Catania Rapport
Openbare Hoorzitting
Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad
en de Europese Raad betreffende de Europese strategie inzake drugsbestrijding
(2005-2012) (2004/2221(INI))
Catania Rapport
beveelt de Raad en de Europese Raad het volgende
aan met betrekking tot de vaststelling van de toekomstige Europese strategie
inzake drugsbestrijding (2005-2012) en het drugsbeleid van de EU in het
algemeen:
Giusto Catania
a) het Europees beleid
inzake drugs te herdefiniëren, gericht op de aanpak van grensoverschrijdende en
grootschalige drugssmokkel, waarbij het probleem in al zijn aspecten wordt
benaderd, gebaseerd op een wetenschappelijke aanpak, eerbiediging van de
burgerrechten en de politieke rechten en bescherming van de levens en
gezondheid van personen;
b) klare, precieze en
kwantificeerbare doelstellingen en prioriteiten te bepalen, die vertaald kunnen
worden in operationele indicatoren en acties in de toekomstige actieplannen,
waarbij verantwoordelijkheden en deadlines voor hun implementatie heel
duidelijk dienen gedefinieerd te worden, rekening houdend met het
subsidiariteitsbeginsel. Teneinde te komen tot een vlotte uitvoering is er nood
aan een multidisciplinaire aanpak op Europees niveau rond deze duidelijk
afgebakende doelstellingen (coördinatie, informatie, evaluatie en
internationale samenwerking);
c) er rekening mee te
houden dat de evaluaties van de verwezenlijking van de zes hoofddoelstellingen
van de EU-strategie inzake drugsbestrijding (2000-2004) die tot nu toe zijn
verricht, voor geen enkele van deze doelstellingen positieve resultaten te zien
geven, en daaruit dus voor het beleid en de wetgeving de consequenties trekken
bij het opstellen van de Europese strategie voor de drugsbestrijding
(2005-2012) en de daarmee verbonden actieplannen;
d) rekening te houden met
de evaluaties van de verwezenlijking van de zes hoofddoelstellingen van de
EU-strategie inzake drugsbestrijding;
e) de nieuwe strategie
meer te baseren op wetenschappelijk onderzoek en een diepgaand en structureel
overleg met de actoren op het terrein in de lidstaten;
f) de nieuwe EU-strategie
inzake drugsbestrijding te doen steunen op juridische, institutionele en
financiële grondslagen die voortvloeien uit de doelmatigheid van de tot dusver
gevoerde acties en de aanwijzing van de beste praktijken;
g) het sociaal en
wetenschappelijk onderzoek naar illegale stoffen voor relevante medische en
sociale doeleinden te intensiveren;
h) een alternatief uit te
werken voor de huidige financiële fragmentering door de creatie van een nieuwe
begrotingslijn, die nauw aansluit bij alle maatregelen waarin zal moeten worden
voorzien in de toekomstige door de commissie goed te keuren actieplannen, omdat
de doelstellingen van de strategie inzake drugsbestrijding anders niet zullen
kunnen worden verwezenlijkt;
i) een specifieke
begrotingslijn te creëren voor een continu raadplegingproces met betrokken
maatschappelijke organisaties en onafhankelijke professionele deskundigen over
het effect van drugsbeleid op het niveau van de burgers;
j) een gedetailleerde
evaluatie te verrichten naar de doelmatigheid van de tenuitvoerlegging van de
eerdere strategie, met bijzondere aandacht voor:
preventie van gebruik en
verslaving,
vermindering in het
aanbod van en de vraag naar verboden drugs,
beperking van de sociale
schade (marginalisering),
beperking van de schade
aan de gezondheid,
terugdringing van
drugsgerelateerde kleine criminaliteit en georganiseerde misdaad en daarom geen
nieuwe Europese strategie inzake drugsbestrijding (2005-2012) te bepalen zonder
eerst de concrete resultaten van de vorige strategie te kennen, op basis van de
relevante technische, wetenschappelijke, juridische en beleidsmatige
beleidsevaluaties;
k) conform de beginselen
van democratische legitimiteit, doorzichtigheid en loyale samenwerking tussen
de instellingen, het Europees Parlement regelmatig te informeren over de stand
van de onderhandelingen in de Raad over de Europese strategie inzake
drugsbestrijding (2005-2012),
