Achteraf
beschouwd moet 1997 tot de meest hypocriete jaren behoren uit de geschiedenis
van het Belgische drugsbeleid. Dat belooft, als je weet dat Stefaan
De Clerck toen ook minister van justitie was. Het was
het jaar van het eindverslag van de parlementaire werkgroep. Een gemiste kans
voor de overheid om een begin te maken aan een regulerend drugsbeleid, volgens Lucien Nouwynck, adviseur-generaal van de dienst voor strafrechtelijk
beleid.
Een jaar eerder werden deskundigen gehoord over de reële
toestand en professor Brice De Ruyver
(foto) leverde een syntheseverslag af waar later geen spaander van heel bleef.
Legalisering werd door De Clerck zonder motivering
van tafel geveegd. Decriminalisering (het niet langer als strafbaar
beschouwen): vergeet het maar. Depenalisering (het
blijft een misdrijf maar er worden geen sancties voorzien): geen denken aan. Depenalisering de facto (de
straffen die wel voorzien zijn worden niet uitgevoerd): verworpen. Het wordt
uiteindelijk "laagste prioriteit" en we weten ondertussen dat de
magistratuur daar 0 op 10 voor verdient.
De Ruyver had in zijn verslag
een toegelaten hoeveelheid van vijf gram cannabis voorgesteld. Samen met zijn verslag
verdween ook dat voorstel in de vuilbak. De zaken waren immers al bedisseld
voor de werkgroep startte. Dat bleek duidelijk tijdens de slotbijeenkomst van
de parlementaire werkgroep waar Stefaan De Clerck binnenzeilde met in zijn kielzog Wivina
Demeester van de farmaceutische industrie en de
vertegenwoordigers van de drugstestmaffia die
allerlei dure apparaatjes-voor-repressie kwamen
voorstellen. Met de pint in de hand werd geklonken op de vernietiging van alles
wat naar gedogen van persoonlijk genot ruikt. Van anderen.
Het had in 1996 een parlementaire onderzoekscommissie
moeten worden maar de op religie geïnspireerde "clan van het stiekeme
gedoe" was er toen al in geslaagd om dat af te zwakken tot een werkgroep
met veel minder bevoegdheden. Uit angst voor het onbekende. Racisme heeft ook
die grond.
Maar de hypocrisie is algemeen. Neem nu bijvoorbeeld die preventieambtenaar
Van Limbergen. Een eikel uit de laagste takken, dicht
bij de grond. De man zag in zijn zieke geest de geheime opbouw van een
coffeeshopnetwerk voor de verkoop van cannabis in België. De angst van de liefhebbers-van-het-stiekeme sloeg om in paniek en er
gingen in fascistische kringen zelfs stemmen op om de doodstraf terug in te
voeren. Van Limbergen voerde ook een strijd tegen de
zogenaamde nepdrugs, pepdrinks en ecodrugs.
Zo vond hij bijvoorbeeld dat een drank met de naam "XTC" niet door de
beugel kon. De popgroep XTC werd door hem ook aangeraden een andere naam te
kiezen. Over CocaCola had hij geen uitgesproken
mening.
Maar ja, zoals we ze kennen, met het opgestoken
vingertje, rein van geest en lichaam, de zuiver water pissers, de
vertegenwoordigers van de ethiek en de levende voorbeelden van respect voor
anderen, dat mannetje was pure nep. Hij werd met zijn lange jatten betrapt in
de partijkas. Einde.
We keren terug in de tijd van nu. Het is duidelijk dat in
twaalf jaar de zogenaamde specialisten inzake drugsbeleid geen fluit verder
geraakt zijn dan Harry Anslinger, de man die de
oorlog tegen (sommige) drugs heeft uitgevonden en later crepeerde aan de
gevolgen van zijn drugsverslaving.
Maar misschien zie ik het allemaal een beetje somber in.
Misschien zie ik het nog niet somber genoeg in. Oordeel zelf, bekijk de
verschillende stappen die in België gezet worden, kijk wie er als
"deskundige" wordt binnengehaald op Kamerdebatten, kijk hoe
groot de inbreng is van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek, zoek naar
wetenschappelijke inbreng in beslissingen, enz.