Oproep voor een open dialoog over het drugsbeleid

 

 

Van maandag 8 tot woensdag 10 juni 1998 had in New York een bijzondere zitting plaats van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, gewijd aan de internationale drugsproblematiek. Naar aanleiding van die zitting stuurde een groep van enkel honderden ondertekenaars – onder wie nobelprijswinnaars, (ex-) ministers en (ex-) presidenten, prominenten, hoogleraars, schrijvers, e.a. – onderstaande brief aan Kofi Annan, secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

 

 

Mijnheer de Secretaris-generaal,

 

Naar aanleiding van de bijzondere zitting over de drugsproblematiek van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, die van 8 tot 10 juni 1998 plaatsvindt in New York, doen wij een beroep op uw leiderschap om een open en eerlijke evaluatie van de wereldwijde strijd tegen drugs aan te moedigen.

 

We zijn allen diep bekommerd om de dreiging die drugs vormen voor onze kinderen, onze medeburgers en onze samenleving. Er is geen andere keuze dan samen te werken, zowel binnen als buiten onze landsgrenzen, om het leed dat drugs aanrichten zoveel mogelijk te beperken. De Verenigde Naties hebben in dat verband een legitieme en belangrijke rol te vervullen, maar alleen als ze bereid zijn om de lastige vraag naar succes of mislukking van hun eigen inspanningen te stellen, én er de conclusies uit te trekken. Het is onze overtuiging dat de wereldwijde oorlog tegen drugs op dit ogenblik meer schade aanricht dat drugsmisbruik zelf.

 

Elk decennium nemen de Verenigde Naties nieuwe internationale conventies aan, die grotendeels gericht zijn op criminalisering en bestraffing en die het de individuele staten moeilijker maakt om zelf doeltreffende oplossingen te ontwikkelen voor de plaatselijke drugsproblemen. Elk jaar voeren regeringen strengere en duurdere drugsbestrijdingmaatregelen in. Elke dag nemen politici nog strakkere strategieën voor drugsbestrijding aan.

Wat is het resultaat? De verschillende VN-instanties schatten de jaarlijkse inkomsten uit de illegale drugsindustrie op 400 miljard dollar, of het equivalent van ongeveer acht procent van de totale internationale handel. Die industrie verschaft georganiseerde misdadigers grote macht, veroorzaakt corruptie op alle overheidsniveaus, ondermijnt de interne veiligheid, wakkert het geweld aan en verstoort zowel economische markten als morele waarden. Dat zijn niet de gevolgen van drugsgebruik op zich, maar wel van een decennialang falend en doelloos drugsbeleid.

 

In vele delen van de wereld verhindert de strijd tegen drugs inspanningen om de verspreiding van HIV, hepatitis en andere besmettelijke aandoeningen in te dijken. Mensenrechten worden er geschonden, beschadiging van het milieu wordt er bestendigd en de gevangenissen zitten vol met honderdduizenden mensen die de drugswetgeving overtraden. Schaarse middelen die beter besteed kunnen worden aan gezondheidszorg, onderwijs en economische ontwikkeling, worden er verspild aan steeds duurdere verbodsmaatregelen.

 

Realistische voorstellen om de drugsgerelateerde misdaad, ziekte en dood aan banden te leggen, worden opzij geschoven ten voordele van retorische voorstellen om drugsvrije gemeenschappen te creëren. Het bestendigen van ons huidige beleid zal alleen maar leiden tot nog meer drugsmisbruik, tot nog meer macht voor de drugsindustrie en drugssyndicaten en tot nog meer ziekte en leed. Al te vaak worden diegenen die oproepen tot een open debat, een rigoureuze analyse van het huidige beleid en een ernstige overweging van alternatieven voor dat beleid, ervan beschuldigd zich 'over te geven'. Maar de echte overgave komt er pas als angst en inertie het debat verstikken, kritische analyse onderdrukken en alle alternatieven voor het huidige beleid van tafel vegen.

Mijnheer de secretaris-generaal, wij roepen u op om een echt open en eerlijke dialoog aan te gaan over de toekomst van het internationale drugsbeleid, een toekomst waarin angst, vooroordelen en al te strenge verbodsmaatregelen plaats maken voor gezond verstand, wetenschap, volksgezondheid en mensenrechten.