l) het Europees Parlement
tijdig te raadplegen voordat de Europese strategie inzake drugsbestrijding
(2005-2012) wordt aangenomen, teneinde rekening te kunnen houden met zijn
advies;
m) totaal andere
maatregelen voorstellen dan de inadequate middelen die zijn uitgekozen voor de
verwezenlijking van de algemene doelstelling van het voorstel voor een
EU-strategie inzake drugsbestrijding, waarbij prioriteit moet toekomen aan de
bescherming van leven en gezondheid van gebruikers van illegale middelen, en
aan verbetering van hun welzijn en bescherming uitgaande van een evenwichtige
en geïntegreerde probleemstelling;
n) de Europese
coördinatiemechanismen te versterken, nu de grenzen van de EU van 25 dichter
zijn komen te liggen bij de landen vanwaar de drugs afkomstig zijn, teneinde de
smokkel van verdovende middelen naar de Unie tegen te gaan en het Europees
coördinatiemechanisme op het gebied van het drugsbeleid duidelijk te definiëren
en uit te breiden, o.a. via het EWDD, met het oog op een geïntegreerde,
multidisciplinaire en evenwichtige aanpak van het drugsprobleem, hetgeen sinds
de toetreding van tien nieuwe lidstaten meer dan ooit noodzakelijk is;
o) na de toetreding van
de tien nieuwe lidstaten, de coördinatie en informatie-uitwisseling binnen de
Unie op het gebied van het drugsbeleid verbeteren met het oog op een
geïntegreerde, multidisciplinaire en evenwichtige aanpak van het drugsprobleem,
waarin ook rekening wordt gehouden met de bemoedigende, uitvoerig
gedocumenteerde resultaten die zijn verkregen in verschillende lidstaten en
andere Europese landen waar een alternatief drugsbeleid wordt gevoerd,
p) minimumnormen vast te
stellen om de beschikbaarheid en de doelmatigheid van de interventies te
verbeteren, alsmede minimumnormen voor maatregelen inzake re-integratie op
basis van de beste praktijken in de lidstaten, teneinde de sociale gevolgen van
drugsgebruik te beperken;
q) voldoende rekening te
houden met de nieuwe situatie, ontstaan na de toetreding van tien nieuwe
lidstaten tot de Unie waardoor een intensieve samenwerking met de nieuwe
grensstaten noodzakelijk is;
r) te zorgen voor een
grotere beschikbaarheid van schadebeperkende programma's (vooral tegen de
verspreiding van HIV en andere via bloed overdraagbare ziekten) voor
druggebruikers;
s) minimumnormen vast te
stellen voor re-integratiemaatregelen op basis van de beste praktijken in de
lidstaten, in plaats van een te sterke focus op nabehandeling met
drugsvervangende middelen; te dien einde dienen bijzondere inspanningen tot
resocialisatie te worden genomen;
t) zich veel meer te
concentreren op schadebeperking, informatie, preventie, zorg en aandacht voor
de bescherming van het leven en de gezondheid van personen met problemen als
gevolg van het gebruik van verboden middelen, en maatregelen te bedenken
waardoor marginalisering kan worden vermeden, eerder dan repressieve
strategieën te volgen die nagenoeg neerkomen op schending van grondrechten en
ook regelmatig geleid hebben tot schendingen van de mensenrechten;
u) voor
wetsovertreders/gebruikers als alternatief voor gevangenisstraf te voorzien in
therapeutische programma's, waarvan de doelmatigheid positief is beoordeeld in
de landen waar zij worden toegepast,
v) de
voorlichtingsmaatregelen op het gebied van verboden middelen en drugspreventie,
vooral op scholen, zoals voorzien in het actieplan 2000-2004, te versterken en
te zorgen voor voldoende financiering ervan, en de negatieve aspecten van
druggebruik tegen te gaan alsmede de bijbehorende risico's;
w) het accent te leggen
op de versterking van de voorlichtingsmaatregelen, die dienen te worden
gebaseerd op wetenschappelijke kennis betreffende de gevolgen van de
verschillende soorten drugs (vooral synthetische), teneinde iedereen op een
duidelijke doch doortastende manier te kunnen waarschuwen;
x) de deelneming en betrokkenheid
van verslaafden en gebruikers van verboden stoffen, van maatschappelijke
organisaties, NGO's en van het vrijwilligerswezen, alsmede de publieke opinie
