De geldstroom naar de Taliban afsluiten

 

 

Nederlandse bewerking: ©JosNijsten2009

 

Bij het begin van de oorlog in Afghanistan heeft de Britse overheid er bij de Bushregering op aangedrongen om de Afghaanse heroïnelaboratoria en opiumopslagplaatsen te bombarderen. Amerika weigerde. De Afghaanse partners van de Verenigde Staten in de strijd tegen de Taliban, zaten tot over hun oren in de drugshandel. Ze waren corrupt maar bruikbaar.

 

In 2004 kondigde de Afghaanse president Hamid Karzai een "heilige oorlog tegen de drugsteelt" aan. Europa bulderde van het lachen. Europese geheime diensten hadden zowel het hoofd van de Afghaanse Centrale Bank als het hoofd van de anti corruptie cel van de regering Karzai, als "druglords" ontmaskerd. De jongste broer van president Karzai, Ahmed Wali, werd begin 2005 als drugshandelaar bestempeld in documenten van de Amerikaanse geheime dienst die in handen gevallen waren van CBS-journalisten van het programma "60 minutes".

 

 

In feite werd er nooit één "druglord" gearresteerd in de periode na 11 september 2001. Agenten van de Drug Enforcement Administration vonden in 2005 meer dan negen ton opium in het kantoor van Sher Muhammad Akhundzada (foto rechts), de gouverneur van de Afghaanse provincie Helmand. Onder druk van de Britse overheid werd Mr. Akhundzada uit zijn functie ontheven maar een jaar later had Mr. Karzai al een zitje voor hem geregeld in de senaat.

 

John Walters, directeur van het ONDCP (Office of National Drug Controle Policy) van het Witte Huis, kondigde in april 2006 voor de verzamelde pers en met veel tromgeroffel aan dat er "enorme vooruitgang" geboekt was in de uitroeiing van opiumvelden in Afghanistan. Maar tegen het einde van 2007 moest de Amerikaanse overheid al vaststellen dat Afghanistan de toevoer van opium en heroïne gemonopoliseerd had door 93 procent van de wereldproductie in handen te nemen.

 

"Uitroeiing" was het Amerikaanse antwoord op de snel groeiende Afghaanse opiumhandel. Het beleid, gericht op de aanwerving van dagloners voor de vernietiging van de papavervelden van de boeren, inbegrepen machines en tractoren, had een averechts effect. Alle gevoel van sympathie voor het beleid verdween. De uitroeiing werd aan de Amerikaanse belastingbetaler doorgerekend voor prijzen tot 90.000 dollar per acre (200.000 euro per hectare) … voor een "commercieel" gewas dat voor de boer een waarde van minder dan 2.000 dollar vertegenwoordigt.

 

Met andere woorden, de Amerikaanse poging om in Afghanistan de controle te verwerven over de drugshandel, is volgens deskundige Peter Berger "te zot om los te lopen". Er werden echter weinig alternatieven voor de uitroeiing naar voor geschoven. Een in Londen gevestigde niet gouvernementele organisatie, de Senlis Council, heeft kleinschalige pilootprojecten voorgesteld waarbij aan Afghaanse dorpen vergunningen uitgereikt worden om opiaten te produceren voor de medische industrie.

De benadering van de Senlis Council kreeg steun van het Europese Parlement en had heel wat voorstanders in de Canadese en de Britse overheid. Maar de voorstellen bleken een bijzonder ingewikkeld schema te bevatten met weinig of geen impact op de Taliban en de druglords en dit nog voor vele jaren.

 

Binnenlandse zaken verwierp botweg Senlis' werk met de opmerking daty "Afghanistan dan verplicht zou zijn om de opiumvoorraden op te kopen, wat een exponentiële groei van de teelt tot gevolg zou hebben." Een gelijkaardig voorstel uit 2002 van de Britse geheime dienst MI6 om de complete oogst van Afghanistan op te kopen, werd begin 2008 overwogen door het Bureau of International Narcotics and Law Enforcement Affairs, een afdeling van het departement binnenlandse zaken. Het ministerie concludeerde dat de kostprijs om alle opium van de Afghaanse markt op te kopen, "ongelooflijk hoog" lag – ongeveer één miljard dollar.