 

Hoogachtend,

Getekend: (o.a.) Adolfo Perez Esquivel (laureaat Nobelprijs vrede), David Pennington (voormalig rector Melbourne Univ.), Yves Cartuyvels (hoogleraar strafrecht, Univ. St-Louis, Brussel), Vincent Decroly (parlementslid, Brussel), Christine Guillain (onderzoeker, Inst. voor Criminologie, VUB), Dan Kaminski (Inst. voor Criminologie, UCL), Philippe Mary (hoogleraar criminologie, vice-president Inst. voor Criminologie, VUB), Patrick Moriau (parlementslid, burgemeester Chapelle-lez-Herlaimont), Ilya Prigogyne (em. hoogleraar fysische chemie, VUB, Nobelprijs chemie 1977), Olivier Ralet (voormalig hoofd PEDDRO drugspreventieproject UNESCO/EU), Micheline Roelandt (psychiater), Sonja Snacken Ph.D. (hoogleraar criminologie en sociologie v.h. recht, VUB), Isabelle Stengers (filosoof VUB, winnaar Grand Prix de Philosophie de l'Académie Française), Lode Van Outrive (em. hoogleraar criminologie, KUL, voormalig lid Eur. Parlement), Lidya Gueiler Tejada (voormalig president Bolivia), Inacio Luiz Lula Da Silva (presidentskandidaat Brazilië), John C. Polanyi (Nobelprijs chemie 1986), Alexa McDonough (federaal leider Canadese New Democratic Party), Belisario Betancourt (voormalig president Colombia), Oscar Arias (Nobelprijs vrede; voormalig president Costa Rica), Hans Henrik Brydensholt (rechter Deens hooggerechtshof, vm. directeur v.d. Deense gevangenis- en probatie-instellingen; voormalig afdelingshoofd Deens ministerie justitie), Michèle Barzach (voormalig Frans minister gezondheidszorg), Mario Bettati (hoogleraar intern. recht, univ. Parijs), Daniel Cohn-Bendit (lid Eur. Parlement, commissielid mensenrechten en interne aangelegenheden), Günther Grass (schrijver), Johannes Gross (journalist, voormalig hoofdredacteur van "Capital"), Ivan Illich (filosoof), Sabine Leutheusser-Schnarrenberger (voormalig Duits federaal minister justitie), Georgiu Papandreou (meervoudig Grieks minister buitenlandse zaken), Ricardos Someritis (columnist voor TO VIMA), Monica Bettoni-Brandani (Italiaans staatssecretaris volksgezondheid),  Emma Bonino (Eur. commissaris humanitaire aangelegenheden), Dario Fo (Nobelprijs literatuur 1997), Ersilia Salvato (vice-voorzitter Italiaanse senaat), Hedy d'Ancona (voormalig Nederlands minister van Welzijn, Gezondheid en Cultuur; lid Eur. Parlement), dr. Pieter Winsemius (voormalig Nederlands minister van Huisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeleid), Andreas van Agt (voormalig premier Nederland, voormalig minister Justitie), Ed van Thijn (voormalig burgemeester A'dam, hoogleraar univ. A'dam), Johannes Andenaes (professor strafrecht, voormalig rector univ. Oslo, voormalig voorzitter v.h. permanent strafrechtelijk comité Noorwegen), Javier Perez de Cuellar (voormalig secretaris-generaal V.N.), Fernando Savater (schrijver/filosoof), Peter Curman (voormalig voorzitter Zweedse Schrijversunie), Olof Lagercrantz (voormalig hoofdredacteur Dagens Nyheter), Morton Abramowitz (International Crisis Group), Jagdish Bhagwati (hoogleraar economie, Columbia Univ.), Richard Burt (Senior Advisor, Center for Strategic and International Studies, Washington DC), Donald Kennedy (emeritus voorzitter Stanford Univ.), Peter Lewis (directeur en voorzitter van The Progressive Corporation), Patrick Murphy (voormalig politiecommissaris New York City), David Rasmussen (hoogleraar economie, Florida State University), Kurt Schmoke (burgemeester Baltimore), George Shultz (voormalig VS-minister buitenlandse zaken), George Soros (directeur Quantum Fund), Andrew Weil (hoogleraar interne geneeskunde, Univ. of Arizona College of Medicine), Andrew Weiss (hoogleraar economie, Boston Univ.), Jann S. Wenner (voorzitter Wenner Media Inc.), Franklin Zimring (hoogleraar recht, UC Berkeley), Lord Rae (House of Lords, VK), Edward Ellison (hoofdinspecteur politie op rust, Metropolitan Police, Operational Head of Scotland Yard Drug Squad), Anita Roddick (The Body Shop), Diego Arria (ambassadeur, voormalig vertegenwoordiger van Venezuela bij de V.N. en de Veiligheidsraad).