bij de oplossing van drugsgerelateerde problemen te definiëren en exponentieel
te versterken, meer in het bijzonder door een sterkere betrokkenheid van de
organisaties die actief zijn op dit terrein bij de werkzaamheden van de HDG en
door het organiseren van een jaarlijks Europees preventie-initiatief, en door
op experimentele basis laagdrempelige plaatsen in te richten voor een
schadebeperkende en anti-prohibitionistische aanpak;
y) evaluaties te laten
verrichten die het mogelijk maken afwijkingen van de doelstellingen van de
EU-strategie inzake drugsbestrijding nauwkeurig in kaart te brengen en te
verhelpen, en waarmee zich geschiktere methoden en middelen voor het bereiken
van die doelstellingen laten aanwijzen,
z) er te voor zorgen dat
de opbrengsten van de drugshandel niet kunnen dienen ter financiering van het
internationale terrorisme, en de bestaande wetgeving betreffende de
inbeslagname van goederen en de strijd tegen het witwassen van geld toepassen,
waarbij de Italiaanse anti-maffiawetgeving volgens welke onder criminele
organisaties geconfisceerde goederen (winsten) heringezet moeten worden voor gemeenschapsdoeleinden,
ondersteund wordt;
aa) in alle
internationale overeenkomsten, met name de nieuwe samenwerkingsovereenkomsten
met derde landen, een specifieke clausule "antidrugssamenwerking" op
te nemen, waaraan de status van essentiële clausule dient te worden gegeven,
ab) de ontwikkelingssteun
aan drugsproducerende landen aanzienlijk te verhogen via programma's ter
financiering van alternatieve, duurzame teelten en een drastische beperking van
de armoede, waarbij ook de mogelijkheden moeten worden bestudeerd om de
productie voor medische en wetenschappelijke doeleinden te stimuleren en te
beschermen, zoals van opiaten, alsmede de mogelijkheid van pilootprojecten voor
industriële vervaardiging van toegelaten producten van de in het verdrag van
1961 genoemde planten, zoals bijvoorbeeld Indische hennep en cocablad;
ac) de toegankelijkheid
van vervangingsprogramma's te regelen en te waarborgen, met bijzondere aandacht
voor het gevangenismilieu, onder gelijktijdig stimuleren van de toepassing van
alternatieve maatregelen in plaats van opsluiting voor gebruikers van verboden
stoffen of voor daarmee verband houdende lichte en
"niet-gewelddadige" delicten;
ad) de research naar
gebruik van planten die thans illegaal zijn of in een schemergebied verkeren,
zoals cannabis, opium of cocabladeren, voor medische doeleinden, of voor
voedselveiligheid, duurzame landbouw, opwekking van alternatieve energie,
vervanging voor producten op hout- of oliebasis en andere nuttige doeleinden
uit te breiden;
ae) het kaderbesluit
inzake de illegale handel in drugs te herzien in het licht van de door het
Europees Parlement uitgebrachte standpunten, met inachtneming van de in de
Verdragen neergelegde beginselen van subsidiariteit en evenredigheid;
af) een wetenschappelijke
studie verrichten naar de kosten en baten van het huidige drugsbeleid, die met
name moet omvatten: een analyse van cannabis en de verschillende daarvan
afgeleide legale en illegale stoffen, mede ter inventarisatie van de effecten
daarvan, de mogelijke therapeutische werking, en de resultaten van het
criminaliserende beleid en de mogelijke alternatieven; een analyse van de
doelmatigheid van de programma's voor heroïneverstrekking onder medisch
toezicht voor therapeutische doeleinden, bezien in het licht van de daarmee
beoogde vermindering van het aantal drugsdoden, een analyse van de economische,
juridische, sociale en ecologische kosten van het prohibitionistische beleid in
termen van voor de wetshandhaving ingezette personele en financiële middelen;
een analyse van het effect op derde landen van het huidige beleid zoals dat uit
de Europese strategie en het wereldwijde systeem van
"drugsbeheersing" voortvloeit;
ag) de regeringen en
nationale parlementen aansporen tot effectievere maatregelen om te verhinderen
dat verdovende middelen de gevangenissen binnenkomen;
Het Europees Parlement,
15 december 2004