cohen ©JosNijsten2000

 

"Eén avond ecstasy kan hersenschade veroorzaken", blokletterden de kranten in september 2002. Het artikel volgde op een publicatie, in het tijdschrift Science (UK), van een studie die stelde dat een injectie met één enkele dosis ecstasy zware hersenletsels veroorzaakt bij bavianen en apen. Van de tien primaten die als proefdieren gebruikt werden stierven er zelfs twee. De media hebben dat nieuws in grote letters uitgesmeerd over de hele wereld en de televangelistische fundamentalisten hebben die berichtgeving gebruikt om hun oorlog tegen drugs verder te zetten. Zij hebben dit als onweerlegbaar bewijs van de schadelijkheid van ecstasy aan de mensen voorgeschoteld.

 

Maar een jaar later gebeurt er iets vreemds. De auteur van de studie, professor George Ricaurte (foto), erkent dat zijn team per vergissing zware doses amfetamines ingespoten had, en geen ecstasy. Science zag zich genoodzaakt het artikel te weerleggen en de eerder gepubliceerde onderzoeksresultaten in te trekken. Over de intrekking van het artikel werd in de kranten in alle talen gezwegen. De antidruglobby heeft de leugen laten voortwoekeren.

 

Hoe obscuur dit incident ook mag zijn, het toont een belangrijk aspect van het onderzoek naar verboden drugs, iets wat door weinig juristen begrepen wordt, maar wel heel bekend is bij wetenschappers en onderzoekers. "Het is een zwaar gepolitiseerde materie", zegt Peter Cohen, professor aan het Centrum voor Drugsonderzoek aan de Universiteit van Amsterdam. "Er bestaat geen onpartijdige wetenschap."

 

Volgens Cohen illustreert de kwakkel van Ricaurte perfect de problemen rond onderzoek van illegale stoffen. Lang voor de onderzoeksresultaten gepubliceerd werden in het tijdschrift Science was Ricaurte al een bekend figuur. Hij werd door academici eerder al beschuldigd van het "produceren van valse wetenschappelijke bewijzen" om drugs zo gevaarlijk mogelijk te laten overkomen.

 

Maar waarom eigenlijk? Het geld natuurlijk. Onderzoek zowel als wetenschappelijke carrière zijn afhankelijk van de financieringsbron en drugsonderzoek is een kostelijke zaak. De analyse die in Science verscheen draagt een kostenplaatje van 1,3 miljoen dollar in de VS alleen al. "Onderzoekers moeten hun geld ergens vandaan halen", merkt Cohen op. De mogelijkheden zijn bijzonder beperkt: de farmaceutische industrie is niet geïnteresseerd en het merendeel van de overheden zijn niet geneigd geld te spenderen aan onderzoek naar producten die toch al verboden zijn…

 

De enige uitzondering zijn de VS die enorme sommen besteden op dit domein. Het NIDA (National Institute on Drug Abuse) financiert zowat 85 procent van het onderzoek dat wereldwijd gedaan wordt rond gezondheidsaspecten bij misbruik en afhankelijkheid van drugs. Maar aan dat geld hangt een ideologie.

 

De Amerikaanse overheid is verstrikt in de War-on-Drugs-ideologie waarin drugs niet gewoon een zaak zijn van volksgezondheid, en zoals alle andere producten op een rationele manier kunnen bestudeerd en geregulariseerd worden. Neen, drugs zijn crimineel, immoreel en zelfs des duivels. Wanneer mensen aan alcohol denken, trekken zij een lijn tussen misbruik en gebruik – consumptie die schade veroorzaakt en consumptie die geen schade veroorzaakt.

 

Maar omdat volgens de War-on-Drugs-ideologie alle drugs absoluut slecht zijn, wordt de lijn tussen misbruik en gebruik van drugs gewoon weggeveegd. Alle gebruik is misbruik. Alle gebruik is vernietigend. En het is aan de wetenschapper om dat te bewijzen.