 

Nochtans lijkt die prijs voor de totale Afghaanse opiumoogst niet overdreven als je dat vergelijkt met de 200 miljard dollar Amerikaans belastingsgeld die al in Afghanistan gepompt werden. Momenteel kost ruwe opiumhars ongeveer 100 dollar per kilo. De grootste oogst uit de Afghaanse geschiedenis werd in 2007 binnengehaald: 8.200 ton. De jaarlijkse waarde van het gewas zou, aan het dubbel van de huidige prijs, tussen de 2 en 2,5 miljard dollar bedragen. Maar zelfs al kost de oogst 5 miljard dollar, dan nog zou de kostprijs niet ongepast hoog zijn, vooral gezien het schaarse aanbod aan alternatieven en gezien het feit dat opium, corruptie en de opkomst van de Taliban losse stukken zijn van eenzelfde boetekleed.

 

Ambassadeur Thomas Schweich (foto), hoofd van de antidrugsbrigade van het ministerie van binnenlandse zaken, argumenteert dat een opkoopprogramma voor het gewas niet haalbaar is "omdat geen ander gewas de waarde van papaver benadert en omdat we met vernietiging moeten dreigen om de boeren minder lucratieve vervangteelten te doen aanvaarden." maar het argument van Mr. Schweich is na jaren van onderzoek achterhaald. De meest gerespecteerde onderzoeker inzake de Afghaanse opiumproductie, David Mansfield, maakte een verslag voor de Britse overheid waarin hij twee decennia onderzoekswerk verbluffend gedetailleerd weergeeft. Mr. Mansfield was van mening dat papaver, in sterk contrast met de opvatting van de Turkse en Indische boeren – waar het gewas voor medische doeleinden legaal kan geteeld worden – de overgrote meerderheid van de Afghaanse boeren de teelt verwerpt. De keuze van het gewas is onvermijdelijk een onderdeel van complexe economische beslissingen en staat volgens Mansfield in functie van de prijs, de kredieten, de beschikbaarheid van water en de mogelijkheid om een gewas op de markt te brengen.

 

Wat als de VS de volledige Afghaanse opiumoogst opkoopt? Wat als tegelijkertijd graan, fruit, groenten en alle andere gewassen die in Afghanistan groeien, feitelijk voorzien zouden worden van meststoffen, afzetgebied, kredieten, watervoorziening en technische steun op alle niveaus? De kostprijs zou aanzienlijk zijn. Het zou nochtans minder kosten dan een "multigeneratie oorlog" zoals door de Bushregering gedurende lange tijd in het vooruitzicht gesteld werd.

 

De totale Afghaanse opiumteelt opkopen, aan gelijk welke prijs, zou de oogst uit handen van de drugshandelaars houden zonder dat de helft van de Afghaanse economie vernietigd wordt. Als de opiumteelt vooraf opgekocht wordt, worden zowel de drugshandelaars als de meest ondermijnende corruptie van het land rechtstreeks aangepakt. De enorme voorraden kunnen door speciaal uitgezochte Amerikanen opgekocht worden en gestockeerd worden in de Verenigde Staten, mogelijk via een resolutie van de Veiligheidsraad van de VN, onder Amerikaanse controle voor toekomstige medische hoogdringendheid.

 

Het plan om de totale Afghaanse opiumoogst op te kopen betekent dat verschillende internationale verdragen opnieuw onderhandeld moeten worden. Maar als opiumhars opgekocht kan worden vooraleer het in de handen valt van drugshandelaars, verliest het grootse deel van zwaarste corruptie in Afghanistan zijn groeibodem. Zou een opkoopprogramma de opstand volledig kunnen onderdrukken of de Taliban alle financiering ontnemen? Misschien zal er opnieuw geteelt worden in afgelegen gebieden langs de Pakistaanse grens. De Taliban kan daar proberen beslag op te leggen of de oogst te stelen, of andere illegale bronnen aanspreken. Maar dan zouden de Taliban zich niet meer kunnen verschuilen achter waarheid en geloof maar ontmaskerd worden als de gangsters die ze zijn.

 

(Bronnen: Mapinc Drugnews – Washington Times, James Nathan 8 januari 2009 – Meer informatie over dit onderwerp vind je hier: Senlis Council, Afghanistan, Taliban, heroïne, John Walters)