 

 

 

 

Peter Cohen in het Vlaams Parlement in september 2000

 

 

Met dit onderzoek probeerde dr. Ricaurte iets te bewijzen dat naadloos past in de War-on-Drugs-ideologie: één enkele simpele dosis ecstasy kan hersenletsels veroorzaken. Niet zo verwonderlijk want het NIDA had er 1,3 miljoen dollar voor over. Alles samen, in de loop van zijn carrière kreeg Ricaurte al meer dan 10 miljoen dollar toegeschoven van het NIDA. In ruil daarvoor kreeg het NIDA wat het beoogde: onderzoeksresultaten die de gevaren van ecstasy absoluut overdrijven.

 

Nochtans is de financiering van onderzoek niet het enige middel dat de Amerikaanse overheid gebruikt om de controle te houden over de wetenschappers die werken rond illegale stoffen. De niet-financiering van onderzoek kan even efficiënt zijn als men weet dat de Verenigde Staten praktisch de enige zijn die dergelijk onderzoek financieren. "Als ik zou voorstellen aan het NIDA dat ik als onderzoeker wil aantonen dat het gebruik van cannabis minder problematisch is dan dat van alcohol, dan zou ik geen financiering voor mijn onderzoek krijgen", verduidelijkt Cohen.

 

Dergelijke manier van het onder controle houden van het onderzoek kan dat onderzoek beïnvloeden op een subtiele maar uiterst efficiënte manier. Cohen verwijst naar zijn eigen onderzoek bij gewone mensen die matig cocaïne gebruiken, een gebruik dat weinig of geen problemen veroorzaakt, noch op het vlak van gezondheid, noch op sociaal vlak. Hij kreeg voor dit onderzoek financiële steun van de Nederlandse overheid. "Maar in veel andere landen kunnen mijn collega's een financiering voor dergelijk onderzoek niet vinden. Zij kunnen geld vinden om onderzoek te doen naar cocaïnegebruik, maar enkel bij mensen die in afkickcentra zitten of in de straten rondhangen." In andere domeinen zou zo een selectief onderzoek onaanvaardbaar zijn omdat het de resultaten vervalst. In het kader van drugsonderzoek is dit evenwel normaal.

 

De ultieme manier van controle is eenvoudigweg de brutale onderdrukking. "Het gebeurt gedurig aan", stelt Cohen. "Ik was betrokken bij het cocaïneonderzoek van de Wereld Gezondheids Organisatie en heb het allemaal zien gebeuren."

 

Begin jaren 90 vroeg de Wereld Gezondheids Organisatie aan een internationaal team van onderzoekers, Cohen inbegrepen, om wat genoemd werd "de grootste globale studie ooit over cocaïnegebruik" uit te voeren. In 1995 was het onderzoek afgelopen. De conclusie luidde dat het merendeel van de gebruikers occasionele gebruikers zijn waarbij het gebruik niet leidt tot misbruik en dat occasioneel gebruik weinig of geen gezondheidsschade toebrengt. Dat stak schril af tegen de War-on-Drugs-ideologie. De VS dreigde met het terugtrekken van hun financiering als het rapport gepubliceerd zou worden. De Wereld Gezondheids Organisatie heeft toen aan die platte chantage toegegeven. Het rapport werd gedoofpot.

 

Volgens Cohen begint het bij journalisten stilaan door te dringen dat uitspraken over drugs, gedaan door de overheid, niet altijd even betrouwbaar zijn. Maar, zegt hij, weinigen weten "hoe vergiftigd de productie van kennis over drugs wel is." Het gevolg is dat desinformatie groeit als onkruid(*) en een drugsbeleid nog geen zaak is die op een rationele manier door de maatschappij kan behandeld worden.

 

onkruid (*): Ooit waren er alleen maar kruiden. Er bestond niet zoiets als "onkruid". Toen kwamen de plantenverdelgers. Zij benoemden een aantal kruiden tot "onkruid" en boden hun chemische verdelgers aan om dat "onkruid" te vernietigen.